Dienstbrief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 14 februari 1941. De Wethouder voor de Pensioenen (waarschijnlijk Jan Koopman). De Wethouder voor de Levensmiddelen, enz. GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. P.B.
No. 119/1/230 hm. 1941
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 14 FEB. 1941
Onder verwijzing naar de desbetreffende circulaire van 6 Maart 1925, No. 604 P.B., en voor zooveel noodig tevens naar die van 3 Februari 1931, No. 252 P.B., heb ik de eer U beleefd te verzoeken mij, zoo mogelijk vóór 1 APR. 1941, wel een opgave te willen verstrekken van de ambtenaren en werklieden bij de onder U ressorteerende takken van dienst werkzaam, die gedurende het jaar 1940 twee of meer betrekkingen, waaraan uitzicht op pensioen ingevolge de Pensioenwet-1922 (Stbl. No. 240) was verbonden, gelijktijdig hebben bekleed, met vermelding van de verschillende bekleede betrekkingen, alsmede de Overheidslichamen of Onderwijsinrichtingen, waarbij die betrekkingen zijn vervuld. Bij die opgave zal ik gaarne zooveel mogelijk de bewijsstukken, als bedoeld in laatstgenoemde circulaire, ontvangen.
ET.
De Wethouder voor de Pensioenen,
(handtekening) Koopman
A a n
den Heer Wethouder
voor
de Levensmiddelen, enz.
(Handgeschreven aantekeningen en stempels)
10/2/41 RR (gekrabbeld)
No OB / 5 / 1 M.1941 19/2
OB / 5 / 217
(Stempelblok)
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze in handen van den Heer Directeur van het Marktwezen om advies.
A'dam, 17 Februari 1941 Dit document is een administratieve aanvraag binnen het Amsterdamse gemeentebestuur. De Wethouder voor de Pensioenen verzoekt zijn collega van de afdeling Levensmiddelen om een overzicht van personeel dat in 1940 meerdere functies tegelijkertijd bekleedde die beide pensioengerechtigd waren onder de Pensioenwet van 1922.
De kernpunten zijn:
* Doel: Inventarisatie van 'dubbele' pensioenopbouw om administratieve redenen en naleving van eerdere circulaires uit 1925 en 1931.
* Deadline: De informatie moet voor 1 april 1941 worden aangeleverd.
* Bureaucratische route: Onderaan is te zien dat de ontvanger (de Wethouder voor de Levensmiddelen) het verzoek op 17 februari direct heeft doorgeleid naar de Directeur van het Marktwezen voor advies. Dit illustreert hoe dergelijke verzoeken door de gemeentelijke hiërarchie naar beneden werden gestuurd naar de specifieke uitvoerende diensten. Hoewel dit op het eerste gezicht een routineus administratief document lijkt, is de datum uiterst relevant: februari 1941. Nederland was op dat moment bijna een jaar bezet door nazi-Duitsland.
- Bezettingstijd: In deze periode stond het Amsterdamse gemeentebestuur onder grote druk. Slechts elf dagen na het schrijven van deze brief, op 25 en 26 februari 1941, zou de Februaristaking uitbreken als protest tegen de Jodenvervolging.
- Bestuurlijke continuïteit: Het document laat zien dat de normale civiele administratie van de stad, inclusief pensioenregelingen gebaseerd op de vooroorlogse Nederlandse wetgeving (zoals de Pensioenwet-1922), in het begin van de bezetting nog grotendeels "business as usual" probeerde te voeren.
- Personen: De ondertekenaar is waarschijnlijk Jan Koopman (SDAP), die wethouder was tot hij later in 1941 door de bezetter werd ontslagen of gedwongen op te stappen toen de gemeenteraden werden ontbonden en het 'leidersbeginsel' werd ingevoerd. De ontvanger ("Wethouder voor de Levensmiddelen") was in deze periode vaak een kritieke post vanwege de naderende voedselschaarste en distributie. De ondertekenaar is waarschijnlijk Jan Koopman (SDAP) die wethouder was tot hij later in 1941 door de bezetter werd ontslagen of gedwongen op te stappen toen de gemeenteraden werden ontbonden en het 'leidersbeginsel' werd ingevoerd. De ontvanger ("Wethouder voor de Levensmiddelen") was in deze periode vaak een kritieke post vanwege de naderende voedselschaarste en distributie.