Archiefdocument
Origineel
27 november 1941 De Directeur van de Dienst van het Marktwezen Den Heer Wethouder voor de Arbeidszaken, Alhier (Amsterdam) (Verzonden 27/11)
den Heer Wethouder
voor de Arbeidszaken,
A l h i e r .
8A/125/2 M
27 November 1941.
Naar aanleiding van Uw circulaire d.d. 24 dezer No. 2140a Arb.1941 heb ik de eer U te berichten, dat bij den Dienst van het Marktwezen geen personeel, als door U bedoeld, in dienst is.
De Directeur, Dit document is een formele, ambtelijke reactie van de directeur van de Dienst van het Marktwezen aan de Wethouder voor de Arbeidszaken. De kern van de boodschap is een korte ontkenning: er is bij deze specifieke dienst geen personeel werkzaam dat valt onder de categorie die in een eerdere circulaire (van 24 november 1941) werd beschreven.
De tekst is opgesteld in de destijds gebruikelijke beleefdheidsvormen ("heb ik de eer U te berichten"). Opvallend is het eufemistische of vage taalgebruik: "personeel, als door U bedoeld". Er wordt niet expliciet benoemd om wat voor soort personeel het gaat, wat wijst op een onderwerp dat via de genoemde circulaire reeds nauwkeurig was gedefinieerd. De datum van het document, 27 november 1941, is van groot historisch belang. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode voerde de bezetter, vaak via het Nederlandse ambtelijke apparaat, een stringente administratieve controle uit op het personeelsbestand.
De vage term "personeel, als door U bedoeld" in combinatie met de datum en de afdeling "Arbeidszaken", suggereert zeer sterk dat dit een reactie is op een maatregel van de bezetter. Veelal ging dit in 1941 om:
1. De uitsluiting van Joods personeel: Hoewel de meeste Joodse ambtenaren al eind 1940 waren ontslagen, bleven er controles en aanvullende inventarisaties plaatsvinden.
2. Politieke zuiveringen: Het opsporen van personeel dat vijandig stond tegenover het nationaalsocialisme of de bezetter.
3. De Arbeidseinsatz: Voorbereidingen voor de gedwongen tewerkstelling in Duitsland, waarbij gezocht werd naar 'overtollig' of specifiek personeel.
De brief is een voorbeeld van de bureaucratische werkelijkheid van de bezetting, waarbij Nederlandse overheidsinstanties werden gedwongen mee te werken aan het in kaart brengen van hun eigen personeel volgens de criteria van de nazi-ideologie of de oorlogseconomie. Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een formele, ambtelijke reactie van de directeur van de Dienst van het Marktwezen aan de Wethouder voor de Arbeidszaken. De kern van de boodschap is een korte ontkenning: er is bij deze specifieke dienst geen personeel werkzaam dat valt onder de categorie die in een eerdere circulaire (van 24 november 1941) werd beschreven.
De tekst is opgesteld in de destijds gebruikelijke beleefdheidsvormen ("heb ik de eer U te berichten"). Opvallend is het eufemistische of vage taalgebruik: "personeel, als door U bedoeld". Er wordt niet expliciet benoemd om wat voor soort personeel het gaat, wat wijst op een onderwerp dat via de genoemde circulaire reeds nauwkeurig was gedefinieerd.
Historische Context
De datum van het document, 27 november 1941, is van groot historisch belang. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode voerde de bezetter, vaak via het Nederlandse ambtelijke apparaat, een stringente administratieve controle uit op het personeelsbestand.
De vage term "personeel, als door U bedoeld" in combinatie met de datum en de afdeling "Arbeidszaken", suggereert zeer sterk dat dit een reactie is op een maatregel van de bezetter. Veelal ging dit in 1941 om:
1. De uitsluiting van Joods personeel: Hoewel de meeste Joodse ambtenaren al eind 1940 waren ontslagen, bleven er controles en aanvullende inventarisaties plaatsvinden.
2. Politieke zuiveringen: Het opsporen van personeel dat vijandig stond tegenover het nationaalsocialisme of de bezetter.
3. De Arbeidseinsatz: Voorbereidingen voor de gedwongen tewerkstelling in Duitsland, waarbij gezocht werd naar 'overtollig' of specifiek personeel.
De brief is een voorbeeld van de bureaucratische werkelijkheid van de bezetting, waarbij Nederlandse overheidsinstanties werden gedwongen mee te werken aan het in kaart brengen van hun eigen personeel volgens de criteria van de nazi-ideologie of de oorlogseconomie.