Getypte brief (doorslag).
Origineel
Getypte brief (doorslag). 25 juni 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). [Handgeschreven, bovenaan:]
Extra
[Links boven:]
DV.
90/40/2 M.
[Rechts boven:]
25 Juni 1940.
[Rechts, adresblok:]
den Heer A. Agartz,
Haarlemmerdijk 44 III,
Amsterdam-C.
Wijk 9.
[Body tekst:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 7 Juni jl. ver-
leen ik U hierbij toestemming om Uw plaats op de markt Mosplein
gedurende zes weken niet in te nemen. U gelieve er echter zorg
voor te dragen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde
marktgeld wekelijks wordt voldaan.
[Ondertekening rechts:]
De Directeur, Deze brief is een formeel antwoord aan de heer A. Agartz op zijn verzoek van 7 juni 1940. Hem wordt een ontheffing verleend voor een periode van zes weken om zijn staanplaats op de markt aan het Mosplein (Amsterdam-Noord) niet te hoeven bezetten. Een cruciale voorwaarde voor het behoud van de marktplaats is dat de betaling van het wekelijkse marktgeld tijdens deze afwezigheid gecontinueerd wordt. De toon is strikt zakelijk en ambtelijk. Het document is een doorslag op dun papier, wat gebruikelijk was voor het archiveren van verzonden correspondentie. De datum van de brief, 25 juni 1940, valt slechts anderhalve maand na de Duitse inval in Nederland. Ondanks de bezetting ging het civiele bestuur en de reguliere bureaucratie in Amsterdam aanvankelijk op bijna normale voet verder. De markt aan het Mosplein was (en is nog steeds) een belangrijk handelspunt voor Amsterdam-Noord.
Dergelijke documenten uit de vroege bezettingstijd kunnen aanwijzingen geven over de mobiliteit of de persoonlijke omstandigheden van bewoners. De reden voor de zes weken afwezigheid van de heer Agartz wordt niet genoemd; dit kon variëren van ziekte of vakantie tot werkzaamheden elders of persoonlijke omstandigheden gerelateerd aan de recente oorlogshandelingen. Het feit dat hij zijn plek wilde behouden door door te betalen, wijst erop dat hij de intentie had zijn handel op termijn voort te zetten. A. Agartz C.
Samenvatting
Deze brief is een formeel antwoord aan de heer A. Agartz op zijn verzoek van 7 juni 1940. Hem wordt een ontheffing verleend voor een periode van zes weken om zijn staanplaats op de markt aan het Mosplein (Amsterdam-Noord) niet te hoeven bezetten. Een cruciale voorwaarde voor het behoud van de marktplaats is dat de betaling van het wekelijkse marktgeld tijdens deze afwezigheid gecontinueerd wordt. De toon is strikt zakelijk en ambtelijk. Het document is een doorslag op dun papier, wat gebruikelijk was voor het archiveren van verzonden correspondentie.
Historische Context
De datum van de brief, 25 juni 1940, valt slechts anderhalve maand na de Duitse inval in Nederland. Ondanks de bezetting ging het civiele bestuur en de reguliere bureaucratie in Amsterdam aanvankelijk op bijna normale voet verder. De markt aan het Mosplein was (en is nog steeds) een belangrijk handelspunt voor Amsterdam-Noord.
Dergelijke documenten uit de vroege bezettingstijd kunnen aanwijzingen geven over de mobiliteit of de persoonlijke omstandigheden van bewoners. De reden voor de zes weken afwezigheid van de heer Agartz wordt niet genoemd; dit kon variëren van ziekte of vakantie tot werkzaamheden elders of persoonlijke omstandigheden gerelateerd aan de recente oorlogshandelingen. Het feit dat hij zijn plek wilde behouden door door te betalen, wijst erop dat hij de intentie had zijn handel op termijn voort te zetten.