Archief 745
Inventaris 745-345
Pagina 122
Dossier 75
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (afschrift).

21 februari 1941. Van: Nederlandse Bond van Personeel in Overheidsdienst, Afdeling Amsterdam (mede namens de R.K. Bond van Overheidspersoneel "St. Paulus" en de Ned. Chr. Bond van Personeel in Publieke Dienst).

Origineel

Getypte brief (afschrift). 21 februari 1941. Nederlandse Bond van Personeel in Overheidsdienst, Afdeling Amsterdam (mede namens de R.K. Bond van Overheidspersoneel "St. Paulus" en de Ned. Chr. Bond van Personeel in Publieke Dienst). L. [Tab] Afschrift [Tab] No 1302 t Arb. 1940.

NEDERLANDSE BOND VAN PERSONEEL
IN OVERHEIDSDIENST
AMSTERDAM, 21 Februari 1941.
- Afdeling Amsterdam - Stadhouderskade 126.

Onderwerp:
Regeling werktyd in verband met
de verduisteringsvoorschriften.

                            Aan den Heer Wethouder voor de
                                        Arbeidszaken,
                            Raadhuis,   Amsterdam (C).
                            __________________________

        Mede namens de besturen van de R.K. Bond van Overheids-

personeel "St. Paulus" en de Ned. Chr. Bond van Personeel in Pu-
blieke Dienst hebben wy de eer Uw aandacht te vragen voor het
hierna omschreven verzoek.

        In September 1940 zyn aan onderscheidene diensten en

bedryven werktydregelingen tot stand gekomen, welke verband hou-
den met de verduisteringsvoorschriften.

        By deze regelingen heeft men rekening gehouden met het

voorschrift van het Departement van Sociale Zaken, dat men de
uren, welke men volgens de dienstregelingen minder dan het nor-
maal aantal uren werkt, tot ten hoogste 38 uren zou kunnen in-
halen vóór 31 Maart 1941.

        Als gevolg hiervan zyn enkele dienstregelingen tot

stand gekomen, krachtens welke in het laatste deel van Februari
en in Maart laat moet worden gewerkt. In sommige gevallen gedu-
rende enkele weken tot des avonds 7 uur.

        Deze regelingen blyken nu in de praktyk op bezwaren te

stuiten. Deze bezwaren vloeien voor een deel voort uit de grote
afstanden, welke in Amsterdam door het personeel soms tussen
woonplaats en werkplaats moeten worden afgelegd.

        Beëindiging van de diensttyd om 7 uur betekent, dat

men dikwyls pas te kwart voor 8 uur of nog later thuis komt.
Dit brengt ook in het gezin zyn moeilykheden mede, in het byzon-
der wat betreft de maaltyden en soms ook een vergroting van het
gasverbruik.

        Deze bezwaren zouden kunnen worden ondervangen, indien

van den Hoofdinspecteur van de Arbeid machtiging zou kunnen wor-
den verkregen, om het inhalen van de in de afgelopen maanden te
kort gewerkte uren, ook nog te doen plaats vinden in April 1941.
De arbeidstyd zou dan in Maart vroeger kunnen worden beëindigd.

        Wy verzoeken U dan ook te willen bevorderen, dat door

den Hoofdinspecteur van de Arbeid ontheffing van het door ons
bedoelde voorschrift wordt verleend, zoodat in de gevallen, waar-
in daarop door de Dienstcommissies wordt aangedrongen en voor
de groepen werklieden, voor welke men dit wenselyk acht, een
wyziging van de dienstregelingen kan worden tot stand gebracht,
als gevolg waarvan de in te halen uren tot een maximum van 38
worden uitgestreken over de termyn, lopende tot 30 April 1941.
Het zou door ons op prys worden gesteld, indien U zoudt
willen bevorderen, dat ter zake een spoedige beslissing wordt
verkregen.
Hoogachtend,
Namens de besturen der drie organisaties:
(get.) M.C. BOLLE. In deze brief verzoeken drie gezamenlijke vakbonden de Amsterdamse wethouder om bemiddeling bij de Hoofdinspecteur van de Arbeid. Het kernprobleem is de inhaalplicht van gemiste werkuren. Vanwege de verduisteringsvoorschriften (ingesteld door de Duitse bezetter) was er in de winter van 1940-1941 minder gewerkt. Volgens de toenmalige regels moesten deze uren (maximaal 38) vóór 31 maart 1941 zijn ingehaald.

