Archief 745
Inventaris 745-345
Pagina 164
Dossier 75
Jaar 1941
Stadsarchief

Officieel besluit / Afschrift van een beschikking.

30 september 1941. Van: De Waarnemende Secretaris-Generaal van het Departement van Sociale Zaken (R.A. Verwey).

Origineel

Officieel besluit / Afschrift van een beschikking. 30 september 1941. De Waarnemende Secretaris-Generaal van het Departement van Sociale Zaken (R.A. Verwey). P/E.

DEPARTEMENT VAN SOCIALE ZAKEN.

30 September 1941
No. 2986
Afdeeling Arbeid

Afschrift.

Aan Heeren Districtshoofden
der Arbeidsinspectie.
==============================

DE SECRETARIS-GENERAAL VAN HET DEPARTEMENT VAN SOCIALE ZAKEN;
Gelet op het bepaalde in de artikelen 28, vijfde lid, en 97, vierde lid, der Arbeidswet 1919;
HEEFT GOEDGEVONDEN:
A. aan hoofden of bestuurders van ondernemingen in alle gemeenten des Rijks toe te staan, dat in fabrieken of werkplaatsen, met uitzondering van bouwwerken, door arbeiders van 16 jaar of ouder in afwijking van het bepaalde in artikel 24 der Arbeidswet 1919 langer dan 8 ½ uur per dag en 48 uur per week wordt gewerkt, ter compensatie van het tengevolge van de verduisteringsvoorschriften korter dan 48 uren per week werken in de winterperiode 1941/1942, met inachtneming van de na te noemen voorschriften en beperkingen:
1o. de geheele compensatieregeling moet gelegen zijn binnen het tijdvak van heden tot en met 31 Mei 1942;
2o. de werktijd mag niet meer bedragen dan 10 uren per dag en 55 uren per week;
3o. op de algemeen erkende Christelijke feestdagen mag geen arbeid worden verricht en deze dagen mogen niet worden opgenomen in de berekening der te compenseeren uren;
4o. in de wintermaanden moet de werktijd niet meer worden ingekort dan noodzakelijk is;
5o. de dagelijksche werktijd moet in zijn geheel zijn gelegen tusschen een half uur voor zonsopgang en een half uur na zonsondergang;
6o. de op grond van deze vergunning te volgen werktijdregeling moet in drievoud aan het betrokken districtshoofd der Arbeidsinspectie worden toegezonden en mag slechts worden ingevoerd in de betreffende onderneming, nadat één exemplaar, voorzien van de goedkeuring van genoemd districtshoofd, aan het hoofd of den bestuurder is teruggezonden. Dit exemplaar moet naast de arbeidslijst of den rooster zijn opgehangen, zoolang van de daarop aangegeven regeling wordt gebruik gemaakt;
B. hoofden of bestuurders van ondernemingen er aan te herinneren, dat ingevolge artikel 31, eerste lid, der Arbeidswet 1919 bij het volgen van een normale werktijdregeling de na 4 ½ uur arbeid te geven rusttijd niet meer dan een ½ uur behoeft te bedragen en dat, indien krachtens deze vergunning langer dan 8 ½ uur per dag wordt gewerkt, ingevolge het bepaalde in artikel 63, eerste lid, van het Werktijdenbesluit voor fabrieken of werkplaatsen 1936 volstaan kan worden met het geven van ½ uur rust telkens na ten hoogste 5 uren arbeid.

Afschrift van deze beschikking zal worden gezonden aan den Directeur-Generaal van den Arbeid en aan de districtshoofden der Arbeidsinspectie.

’s-Gravenhage, 30 September 1941.
DE WAARNEMENDE SECRETARIS-GENERAAL VOORNOEMD,
w.g. Verwey
Voor eensluidend afschrift,
DE WAARNEMENDE SECRETARIS-GENERAAL,
w.g. Verwey

Arb. Z. Stadhuis
A’dam, Oct. ’41. Dit document is een administratief besluit dat een uitzondering regelt op de Arbeidswet van 1919. De kern van het besluit is dat werknemers (16 jaar en ouder) langer mogen werken dan de wettelijk vastgestelde 8,5 uur per dag of 48 uur per week, tot een maximum van 10 uur per dag en 55 uur per week.

