Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag). 3 november 1941. De Directeur (van een gemeentelijke dienst). (Handgeschreven in paars): Verzonden 4/11
HG.
den Heer Wethouder voor
de Arbeidszaken,
Raadhuis,
A l h i e r .
8A/116/2 M. 3 November 1941.
Naar aanleiding van Uw circulaire d.d. 29 October jl. No. 1350
f Arb. 1941 heb ik de eer U te berichten, dat bij mijn dienst geen
arbeidscontractanten te werk zijn gesteld.
De Directeur, Het document is een kort, formeel schrijven van een directeur van een gemeentelijke dienst aan de wethouder van arbeidszaken. De brief is een reactie op een eerdere circulaire (nummer 1350 f Arb. 1941) van 29 oktober 1941. De directeur meldt dat er binnen zijn dienst geen personen werkzaam zijn die de status van "arbeidscontractant" hebben. De taal is zeer hoffelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten"). De handgeschreven aantekening wijst op de feitelijke verzending op de dag na datering. De brief dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de administratieve controle op de arbeidsmarkt groot. De term "arbeidscontractanten" verwees vaak naar mensen die via de werkverschaffing of onder specifieke overheidsregelingen tewerkgesteld waren. De bezetter en de gelijkgeschakelde Nederlandse administratie hielden nauwgezet bij wie waar werkte, mede met het oog op de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling in Duitsland) of om grip te krijgen op de werkgelegenheidsprojecten. Dit type correspondentie was routine binnen de gemeentelijke bureaucratie om aan de informatieplicht van hogere organen te voldoen.
Samenvatting
Het document is een kort, formeel schrijven van een directeur van een gemeentelijke dienst aan de wethouder van arbeidszaken. De brief is een reactie op een eerdere circulaire (nummer 1350 f Arb. 1941) van 29 oktober 1941. De directeur meldt dat er binnen zijn dienst geen personen werkzaam zijn die de status van "arbeidscontractant" hebben. De taal is zeer hoffelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten"). De handgeschreven aantekening wijst op de feitelijke verzending op de dag na datering.
Historische Context
De brief dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de administratieve controle op de arbeidsmarkt groot. De term "arbeidscontractanten" verwees vaak naar mensen die via de werkverschaffing of onder specifieke overheidsregelingen tewerkgesteld waren. De bezetter en de gelijkgeschakelde Nederlandse administratie hielden nauwgezet bij wie waar werkte, mede met het oog op de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling in Duitsland) of om grip te krijgen op de werkgelegenheidsprojecten. Dit type correspondentie was routine binnen de gemeentelijke bureaucratie om aan de informatieplicht van hogere organen te voldoen.