Doorslag van een ambtelijke brief.
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief. 7 oktober 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Markten Amsterdam). Den Heer Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening, Van Reigersbergenstraat 2, Amsterdam-West. [Handgeschreven: Extra]
VD/HG.
den Heer Directeur van den Centralen
Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening
Van Reigersbergenstraat 2,
Amsterdam-West.
8A/101/2 M. 7 October 1941.
Naar aanleiding van het besluit van den Burgemeester d.d. 26
September jl. No.543 L.M.1941 verzoek ik U beleefd mij te willen
mededeelen of naar Uw meening het contrôleerend personeel van mijn
dienst (ambtenaren in den buitendienst: te weten dagmarkten, Centrale
Markt, Vischmarkt en Ventcontrôle) voor het verstrekken van bonloos
voedsel in aanmerking komen.
Bovendien verzoek ik U dit te willen beoordeelen ten aanzien
van de werklieden, dienstdoende in het koelhuis op de Centrale Markt;
een en ander zoo mogelijk onder mededeeling, tot welke categorie
van personeel bovengenoemde groepen naar Uw meening behooren.
De Directeur, Deze brief is een formeel verzoek van een gemeentelijke dienstdirecteur aan de instantie die verantwoordelijk is voor de voedseldistributie in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is de vraag of bepaalde groepen personeel in aanmerking komen voor 'bonloos voedsel' (voedsel waarvoor geen distributiebonnen hoeven te worden ingeleverd).
Het gaat hierbij specifiek om:
1. Controleerend personeel in de buitendienst: Ambtenaren die toezicht houden op de dagmarkten, de Centrale Markt, de Vismarkt en de zogenaamde 'ventcontrole' (toezicht op straatverkopers).
2. Werklieden in het koelhuis: Arbeiders die fysiek zwaar werk verrichten in de koelinstallaties van de Centrale Markthallen.
De brief refereert aan een specifiek besluit van de burgemeester van 26 september 1941, wat duidt op nieuwe of gewijzigde regelgeving omtrent extra rantsoenen of collectieve maaltijden voor bepaalde beroepsgroepen. In oktober 1941 was Nederland reeds ruim een jaar bezet door nazi-Duitsland en was het distributiestelsel voor levensmiddelen volledig van kracht. Vanwege toenemende tekorten werd de toewijzing van voedsel strikt gereguleerd via bonkaarten.
Bepaalde groepen werknemers die zwaar lichamelijk werk verrichtten of lange dagen maakten in de buitenlucht (zoals de hier genoemde marktmeesters en koelhuisarbeiders), konden aanspraak maken op extra rantsoenen of maaltijden zonder bonnen. Dit was essentieel om de vitale functies van de stad, zoals de voedselvoorziening via de Centrale Markthallen, draaiende te houden.
De Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening, gevestigd aan de Van Reigersbergenstraat, was het zenuwcentrum voor de Amsterdamse distributie. De burgemeester van Amsterdam was in deze periode de door de bezetter aangestelde Edward Voûte. De bureaucratische toon van de brief illustreert hoe de dagelijkse gang van zaken en de zorg voor het personeel moesten navigeren binnen de complexe regels van de bezettingseconomie.