Ambtelijke correspondentie (waarschijnlijk een doorslag of kantoorkopie).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (waarschijnlijk een doorslag of kantoorkopie). De Directeur (van een gemeentelijke dienst of afdeling). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven, bovenaan gecentreerd:] extra
[Rechtsboven:] HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
8A/23/2 M. [Paraafteken] 14 Februari 1941.
Bijdragen Gemeentepersoneel
"Winterhulp Nederland".
Naar aanleiding van de circulaire van Burgemeester en Wet-
houders d.d. 30 Januari 1941 No. 572 Bur.G.1940 heb ik de eer U in
bijlage dezes een [handgeschreven:] 8-tal formulieren te doen toekomen.
De Directeur, * Vorm: Het document is een zakelijke mededeling. De term "Alhier" duidt erop dat zowel de afzender als de ontvanger werkzaam zijn binnen hetzelfde gemeentebestuur (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de archiefkenmerken).
* Correcties: Er is een handgeschreven correctie aangebracht in de tekst: bij het aantal bijlagen is over een getypt teken (mogelijk een '9' of een liggend streepje) een "8" geschreven, waardoor er sprake is van een "8-tal formulieren".
* Toon: De brief hanteert de in die tijd gebruikelijke beleefdheidsvormen ("heb ik de eer U... te doen toekomen"), wat contrasteert met de beladen politieke context van de inhoud.
* Fysieke staat: Het gebruik van grijs, ruwer papier is kenmerkend voor de vroege oorlogsjaren waarin de schaarste aan kwalitatief wit papier begon toe te nemen. Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. Winterhulp Nederland (WHN) werd op 22 oktober 1940 door de Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart opgericht. Hoewel gepresenteerd als een neutrale liefdadigheidsinstelling ter vervanging van alle particuliere en kerkelijke armenzorg, was het in feite een nationaalsocialistische organisatie.
De bevolking stond wantrouwig tegenover de Winterhulp, omdat men vreesde dat de gelden naar de NSB of de Duitse oorlogskas zouden gaan. Voor ambtenaren en gemeentepersoneel was de situatie echter complex: er werd vanuit de bezetter en collaborerende instanties grote druk uitgeoefend om "vrijwillig" een deel van het salaris af te staan. De in de brief genoemde circulaire van 30 januari 1941 was waarschijnlijk de officiële instructie die de afdracht door gemeentepersoneel formaliseerde. De brief dateert van vlak voor de Februaristaking (25-26 februari 1941), een periode van toenemende spanning tussen de Nederlandse bevolking en de bezettingsautoriteiten.