Administratieve staat/lijst van salarismutaties.
Origineel
Administratieve staat/lijst van salarismutaties. | N. | Naam | Functie | Sal. groep | Bestaande toestand | Nieuwe toestand | Datum |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| | | | | Salaris | pensioengrondslag | Salaris | pensioengrondslag | |
| 131 | P. Plakkee | controleur | II | 1775.- / 1590.- | f 2600.- / 1590.- | 1800.- / 1650.- | f 2600.- / 1650.- | 1-10-1941 |
| 132 | J.F. Flenburg | schrijver | I | ↓ | ↓ | ↓ | ↓ | 1-10-1941 |
| | J. Gothmer | " | I | 1590.- | 1590.- | 1650.- | 1650.- | 1-10-1941 |
Aantekeningen onderaan:
F heeft reeds eerder gebruik
gemaakt van art. 150 lid 1
der Pensioenwet 1922 S. 240.
↑ particieele verhooging
tot maximum.
bovenstaande ambtenaren
genieten geen oververdiensten
Marginale notities:
- Rode stempel (gekanteld):
17 / 11 / 41 -
Verticale aantekening in inkt:
17/11/41 [paraaf]Dit document is een officieel overzicht van salarisaanpassingen voor drie ambtenaren. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de "Bestaande toestand" en de "Nieuwe toestand", waarbij zowel het bruto jaarsalaris als de pensioengrondslag worden genoteerd. -
P. Plakkee (Controleur, Salarisgroep II) ziet zijn pensioengrondslag stijgen van 1590 naar 1650 gulden.
- J.F. Flenburg en J. Gothmer (Schrijvers, Salarisgroep I) krijgen een soortgelijke verhoging. De pijlen bij Flenburg geven aan dat zijn cijfers identiek zijn aan die van de regel erboven of eronder.
- De aantekening over "art. 150 lid 1 der Pensioenwet 1922" verwijst naar specifieke regelingen omtrent de opbouw of erkenning van pensioenjaren.
- De opmerking "genieten geen oververdiensten" is administratief van belang om vast te stellen dat er geen bijkomende inkomsten zijn die de pensioenberekening zouden kunnen beïnvloeden. De verhoging wordt gekenmerkt als een "particiële verhooging tot maximum", wat betekent dat de ambtenaren de top van hun salarisschaal hebben bereikt. Het document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogssituatie bleef het Nederlandse ambtenarenapparaat en de bijbehorende administratieve regelgeving (zoals de Pensioenwet uit 1922) grotendeels intact en functioneel. Dergelijke documenten geven inzicht in de continuïteit van de civiele administratie en de arbeidsvoorwaarden van overheidspersoneel in die periode. De functiebenaming 'schrijver' was in die tijd de standaardterm voor een administratief medewerker van de laagste rangen. J. Gothmer J.F. Flenburg P. Plakkee