Archief 745
Inventaris 745-345
Pagina 449
Dossier 106
Jaar 1941
Stadsarchief

Intern ambtelijk memo/verzoekschrift.

22 december 1941.

Origineel

Intern ambtelijk memo/verzoekschrift. 22 december 1941. [Linksboven:]
Aanstelling
jeugdig schrijver

[Rechtsboven:]
Schiedam, 22/12 1941
[In rood potlood:] PA/136/1 M
[In blauw potlood:] 24/12/41 PR

W. L. M.

Door een andere indeeling der werkzaamheden op het Hoofdkantoor van mijn dienst, als gevolg van sedert het ontslag van de Joodsche ambtenaren (zie ook mijn rapport dd. 12 Oct. j.l. no. PA/131/1), verricht de schrijver H. J. van Gremmigen, die tevens als eerste typist optrad, sedert geruimen tijd uitsluitend administratieve werkzaamheden; de schrijver, tevens tweede typist, H. Groeneveld, verricht in verband hiermede alle typewerkzaamheden, doet boodschappen en treedt ook overigens als jongste bediende op. Een en ander belemmert echter het goed functionneeren van de administratie op het Hoofdkantoor, terwijl bij ziekte of vacantie hierdoor moeilijkheden ontstaan. Ik acht het derhalve noodzakelijk, dat een jeugdig schrijver, die als jongste bediende dienst zal doen en als tweede typist moet worden opgeleid, bij mijn dienst wordt aangesteld.

Eischen: Leeftijd ca 17 - 18 jaar; goede

[In de linkermarge verticaal geschreven:]
Th. betuigt Het document is een zakelijk verzoek om een nieuwe personeelskracht aan te stellen binnen een niet nader genoemde gemeentelijke of overheidsdienst in Schiedam. De auteur schetst een knelpunt in de werkdrukverdeling. Door een verschuiving in taken doet de eerste typist (Van Gremmigen) nu enkel nog administratief werk, waardoor de tweede typist (Groeneveld) overbelast raakt met al het typewerk én de taken van een loopjongen/jongste bediende. De schrijver vreest voor de continuïteit bij ziekte of verlof en stelt voor een nieuwe jongere aan te nemen die opgeleid kan worden tot tweede typist.

De tekst is geschreven in een zakelijke, ambtelijke stijl die typerend is voor de vroege jaren '40. Opvallend zijn de handmatige correcties (zoals "verricht" dat over "doet" is geschreven). Dit document is historisch zeer relevant vanwege de terloopse, maar expliciete vermelding van de aanleiding voor de reorganisatie: "het ontslag van de Joodsche ambtenaren".

In november 1940 vaardigde de Duitse bezetter een verordening uit die bepaalde dat alle Joodse ambtenaren uit hun functie moesten worden ontheven. Begin 1941 volgde het definitieve ontslag. Dit document uit december 1941 laat de praktische gevolgen van deze zuivering zien op lokaal niveau: het leidde tot onderbezetting en een noodzakelijke herverdeling van taken.

Het document illustreert hoe de uitsluiting van de Joodse bevolking in de administratieve machine werd verwerkt als een logistiek probleem. Terwijl Joodse burgers hun broodwinning en rechten verloren, werd hun vertrek in ambtelijke memo’s zoals deze louter behandeld als een reden om nieuwe 'arische' jongeren aan te nemen om de gaten in de bezetting te vullen.

Samenvatting

Het document is een zakelijk verzoek om een nieuwe personeelskracht aan te stellen binnen een niet nader genoemde gemeentelijke of overheidsdienst in Schiedam. De auteur schetst een knelpunt in de werkdrukverdeling. Door een verschuiving in taken doet de eerste typist (Van Gremmigen) nu enkel nog administratief werk, waardoor de tweede typist (Groeneveld) overbelast raakt met al het typewerk én de taken van een loopjongen/jongste bediende. De schrijver vreest voor de continuïteit bij ziekte of verlof en stelt voor een nieuwe jongere aan te nemen die opgeleid kan worden tot tweede typist.

De tekst is geschreven in een zakelijke, ambtelijke stijl die typerend is voor de vroege jaren '40. Opvallend zijn de handmatige correcties (zoals "verricht" dat over "doet" is geschreven).

Historische Context

Dit document is historisch zeer relevant vanwege de terloopse, maar expliciete vermelding van de aanleiding voor de reorganisatie: "het ontslag van de Joodsche ambtenaren".

In november 1940 vaardigde de Duitse bezetter een verordening uit die bepaalde dat alle Joodse ambtenaren uit hun functie moesten worden ontheven. Begin 1941 volgde het definitieve ontslag. Dit document uit december 1941 laat de praktische gevolgen van deze zuivering zien op lokaal niveau: het leidde tot onderbezetting en een noodzakelijke herverdeling van taken.

Het document illustreert hoe de uitsluiting van de Joodse bevolking in de administratieve machine werd verwerkt als een logistiek probleem. Terwijl Joodse burgers hun broodwinning en rechten verloren, werd hun vertrek in ambtelijke memo’s zoals deze louter behandeld als een reden om nieuwe 'arische' jongeren aan te nemen om de gaten in de bezetting te vullen.

Locaties

Schiedam.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Donkers Uilenburg V
A. Kaas Uilenburg V
A. Kerkhoff Uilenburg V
A. Klaassen Uilenburg
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
B. Velthuis Uilenburg
C. Blom Uilenburg
C.W. Egberts Uilenburg Augustus 1941
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6