Archiefdocument
Origineel
6 november 1941. De Directeur der afdeling Arbeidszaken (ondertekend door Huberts). [Getypte tekst]
P/B. $N^o 8^A/120/1$ 11. 1941 ~~7/11~~
G E M E E N T E A M S T E R D A M.
No. 2026 Arb. 1941. AMSTERDAM, 6 November 1941.
2 Bijlagen.
De in bijgaande kennisgevingen vermelde besluiten tot wijziging van het Ambtenarenreglement en Werkliedenreglement dienen alsnog ter kennis van de ambtenaren en werklieden te worden gebracht.
Aan de Stadsdrukkerij is opdracht gegeven, U de noodige exemplaren van bovenbedoelde kennisgevingen, met ontvangstbewijzen, te doen toekomen. Het aantal kennisgevingen, dat U zal worden toegezonden, zal gelijk zijn aan het door Uw diensttak in 1938 bestelde aantal Ambtenarenreglementen en Werkliedenreglementen.
Beleefd verzoek ik U, na ontvangst van de hierboven bedoelde kennisgevingen, voor de uitreiking daarvan aan de bij Uw diensttak werkzaam zijnde ambtenaren en werklieden te willen doen zorg dragen.
De Directeur der afdeeling Arbeidszaken,
(Handtekening: Huberts)
Aan Heeren Hoofden van
Diensten, Bedrijven en
Administratiën.
Arb.Z., Stadhuis,
Nov.'41, A'dam.
[Handgeschreven aantekeningen]
(Rechtsboven:) ni. Dir. [?] (en een onleesbare paraaf)
(Onderaan:)
Op 8 Januari 1942 kennisgevingen
wijziging Ambtenarenreglement ont-
vangen & d.v. uitgereikt aan de
ambtenaren.
Op 5 Febr. 1942 idem aan
de werklieden.
(Paraaf) PA Dit document illustreert de formele administratieve gang van zaken binnen het Amsterdamse gemeenteapparaat. De brief dient als instructie voor afdelingshoofden om hun personeel te informeren over reglementswijzigingen.
Opvallend zijn de handgeschreven administratieve aantekeningen onderaan de brief. Deze fungeren als een 'logboek' van de uitvoering: er wordt expliciet genoteerd dat de informatie pas in januari en februari 1942 (twee tot drie maanden na de dagtekening) daadwerkelijk is uitgereikt aan de ambtenaren en werklieden. De verwijzing naar het bestelaantal van 1938 voor de Stadsdrukkerij suggereert een pragmatische aanpak van de logistiek op basis van bekende personeelssterktes van vóór de oorlog. Het document is opgesteld in november 1941, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode ondergingen de gemeentelijke reglementen ingrijpende veranderingen als gevolg van de 'gelijkschakeling' door de bezetter. Eerder dat jaar waren Joodse ambtenaren ontslagen na de invoering van de Ariërverklaring.
Hoewel de tekst van de brief strikt zakelijk en bureaucratisch is, vonden dergelijke reglementswijzigingen in 1941 plaats tegen een achtergrond van toenemende repressie en de herinrichting van de overheid volgens nationaalsocialistische lijnen. De Directeur van Arbeidszaken in die tijd, Huberts, was verantwoordelijk voor het uitvoeren van dit personeelsbeleid binnen de Amsterdamse context. De aanzienlijke vertraging tussen het besluit (november) en de uitvoering (januari/februari) kan duiden op stroperige bureaucritie of schaarste in oorlogstijd (bijv. bij de Stadsdrukkerij).