Officieel schrijven / circulaire van de Arbeidsinspectie.
Origineel
Officieel schrijven / circulaire van de Arbeidsinspectie. Vermeldt "datum postmerk" (niet zichtbaar op de scan), tekst refereert naar de peildatum 1 juli 1941. De Hoofdinspecteur van den Arbeid, Hoofd van het Ve District (5e District) der Arbeidsinspectie. ARBEIDSINSPECTIE
Ve DISTRICT
AMSTERDAM, datum postmerk
Droogbak 1a, Telefoon 38321
Betreffende: personeel-opgave.
Hiermede verzoek ik U mij, gelet op art. 79 der Arbeidswet 1919, door invulling van de aangehechte kaart een opgave te doen toekomen van het personeel, inclusief los personeel. dat op 1 Juli 1941 in Uw onderneming werkzaam was.
Indien binnen Amsterdam en naaste omgeving meer dan één fabriek of werkplaats, winkel of kantoor tot Uw onderneming behoort, wordt een opgave van het personeel van elk dezer afzonderlijk verzocht.
Mocht Uw onderneming zijn verplaatst of opgeheven of hierin geen personeel meer werkzaam zijn, dan ontvang ik hiervan gaarne bericht.
Voor een zeer spoedige toezending der gegevens houd ik mij aanbevolen.
De Hoofdinspecteur van den Arbeid,
Hoofd v/h Ve District der Arbeidsinspectie. Het betreft een gedrukte circulaire, opgesteld in een formele, ambtelijke toon. De juridische basis voor de opvraag is Artikel 79 van de Arbeidswet 1919, die werkgevers verplichtte om op verzoek gegevens te verstrekken over hun personeelsbestand aan de inspectie.
De focus ligt op een exacte momentopname (1 juli 1941) en omvat alle vormen van personeel, inclusief "los personeel" (tijdelijke krachten). Er wordt nadrukkelijk gevraagd om specificatie per locatie bij bedrijven met meerdere vestigingen in de regio Amsterdam. Het document is een voorbeeld van administratieve data-verzameling door de overheid tijdens de bezettingsjaren. Dit document is gedateerd in de zomer van 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de Arbeidsinspectie een bestaande Nederlandse instantie was, fungeerde zij tijdens de oorlog onder toezicht van de bezetter.
De gevraagde personeelsopgave per juli 1941 is historisch saillant. In deze periode werden de anti-Joodse maatregelen in het bedrijfsleven aangescherpt. Eerder in 1941 was de registratie van Joodse werknemers en ondernemingen begonnen. Hoewel deze specifieke kaart een algemene statistische opvraag lijkt, diende een dergelijke centrale registratie van de beroepsbevolking de bezetter bij het controleren van de arbeidsmarkt, de voorbereiding voor de Arbeidseinsatz (gedwongen tewerkstelling in Duitsland) en het in kaart brengen van de "Arisering" van het bedrijfsleven. De bureaucratische continuïteit van de Nederlandse administratie was hierbij een essentieel instrument voor de Duitse autoriteiten.