De reden hiervoor is puur pragmatisch en direct verbonden aan de oorlogsomstandigheden: de "verduisteringsvoorschriften". Omdat fabrieken in de wintermaanden vaak later open moesten of eerder dicht gingen om lichtemissie tijdens de duisternis te voorkomen (ter voorkoming van navigatiehulp aan geallieerde bommenwerpers), ontstond er productieverlies. Dit besluit staat bedrijven toe dit verlies in te halen door op andere momenten langer door te werken.

Opvallend is punt 5, dat de werktijden strikt koppelt aan de zonnestand (half uur voor opkomst tot half uur na ondergang). Dit was de meest effectieve manier om te garanderen dat er gewerkt werd tijdens daglicht, waardoor er geen complexe verduisteringsmaatregelen in de fabriekshallen nodig waren tijdens de extra uren. Het document dateert van september 1941, ruim een jaar na de start van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de Nederlandse departementen bleven functioneren, stonden ze onder toezicht van de Duitse autoriteiten. R.A. Verwey, de ondertekenaar, was de Secretaris-Generaal van Sociale Zaken. Hij was een van de topambtenaren die aanbleven tijdens de bezetting om de continuïteit van het bestuur te waarborgen, een rol die na de oorlog kritisch is getoetst in het kader van collaboratie versus pragmatisch doorbesturen.

De verduistering was een ingrijpend onderdeel van het dagelijks leven in bezet Nederland. Het beïnvloedde niet alleen de veiligheid op straat, maar ontregelde ook de economie en de industriële productie. Dit document illustreert hoe de overheid probeerde de industriële output op peil te houden binnen de beperkingen van de oorlogsvoering. De handgeschreven aantekening linksonder wijst erop dat dit specifieke afschrift in oktober 1941 werd ontvangen of gearchiveerd door de afdeling Arbeidszaken op het Stadhuis van Amsterdam.

Samenvatting

Dit document is een administratief besluit dat een uitzondering regelt op de Arbeidswet van 1919. De kern van het besluit is dat werknemers (16 jaar en ouder) langer mogen werken dan de wettelijk vastgestelde 8,5 uur per dag of 48 uur per week, tot een maximum van 10 uur per dag en 55 uur per week.

De reden hiervoor is puur pragmatisch en direct verbonden aan de oorlogsomstandigheden: de "verduisteringsvoorschriften". Omdat fabrieken in de wintermaanden vaak later open moesten of eerder dicht gingen om lichtemissie tijdens de duisternis te voorkomen (ter voorkoming van navigatiehulp aan geallieerde bommenwerpers), ontstond er productieverlies. Dit besluit staat bedrijven toe dit verlies in te halen door op andere momenten langer door te werken.

Opvallend is punt 5, dat de werktijden strikt koppelt aan de zonnestand (half uur voor opkomst tot half uur na ondergang). Dit was de meest effectieve manier om te garanderen dat er gewerkt werd tijdens daglicht, waardoor er geen complexe verduisteringsmaatregelen in de fabriekshallen nodig waren tijdens de extra uren.

Historische Context

Het document dateert van september 1941, ruim een jaar na de start van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de Nederlandse departementen bleven functioneren, stonden ze onder toezicht van de Duitse autoriteiten. R.A. Verwey, de ondertekenaar, was de Secretaris-Generaal van Sociale Zaken. Hij was een van de topambtenaren die aanbleven tijdens de bezetting om de continuïteit van het bestuur te waarborgen, een rol die na de oorlog kritisch is getoetst in het kader van collaboratie versus pragmatisch doorbesturen.

De verduistering was een ingrijpend onderdeel van het dagelijks leven in bezet Nederland. Het beïnvloedde niet alleen de veiligheid op straat, maar ontregelde ook de economie en de industriële productie. Dit document illustreert hoe de overheid probeerde de industriële output op peil te houden binnen de beperkingen van de oorlogsvoering. De handgeschreven aantekening linksonder wijst erop dat dit specifieke afschrift in oktober 1941 werd ontvangen of gearchiveerd door de afdeling Arbeidszaken op het Stadhuis van Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Donkers Uilenburg V
A. Kaas Uilenburg V
A. Kerkhoff Uilenburg V
A. Klaassen Uilenburg
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
B. Velthuis Uilenburg
C. Blom Uilenburg
C.W. Egberts Uilenburg Augustus 1941
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6