Officiële brief/betalingsherinnering van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/betalingsherinnering van de gemeente Amsterdam. Juni 1941. M A R K T W E Z E N A M S T E R D A M .
Amsterdam, Juni 1941.
Aan den Hr.
L. Menist
Schalk Burgerstraat 20 I
Amsterdam (W)
Door U is verschuldigd een bedrag groot f -,15
wegens marktgeld over het tijdvak tot en met
2 Maart 1941 voor Uw vaste plaats op de markt Uilenburg. Gere-
kend te zijn ingegaan 8 Maart 1941 is U vrijstelling verleend
van het betalen van marktgeld voor bovengenoemde markt.
U dient bovenstaand bedrag ten spoedigste te mijnen
kantore, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West of bij een der
op de dag- en weekmarkten dienstdoende marktambtenaren te vol-
doen.
Zoolang hieraan niet door U is voldaan, komt U niet
voor een plaats op een der markten in aanmerking en zal, indien
U reeds een plaats op een der markten bezet, deze worden inge-
trokken.
De Directeur,
[Handtekening]
WND. Dit document is een formeel schrijven van de dienst Marktwezen in Amsterdam aan de heer L. Menist. De kern van de brief is een openstaande schuld van slechts 15 cent (f -,15) aan marktgeld voor een standplaats op de markt in de wijk Uilenburg. Het betreft de periode tot 2 maart 1941. Opmerkelijk is de mededeling dat de heer Menist vanaf 8 maart 1941 is "vrijgesteld" van het betalen van marktgeld voor deze markt. Ondanks het minieme bedrag is de toon streng: indien de schuld niet wordt voldaan, verliest de geadresseerde zijn recht op een marktplaats. De brief is ondertekend namens de directeur door een waarnemend functionaris (WND). De datum (juni 1941) en de locatie (markt Uilenburg) geven dit document een beladen historische context. De markt op Uilenburg lag in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Tijdens de Duitse bezetting werden stapsgewijs anti-Joodse maatregelen ingevoerd. Vanaf begin 1941 mochten Joodse kooplieden alleen nog op specifiek aangewezen "Joodse markten" staan, waaronder Uilenburg.
De genoemde "vrijstelling" van marktgeld vanaf maart 1941 is wrang: in deze periode werden Joodse burgers door de bezetter en de meewerkende gemeentelijke bureaucratie steeds verder geïsoleerd en beroofd van hun bestaansmiddelen. De heer L. Menist (waarschijnlijk Levie Menist, een bekende naam in de Joodse gemeenschap van die tijd) woonde in de Schalk Burgerstraat in de Transvaalbuurt, een wijk waar toen veel Joodse Amsterdammers woonden. Dit document illustreert hoe de bureaucratie, tot op de cent nauwkeurig, doorging met het innen van gelden bij mensen die op het punt stonden volledig uit de samenleving te worden weggezuiverd.