Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 1 juli 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Markten), met handgeschreven paraaf/naam "W. de Boer". Den Heer C.J. Burger, Oranjeboomstraat 105, Haarlem. [Handgeschreven linksboven]: W. de Boer
[Handgeschreven middenboven]: Verzonden 2/7
[Getypt links]: 90/43/2 M.
[Getypt rechts]: 1 Juli 1940.
[Getypt adresblok]:
den Heer C.J. Burger,
Oranjeboomstraat 105,
H a a r l e m.
[Getypt tekstblok]:
Naar aanleiding van Uw briefkaart d.d. 15 Juni jl. bericht ik U, dat mijnerzijds geen bezwaar bestaat, dat U gedurende twee maanden na dato dezes Uw plaats op de markt Mosplein niet inneemt. Het terzake verschuldigde marktgeld moet echter regelmatig aan den dienstdoenden marktambtenaar worden betaald.
[Getypt rechtsonder]:
De Directeur,
--- * Inhoud: De brief is een formele reactie op een verzoek van de heer Burger. Hij krijgt toestemming om gedurende twee maanden afwezig te zijn van zijn standplaats op de markt aan het Mosplein. Er is echter een strikte voorwaarde: het marktgeld moet gedurende deze periode gewoon doorbetaald worden aan de dienstdoende ambtenaar.
* Taalgebruik: Het document hanteert een zakelijke, ambtelijke toon die typerend is voor de vroege 20e eeuw ("mijnerzijds", "na dato dezes", "den dienstdoenden").
* Administratieve proces: De handgeschreven notitie "Verzonden 2/7" (2 juli) laat zien dat de brief de dag na de formele datering is gepost. De aanwezigheid van een referentienummer (90/43/2 M.) duidt op een systematische archivering bij de betreffende dienst.
--- * Tijdsbeeld: De brief is gedateerd op 1 juli 1940, kort na de Nederlandse capitulatie (mei 1940). Ondanks het begin van de Duitse bezetting draaide de reguliere gemeentelijke bureaucratie in deze fase grotendeels door alsof er niets aan de hand was.
* Locatie: Het Mosplein bevindt zich in Amsterdam-Noord. De markt op en rond het Mosplein was een belangrijk economisch punt voor de wijk. Opmerkelijk is dat de marktkoopman uit Haarlem kwam, wat duidt op regionaal forensisme van handelaren in die tijd.
* Sociaal-economisch: De verplichting om marktgeld te blijven betalen bij afwezigheid toont aan dat standplaatsen schaars en waardevol waren; door te betalen behield de heer Burger zijn recht op de plek na zijn afwezigheid van twee maanden. De reden voor zijn afwezigheid (mogelijk ziekte, familieomstandigheden of de onrust van de oorlog) wordt in dit antwoord niet vermeld. C.J. Burger W. de Boer
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een formele reactie op een verzoek van de heer Burger. Hij krijgt toestemming om gedurende twee maanden afwezig te zijn van zijn standplaats op de markt aan het Mosplein. Er is echter een strikte voorwaarde: het marktgeld moet gedurende deze periode gewoon doorbetaald worden aan de dienstdoende ambtenaar.
- Taalgebruik: Het document hanteert een zakelijke, ambtelijke toon die typerend is voor de vroege 20e eeuw ("mijnerzijds", "na dato dezes", "den dienstdoenden").
- Administratieve proces: De handgeschreven notitie "Verzonden 2/7" (2 juli) laat zien dat de brief de dag na de formele datering is gepost. De aanwezigheid van een referentienummer (90/43/2 M.) duidt op een systematische archivering bij de betreffende dienst.
Historische Context
- Tijdsbeeld: De brief is gedateerd op 1 juli 1940, kort na de Nederlandse capitulatie (mei 1940). Ondanks het begin van de Duitse bezetting draaide de reguliere gemeentelijke bureaucratie in deze fase grotendeels door alsof er niets aan de hand was.
- Locatie: Het Mosplein bevindt zich in Amsterdam-Noord. De markt op en rond het Mosplein was een belangrijk economisch punt voor de wijk. Opmerkelijk is dat de marktkoopman uit Haarlem kwam, wat duidt op regionaal forensisme van handelaren in die tijd.
- Sociaal-economisch: De verplichting om marktgeld te blijven betalen bij afwezigheid toont aan dat standplaatsen schaars en waardevol waren; door te betalen behield de heer Burger zijn recht op de plek na zijn afwezigheid van twee maanden. De reden voor zijn afwezigheid (mogelijk ziekte, familieomstandigheden of de onrust van de oorlog) wordt in dit antwoord niet vermeld.