Ambtelijke notitie/dossierstuk betreffende marktwezen.
Origineel
Ambtelijke notitie/dossierstuk betreffende marktwezen. 30 juli 1940 – 29 augustus 1940. [Bovenaan links - Stempel]
BIJBLAD VAN:
M. No. 90/62/1 1940
DOORGEZONDEN: 2/8
[Bovenaan rechts]
572
J.H. Hofman pl 128 Mosplein.
30-7-'40 gewaarschuwd wegens
niet geregeld op de markt komen.
[Linker kolom - Handgeschreven]
Aan Hofman zou m.i. een maand
uitstel verleend kunnen worden voor
het bezetten van zijn marktplaats, mits
hij zijn achterstallige schuld betaald.
Kwijtschelding marktgeld lijkt m.i.
niet op zijn plaats daar andere
die door bijzondere omstandigheden
uitstel hebben verkregen toch ook
geen kwijtschelding hebben voor
betalen! Hofman moet tot en met 31 Aug?
f 1.05 betalen. De Ambtenaar
[Midden rechts - Aantekeningen]
oproepen
HD [initialen]
p 21/8.
[Doorgestreept] op Mosplein advies HD 21/8 '40
heeft geen handel, vraagt vrijstelling
bezetten plaats en kwijtschelding
marktgeld; wacht op mosselen
op Mosplein
advies HD 21/8 '40
[Links onderaan - Kenmerk en datum]
90/62/2 M
29/8/40
[Handtekening/Paraaf]
[Rechts onderaan - Besluit]
Geen bezwaar tegen 1 maand
uitstel plaatsbezetten, mits marktgeld
ten spoedigste wordt aangezuiverd en
doorbetaald! Zie rapport Marktop. HD 29/8 '40 Het document beschrijft een verzoek van marktkoopman J.H. Hofman, die een vaste staanplaats (nummer 128) had op het Mosplein in Amsterdam-Noord. Uit de aantekeningen blijkt dat Hofman in de zomer van 1940 kampte met financiële problemen en een gebrek aan handel.
- Problematiek: Hofman werd op 30 juli 1940 gewaarschuwd omdat hij niet regelmatig op de markt verscheen. Hij had een betalingsachterstand van 1 gulden en 5 cent aan marktgeld.
- Verzoek: Hofman vroeg om vrijstelling van de plicht om de plaats te bezetten en om kwijtschelding van het verschuldigde marktgeld. Zijn reden was dat hij "geen handel" had en "wacht op mosselen" (waarschijnlijk was hij een vis- of mosselhandelaar wiens seizoen nog moest beginnen).
- Ambtelijk advies: De ambtenaar adviseert streng doch rechtvaardig: wel uitstel voor het fysiek bezetten van de plek (om te voorkomen dat hij zijn vergunning verliest door afwezigheid), maar absoluut geen kwijtschelding van het geld. Dit om rechtsgelijkheid te bewaren ten opzichte van andere kooplieden in vergelijkbare posities.
- Besluit: Op 29 augustus 1940 wordt besloten dat hij één maand uitstel krijgt voor het bezetten van de plek, op voorwaarde dat hij zijn schuld direct afbetaalt en het lopende marktgeld blijft voldoen. Dit document stamt uit augustus 1940, slechts enkele maanden na de Nederlandse capitulatie. De economische omstandigheden begonnen in die periode te veranderen door de Duitse bezetting, wat voor kleine zelfstandigen zoals marktkooplieden direct merkbaar was in de handel en de toevoer van producten.
Het Mosplein in Amsterdam-Noord was (en is) een belangrijk lokaal handelscentrum. De strikte administratie die uit dit document spreekt, typeert de Amsterdamse bureaucreatie rondom de marktvergunningen, waarbij de gemeente enerzijds de orde op de markten wilde handhaven (bezettingsplicht) en anderzijds inkomsten wilde veiligstellen, ook in crisistijd. De vermelding van het wachten op het mosselseizoen duidt op het seizoensgebonden karakter van de ambulante handel in die tijd. J.H. Hofman M. No Marktwezen