Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 19 december 1941. Burgemeester van Amsterdam, op voorstel van de Wethouder voor de Arbeidszaken. No. 1190^X Arb. 1941.
1146 Km. 1941
No 0A / 132 / 4 M. 341 24/12 Marktw.
Uitvoeringsvoorschriften besluit in zake loon- en salarisherziening.
[Handgeschreven aantekeningen rechtsboven: mi. Dir / Th. [onleesbaar] / H. Müller]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrijdag, 19 December 1941.
Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken neemt de Burgemeester het volgende besluit:
De Burgemeester van Amsterdam,
Gezien zijn besluit, dd. heden, No. 487;
Overwegende, dat ter uitvoering van genoemd besluit enkele regelen dienen te worden gegeven:
B e s l u i t :
A. onder intrekking van alle vroeger genomen besluiten, voor zoover daarin onderstaande punten eveneens, doch anders, zijn geregeld, te bepalen, voor zooveel ambtenaren betreft, gerekend te zijn ingegaan 1 Augustus 1941 en, voor zooveel werklieden betreft, gerekend te zijn ingegaan met de eerste loonweek van Augustus 1941:
I. dat aan inwonende jeugdige dienstboden der Ziekenhuizen en daarmede ten deze gelijk te stellen inrichtingen een toeslag op het loon zal worden toegekend van:
f.0,96 per week bij 22-jarigen leeftijd
" 2,64 " " " 21- " "
" 3,88 " " " 20- " "
" 4,56 " " " 19- " "
" 4,76 " " " 18- " " ;
II. dat aan werklieden, die tijdelijk dienst doen in een ambtenaarsfunctie, een toeslag op het loon zal worden gegeven volgens onderstaande tabel:
TOESLAGREGELING VOOR DIENSTDOENDE AMBTENAREN.
| Loon als werkman | Toeslag als dienstdoend ambtenaar ingedeeld in salarisgroep: | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| L o o n k l a s s e | uurloon cent | I cent | II cent | III cent | IV cent |
| I | 51 – 59 | 4 | 6 | 8 | 10 |
| I voorman | 57 – 65 | 2 | 4 | 6 | 8 |
| II | 54 – 62 | 2 | 4 | 6 | 10 |
| II voorman | 60 – 68 | 1 | 4 | 6 | 8 |
| III | 57 – 65 | 2 | 4 | 6 | 8 |
| III voorman | 63 – 71 | - | 2 | 4 | 8 |
| IV | 60½ - 68½ | - | 2 | 4 | 8 |
| voorman over werklieden lager dan IVe loonklasse | 66½ - 74½ | - | 1 | 4 | 6 |
| voorman over werklieden IVe loonklasse | 69½ - 77½ | - | - | 2 | 6 |
| V | 63½ - 71½ | - | 2 | 4 | 8 |
| voorman over werklieden lager dan IVe loonklasse | 69½ - 77½ | - | - | 2 | 6 |
| voorman over werklieden IVe en Ve loonklasse | 72½ - 80½ | - | - | 1 | 4 |
III. dat aan werklieden, die behooren tot de zgn. tramreserve, een toeslag op het loon zal worden gegeven van f.2,88 per week;
C.S. Stadhuis
A'dam 12-'41 Dit document is een administratief uittreksel van een besluit genomen door de Burgemeester van Amsterdam. Het heeft tot doel de loon- en salarispositie van specifieke groepen gemeentepersoneel te corrigeren of aan te vullen met terugwerkende kracht tot augustus 1941.
De belangrijkste maatregelen zijn:
1. Jeugdige dienstboden: Inwonend personeel van ziekenhuizen ontvangt een wekelijkse toeslag die degressief is met de leeftijd (hoe jonger de werknemer, hoe hoger de toeslag, waarschijnlijk om een lager basisloon te compenseren).
2. Tijdelijk dienstdoende ambtenaren: Voor handarbeiders (werklieden) die tijdelijk administratieve of leidinggevende functies vervullen, wordt een gedetailleerde toeslagtabel gehanteerd. De hoogte van de toeslag is afhankelijk van hun oorspronkelijke loonklasse en de salarisgroep waarin ze tijdelijk zijn ingedeeld.
3. Tramreserve: Voor een specifieke groep bij het gemeentelijk vervoer wordt een vaste toeslag van 2,88 gulden per week vastgesteld.
De handgeschreven aantekeningen en stempels (zoals 'Marktw.') suggereren dat dit document circuleerde tussen verschillende gemeentelijke diensten, mogelijk de Dienst der Marktwezen. Dit besluit is gedateerd op 19 december 1941, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De burgemeester op dat moment was Edward Voûte. Omdat de gemeenteraad door de bezetter buiten werking was gesteld, werden besluiten genomen door de burgemeester en wethouders als autoritaire organen.
Economisch gezien was 1941 een jaar van toenemende schaarste en inflatie. Dergelijke loonherzieningen waren noodzakelijk om het personeelsapparaat van de stad draaiende te houden en de koopkracht van lagere loongroepen (zoals dienstboden en werklieden) enigszins te beschermen binnen de grenzen die de Duitse bezetter stelde aan loonstijgingen. De focus op ziekenhuizen en de tramreserve onderstreept het belang van vitale sectoren tijdens de oorlogsjaren.