Ambtelijk correspondentieblad / memo.
Origineel
Ambtelijk correspondentieblad / memo. 12 juni 1940 tot 25 juni 1940. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 90/40/1 1940
DOORGEZONDEN: O/G
[Rechtsboven:]
374
Mosplein
Uitstel plaatsbez.
Hr. Dijkstra
advies
12-6-40
de Haan
[Midden:]
Aan den Heer
Inspecteur,
Uitstel plaatsbezetten
kan m.i. toegestaan worden
mits betaling geregeld geschiedt.
A’dam 14-6.1940
[Handtekening/Paraaf]
[In rood potlood:] 90/40/2
[Rechts in de marge:]
geen bezwaar
modelbriefje
JvdP 25/6 40
[Onderaan:]
Aan A. Agartz kan m.i. worden toegestaan
om gedurende zes weken zijn plaats op de
markt Mosplein niet in te nemen, mits
Agartz zorg draagt dat het door hem ook tijdens
zijn afwezigheid verschuldigde marktgeld
wordt betaald.
20-6-40 de Haan
[Linksonder gedrukte code:]
Alg. Zaken Model 10.000-10-1937-1016 Het document is een interne ambtelijke notitie betreffende de marktvergunning van een zekere heer A. Agartz op het Mosplein in Amsterdam-Noord. De essentie van de correspondentie is een verzoek om tijdelijke ontheffing van de bezettingsplicht van een marktplaats.
Er worden drie stappen in de besluitvorming getoond:
1. 12 juni: Een eerste advies van De Haan.
2. 14 juni: Een formeel advies aan de Inspecteur dat het uitstel akkoord is, mits er wordt doorbetaald.
3. 20 juni: De definitieve beslissing/bevestiging door De Haan dat Agartz zes weken weg mag blijven, op voorwaarde dat het marktgeld tijdig wordt voldaan.
4. 25 juni: Een administratieve afhandeling ("modelbriefje") door J.v.d.P.
De tekst is geschreven in een zakelijk, ambtelijk Nederlands dat typerend is voor de vroege 20e eeuw ("kan m.i. [mijns inziens] toegestaan worden"). Dit document dateert van juni 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Ondanks de ingrijpende politieke situatie tonen dergelijke documenten aan dat het dagelijks gemeentelijk apparaat en de bureaucratie in Amsterdam aanvankelijk min of meer onverstoord doorwerkten.
Het Mosplein was (en is) een belangrijk centraal punt in Amsterdam-Noord. De strenge voorwaarde dat het marktgeld doorbetaald moet worden tijdens afwezigheid, duidt op de noodzaak voor de gemeente om de inkomsten uit marktgelden stabiel te houden, ook als de koopman zelf niet aanwezig kon zijn. A. Agartz M. No P.
Samenvatting
Het document is een interne ambtelijke notitie betreffende de marktvergunning van een zekere heer A. Agartz op het Mosplein in Amsterdam-Noord. De essentie van de correspondentie is een verzoek om tijdelijke ontheffing van de bezettingsplicht van een marktplaats.
Er worden drie stappen in de besluitvorming getoond:
1. 12 juni: Een eerste advies van De Haan.
2. 14 juni: Een formeel advies aan de Inspecteur dat het uitstel akkoord is, mits er wordt doorbetaald.
3. 20 juni: De definitieve beslissing/bevestiging door De Haan dat Agartz zes weken weg mag blijven, op voorwaarde dat het marktgeld tijdig wordt voldaan.
4. 25 juni: Een administratieve afhandeling ("modelbriefje") door J.v.d.P.
De tekst is geschreven in een zakelijk, ambtelijk Nederlands dat typerend is voor de vroege 20e eeuw ("kan m.i. [mijns inziens] toegestaan worden").
Historische Context
Dit document dateert van juni 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Ondanks de ingrijpende politieke situatie tonen dergelijke documenten aan dat het dagelijks gemeentelijk apparaat en de bureaucratie in Amsterdam aanvankelijk min of meer onverstoord doorwerkten.
Het Mosplein was (en is) een belangrijk centraal punt in Amsterdam-Noord. De strenge voorwaarde dat het marktgeld doorbetaald moet worden tijdens afwezigheid, duidt op de noodzaak voor de gemeente om de inkomsten uit marktgelden stabiel te houden, ook als de koopman zelf niet aanwezig kon zijn.