Pamflet/Oproep op briefpapier.
Origineel
Pamflet/Oproep op briefpapier. Onbekend (vermoedelijk najaar 1940 of winter 1940-1941, gezien de context van de oprichting). STICHTING „WINTERHULP NEDERLAND”
STEDELIJK BUREAU AMSTERDAM - ROKIN 109-111
TELEFOON: 40366-33708-32743 - GEMEENTEGIRO W 7777 - POSTGIRO 308400
BANKIERS: ROTTERDAMSCHE BANKVEREENIGING N. V., AMSTERDAM
Oproep aan Werkend Nederland!
Werkers van Nederland.
In de eerste plaats wil ik een woord van dank uitspreken aan het College van Burgemeester en Wethouders die het plan, aan het geheele Gemeentepersoneel dit schrijven te zenden, met hun volle goedkeuring bekrachtigden.
Het bestaan van de „Winterhulp Nederland” is U ongetwijfeld bekend; over de bedoeling van de „W.H.N.” wil ik, als Stedelijk directeur der afd. Amsterdam, eenige woorden tot U richten.
Het zal U als werkend landgenoot volkomen bekend zijn, hoevelen tengevolge van de economische en politieke ontwrichting der laatste jaren, een arm of armoedig bestaan leiden. Het grootsche doel van de „W.H.N.” is juist daarin gelegen, deze landgenoten in hun vaak zonder hoop lijkend leven weer eenige vreugde te brengen, hen weer te laten voelen, dat zij door hun werkende landgenooten niet vergeten worden.
Ik vestig hierbij de aandacht op deze Nederlandsche zaak, onder Nederlandsche leiding, in Nederlandschen zin, van de resultaten waarvan uitsluitend Nederlanders profiteeren.
Wanneer er menschen zijn, die meenen nu afzijdig te moeten staan of een afwerend gebaar te moeten maken, zou ik tot hen willen zeggen: Weest vóór alles objectief, en oordeelt eerlijk en naar een overtuigd geweten. Dan zal ongetwijfeld dit grootsche werk ook bij U de plaats gaan innemen, die het toekomt. Het document is een formeel opgestelde oproep, gericht aan de werkende bevolking van Amsterdam (specifiek het gemeentepersoneel, zoals in de eerste alinea vermeld). De toon is persuasief en licht vermanend. Er wordt een sterk beroep gedaan op nationale solidariteit en een "overtuigd geweten".
Opvallend is de nadruk op het "Nederlandsche" karakter van de organisatie: "Nederlandsche zaak", "Nederlandsche leiding", "Nederlandschen zin" en "uitsluitend Nederlanders". Dit was een bewuste strategie om de argwaan weg te nemen die bestond tegenover een organisatie die door de Duitse bezetter was ingesteld. De tekst erkent impliciet dat er weerstand is ("menschen zijn, die meenen nu afzijdig te moeten staan of een afwerend gebaar te moeten maken") en probeert deze te neutraliseren door te appelleren aan objectiviteit en de nood van arme landgenoten. De Stichting Winterhulp Nederland (WHN) werd op 22 oktober 1940 door de Duitse bezetter (Rijkscommissaris Seyss-Inquart) opgericht. Het doel was officieel om alle sociale hulpverlening te centraliseren en te moderniseren naar het voorbeeld van het Duitse Winterhilfswerk. In de praktijk betekende dit de uitschakeling van particuliere en kerkelijke liefdadigheidsinstellingen.
Hoewel de WHN zich profileerde als een puur Nederlands initiatief om arme Nederlanders te helpen tijdens de oorlogsjaren, werd de organisatie door het grootste deel van de bevolking gewantrouwd en gezien als een nationaalsocialistisch propagandamiddel. Veel mensen weigerden te geven uit angst dat het geld direct of indirect de Duitse oorlogsvoering zou steunen of dat de organisatie gebruikt zou worden voor nazificatie. De WHN was dan ook berucht om haar collectes, die vaak gepaard gingen met een zekere mate van sociale druk of dwang, wat ook in de laatste alinea van dit document doorschemert.