Getypte brief (vermoedelijk een doorslag of archiefkopie).
Origineel
Getypte brief (vermoedelijk een doorslag of archiefkopie). 28 maart 1940. De Directeur (instelling gerelateerd aan de vismarkt). Den Heer C. Rooseman, Jacob Catskade 1, Amsterdam-West. [Handgeschreven, rechtsboven:]
ter. M. de Boer
ter. M. Müller
[Handgeschreven, middenboven:]
extra
[Getypt:]
VP/HG.
46A/13/2 M.
28 Maart 1940.
den Heer C.Rooseman,
Jacob Catskade 1,
Amsterdam-West.
Wijk 19.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. heden bericht ik
U, dat dezerzijds tegen inwilliging van het daarin vervatte
verzoek geen bezwaar bestaat. U dient er echter rekening mede
te houden, dat U thans stipt op de aangegeven tijdstippen Uw
schuld afbetaalt, bij gebreke waarvan de geheele schuld
wederom terstond opeischbaar zal zijn en U de toegang tot de
Vischmarkt zal worden ontnomen.
De Directeur, Deze brief dient als een officiële bevestiging van een betalingsregeling. De heer C. Rooseman heeft blijkbaar op dezelfde dag een verzoek ingediend om een schuld in termijnen te mogen afbetalen. De directeur van de betreffende instantie gaat hiermee akkoord, maar koppelt hier een strikte sanctie aan vast.
De toon van de brief is zakelijk en dwingend. De kern van de boodschap is de waarschuwing: als er niet stipt op de afgesproken tijdstippen wordt betaald, wordt de volledige schuld direct opeisbaar en verliest de ontvanger zijn toegang tot de "Vischmarkt". Dit suggereert dat de heer Rooseman een handelaar was wiens inkomen afhankelijk was van de toegang tot deze specifieke handelsplek.
De handgeschreven aantekeningen rechtsboven duiden op een administratieve afhandeling waarbij bepaalde personen (M. de Boer en M. Müller) op de hoogte werden gesteld of actie moesten ondernemen. De datum van de brief, 28 maart 1940, is historisch relevant. Het is minder dan twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Hoewel de brief een gewone zakelijke transactie beschrijft, reflecteert het de economische realiteit van die tijd, waarin individuen worstelden met schulden en marktautoriteiten strikte regels hanteerden om inkomsten veilig te stellen.
De locatie van de ontvanger, Jacob Catskade 1 in Amsterdam-West, bevindt zich in de buurt van de toenmalige markten. De "Vischmarkt" in de tekst verwijst zeer waarschijnlijk naar de Centrale Vismarkt in Amsterdam, waar handelaren hun producten betrokken. De dreiging met uitsluiting van de markt was voor een vishandelaar een existentiële dreiging, wat de ernst van de schuldpositie onderstreept. C. Rooseman M. de Boer
Samenvatting
Deze brief dient als een officiële bevestiging van een betalingsregeling. De heer C. Rooseman heeft blijkbaar op dezelfde dag een verzoek ingediend om een schuld in termijnen te mogen afbetalen. De directeur van de betreffende instantie gaat hiermee akkoord, maar koppelt hier een strikte sanctie aan vast.
De toon van de brief is zakelijk en dwingend. De kern van de boodschap is de waarschuwing: als er niet stipt op de afgesproken tijdstippen wordt betaald, wordt de volledige schuld direct opeisbaar en verliest de ontvanger zijn toegang tot de "Vischmarkt". Dit suggereert dat de heer Rooseman een handelaar was wiens inkomen afhankelijk was van de toegang tot deze specifieke handelsplek.
De handgeschreven aantekeningen rechtsboven duiden op een administratieve afhandeling waarbij bepaalde personen (M. de Boer en M. Müller) op de hoogte werden gesteld of actie moesten ondernemen.
Historische Context
De datum van de brief, 28 maart 1940, is historisch relevant. Het is minder dan twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Hoewel de brief een gewone zakelijke transactie beschrijft, reflecteert het de economische realiteit van die tijd, waarin individuen worstelden met schulden en marktautoriteiten strikte regels hanteerden om inkomsten veilig te stellen.
De locatie van de ontvanger, Jacob Catskade 1 in Amsterdam-West, bevindt zich in de buurt van de toenmalige markten. De "Vischmarkt" in de tekst verwijst zeer waarschijnlijk naar de Centrale Vismarkt in Amsterdam, waar handelaren hun producten betrokken. De dreiging met uitsluiting van de markt was voor een vishandelaar een existentiële dreiging, wat de ernst van de schuldpositie onderstreept.