Administratieve memo/geleidebiljet (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Administratieve memo/geleidebiljet (Algemene Zaken Model No. 14). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 8 A/120/1 1941
DOORGEZONDEN: 4/12-’41.
[Handgeschreven in rood middenboven:]
8 A / 120 / 2
[Handgeschreven rechtsboven:]
9/12/41 48
[Hoofdtekst handgeschreven:]
Naar aanleiding van
Uw brief dd. 3 dezer no. 2182/Afb. 1941
heb ik de eer U te berichten, dat ambtenaren
of werklieden, bedoeld onder A, sedert het
jaar 1934 niet bij mijn dienst zijn ontslagen.
Ook personeel, bedoeld onder B, was
bij mijn dienst niet werkzaam.
[Ondertekening/Paraaf:]
vD
[gevolgd door een rode streep/krabbel]
[Linksonder voorgedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Inhoud: Het document is een formeel antwoord op een schrijven van 3 december 1941 (brief no. 2182/Afb. 1941). De afzender verklaart dat er sinds 1934 geen "ambtenaren of werklieden" uit categorie A zijn ontslagen bij zijn dienst. Tevens wordt gemeld dat personeel uit categorie B nooit werkzaam is geweest bij de betreffende dienst.
* Terminologie: Het gebruik van "categorie A" en "categorie B" in een administratieve context in december 1941 wijst vrijwel zeker op de rassenclassificaties die door de Duitse bezetter waren ingevoerd.
* Vorm: Het betreft een standaardformulier ("Model No. 14") dat veelvuldig werd gebruikt voor interne correspondentie en doorzendingen binnen de Nederlandse bureaucratie. Dit document moet worden gezien in het licht van de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging in Nederland. In de loop van 1940 en 1941 moesten alle overheidsinstellingen opgave doen van hun personeelsbestand.
* Categorie A verwees doorgaans naar personen met drie of vier Joodse grootouders ("Voljoden").
* Categorie B verwees naar personen met één of twee Joodse grootouders ("Mischlinge").
De verklaring dat er sinds 1934 niemand uit deze categorieën is ontslagen (en dat categorie B er nooit werkte), was een ambtelijke manier om te bevestigen dat de betreffende dienst op dat moment "vrij" was van Joods personeel volgens de criteria van de bezetter. Het is een voorbeeld van de kille, bureaucratische afhandeling van de uitsluiting van Joodse burgers uit het openbare leven.