Getypte ambtelijke brief (doorslag of stencil).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag of stencil). 6 oktober 1941. De Directeur (vermoedelijk van de dienst Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). HG.
extra
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
8B/3/4 M. 6 October 1941.
Ter voldoening aan de missive van Uw Ambtgenoot voor de
Pensioenen d.d. 27 Januari 1936 No.201 A.P.B. (No.86 L.M.) heb ik de
eer U te berichten, dat gedurende het derde kwartaal 1941 bij het
Marktwezen geen werkzaamheden zijn opgedragen aan personen, wien
Pensioen ex de Pensioenwet 1922 (S.240) was toegekend.
De Directeur, Dit is een formele, ambtelijke mededeling waarin wordt gerapporteerd over de inzet van gepensioneerden. De toon is uiterst zakelijk en volgt de gangbare administratieve conventies van die tijd ("heb ik de eer U te berichten"). De kern van de boodschap is een 'nihil-mededeling': over het derde kwartaal van 1941 zijn er bij de dienst Marktwezen geen werkzaamheden verricht door personen die een pensioen genoten op basis van de Pensioenwet van 1922.
Het document illustreert de nauwgezette administratieve controle op de combinatie van pensioen en arbeid, een procedure die blijkbaar al in 1936 was vastgelegd en tijdens de bezettingsjaren werd voortgezet. Het document dateert uit oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie draaide de gemeentelijke bureaucratie (waarschijnlijk van Amsterdam, gezien de diensten Marktwezen en Levensmiddelen) grotendeels door volgens vooroorlogse richtlijnen.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze periode een cruciale en zware taak vanwege de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel. Dat er specifiek gerapporteerd moest worden over werkende gepensioneerden kan te maken hebben met regels tegen "dubbele inkomsten" of met de arbeidsmarktbeheersing onder het bezettingsregime. Het feit dat de brief is geadresseerd aan "Alhier" duidt op intern verkeer binnen hetzelfde stadhuis of dezelfde gemeente. Marktwezen Stadhuis
Samenvatting
Dit is een formele, ambtelijke mededeling waarin wordt gerapporteerd over de inzet van gepensioneerden. De toon is uiterst zakelijk en volgt de gangbare administratieve conventies van die tijd ("heb ik de eer U te berichten"). De kern van de boodschap is een 'nihil-mededeling': over het derde kwartaal van 1941 zijn er bij de dienst Marktwezen geen werkzaamheden verricht door personen die een pensioen genoten op basis van de Pensioenwet van 1922.
Het document illustreert de nauwgezette administratieve controle op de combinatie van pensioen en arbeid, een procedure die blijkbaar al in 1936 was vastgelegd en tijdens de bezettingsjaren werd voortgezet.
Historische Context
Het document dateert uit oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie draaide de gemeentelijke bureaucratie (waarschijnlijk van Amsterdam, gezien de diensten Marktwezen en Levensmiddelen) grotendeels door volgens vooroorlogse richtlijnen.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze periode een cruciale en zware taak vanwege de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel. Dat er specifiek gerapporteerd moest worden over werkende gepensioneerden kan te maken hebben met regels tegen "dubbele inkomsten" of met de arbeidsmarktbeheersing onder het bezettingsregime. Het feit dat de brief is geadresseerd aan "Alhier" duidt op intern verkeer binnen hetzelfde stadhuis of dezelfde gemeente.