Dit leidde ertoe dat personeel in februari en maart tot 19:00 uur doorwerkte. De bonden voeren aan dat dit sociale en praktische problemen geeft:
1. Lange reistijden: Door de omvang van Amsterdam zijn werknemers pas laat thuis.
2. Gezinsleven: Maaltijden worden verstoord.
3. Energieverbruik: Later thuiswerken/koken leidt tot een hoger gasverbruik (wat in oorlogstijd problematisch was vanwege schaarste).

De bonden stellen voor de inhaaltermijn met één maand te verlengen tot 30 april 1941, zodat de werkdag in maart minder lang hoeft te zijn. De brief dateert van februari 1941, een kantelpunt in de Nederlandse geschiedenis. Dit is de maand van de Februaristaking (25-26 februari 1941), het eerste grootschalige openlijke verzet tegen de jodenvervolging. Hoewel deze brief over arbeidsvoorwaarden gaat, is de spanning van de bezetting voelbaar in de verwijzingen naar de "verduisteringsvoorschriften" (bedoeld om geallieerde piloten het navigeren te bemoeilijken).

De ondertekenaar, M.C. (Maurits) Bolle, was een secretaris van de NVV-bond. Hij was van Joodse afkomst en speelde een actieve rol in de vakbeweging totdat de bonden onder nationaalsocialistisch toezicht kwamen te staan.

Opvallend is de spelling in het document (zoals "werktyd", "blyken", "moeilykheden"). Hoewel de spelling-Marchant in 1934 de "y" officieel verving door "ij", bleven veel schrijfmachines en individuen de oude conventie nog jarenlang gebruiken, zeker in ambtelijke correspondentie.

Samenvatting

In deze brief verzoeken drie gezamenlijke vakbonden de Amsterdamse wethouder om bemiddeling bij de Hoofdinspecteur van de Arbeid. Het kernprobleem is de inhaalplicht van gemiste werkuren. Vanwege de verduisteringsvoorschriften (ingesteld door de Duitse bezetter) was er in de winter van 1940-1941 minder gewerkt. Volgens de toenmalige regels moesten deze uren (maximaal 38) vóór 31 maart 1941 zijn ingehaald.

Dit leidde ertoe dat personeel in februari en maart tot 19:00 uur doorwerkte. De bonden voeren aan dat dit sociale en praktische problemen geeft:
1. Lange reistijden: Door de omvang van Amsterdam zijn werknemers pas laat thuis.
2. Gezinsleven: Maaltijden worden verstoord.
3. Energieverbruik: Later thuiswerken/koken leidt tot een hoger gasverbruik (wat in oorlogstijd problematisch was vanwege schaarste).

De bonden stellen voor de inhaaltermijn met één maand te verlengen tot 30 april 1941, zodat de werkdag in maart minder lang hoeft te zijn.

Historische Context

De brief dateert van februari 1941, een kantelpunt in de Nederlandse geschiedenis. Dit is de maand van de Februaristaking (25-26 februari 1941), het eerste grootschalige openlijke verzet tegen de jodenvervolging. Hoewel deze brief over arbeidsvoorwaarden gaat, is de spanning van de bezetting voelbaar in de verwijzingen naar de "verduisteringsvoorschriften" (bedoeld om geallieerde piloten het navigeren te bemoeilijken).

De ondertekenaar, M.C. (Maurits) Bolle, was een secretaris van de NVV-bond. Hij was van Joodse afkomst en speelde een actieve rol in de vakbeweging totdat de bonden onder nationaalsocialistisch toezicht kwamen te staan.

Opvallend is de spelling in het document (zoals "werktyd", "blyken", "moeilykheden"). Hoewel de spelling-Marchant in 1934 de "y" officieel verving door "ij", bleven veel schrijfmachines en individuen de oude conventie nog jarenlang gebruiken, zeker in ambtelijke correspondentie.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Donkers Uilenburg V
A. Kaas Uilenburg V
A. Kerkhoff Uilenburg V
A. Klaassen Uilenburg
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
B. Velthuis Uilenburg
C. Blom Uilenburg
C.W. Egberts Uilenburg Augustus 1941
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6