Typschrift (doorslag) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Typschrift (doorslag) met handgeschreven kanttekeningen. 9 december 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). [Rechtsboven, getypt:]
VB/HG.
[Midden boven, handgeschreven in paarse inkt:]
verzonden 9/12
[Adres, getypt:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Kenmerk en datum:]
8A/101/5 M. 9 December 1941.
Verstrekking van warm voedsel
aan gemeentepersoneel.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw circulaire d.d. 20 November jl.
No. 543 L.M. inzake verstrekking van warm voedsel aan gemeenteperso-
neel, heb ik de eer U te berichten, dat zich bij mijn dienst 49
gegadigden hebben opgegeven. Daarvan zijn 31 personen werkzaam op de
Centrale Markt met afwisselenden dienst, 8 personen op de Visch-
markt, 3 personen op de dagmarkten (waarvan 1 rouleerend) en 7 per-
sonen op het Hoofdkantoor.
[Afsluiting:]
De Directeur,
[Onderaan, handgeschreven:]
[Paraaf]
84222 * Context van schaarste: Het document stamt uit december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting. Voedseltekorten namen toe en distributiemaatregelen werden strenger.
* Sociale zorg voor personeel: De brief illustreert hoe de gemeente Amsterdam (gezien de termen "Wethouder voor de Levensmiddelen" en "Centrale Markt") probeerde haar personeel te ondersteunen door het verstrekken van warme maaltijden. Dit was een belangrijke secundaire arbeidsvoorwaarde in een tijd waarin brandstof en ingrediënten voor thuisgebruik schaars waren.
* Organisatorische structuur: De verdeling van de 49 gegadigden geeft inzicht in de personele bezetting van de marktdiensten op dat moment: de overgrote meerderheid werkte op de Centrale Markt (31 personen in ploegendienst), gevolgd door de Vischmarkt, de dagmarkten en het hoofdkantoor.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten"), typerend voor de correspondentie tussen gemeentelijke diensten in die periode. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de "Wethouder voor de Levensmiddelen" een cruciale post binnen het Amsterdamse college van B&W. Deze functionaris was verantwoordelijk voor de voedselvoorziening en de distributie in de stad onder toezicht van de bezetter. Het aanbieden van warm voedsel aan ambtenaren was onderdeel van een breder beleid om cruciale gemeentediensten draaiende te houden ondanks de toenemende ontberingen. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) bleef gedurende de oorlog een vitaal logistiek knooppunt voor de voedselstroom naar de stad.