Administratieve brief (waarschijnlijk een doorslag/kopie).
Origineel
Administratieve brief (waarschijnlijk een doorslag/kopie). 7 januari 1941. De Directeur (dienst onbekend, mogelijk een gemeentelijke instelling). [Handgeschreven:] extra
[Rechtsboven:] HG.
[Geadresseerde:]
de Afdeeling Financiën,
Raadhuis, Kamer 55,
A l h i e r .
[Kenmerk en datum:]
10/1/1 M. [links]
7 Januari 1941. [rechts]
[Inhoud:]
In bijlage dezes doe ik U toekomen 28 ledige leges-
boekjes, no.'s 67801 tot en met 69600, 69701 tot en met 70300 en
48801 tot en met 49200. De legeszegels genummerd 69601 tot en met
69700 zijn wel gebruikt, doch de omslag is waarschijnlijk in het
ongereede geraakt.
[Ondertekening:]
De Directeur, De brief betreft een interne administratieve overdracht van legesboekjes binnen een gemeentelijke organisatie (het "Raadhuis"). Legesboekjes bevatten zegels die werden geplakt op officiële documenten als bewijs van betaling voor overheidsdiensten.
Uit de vermelde nummerreeksen valt af te leiden dat elk boekje waarschijnlijk 100 zegels bevatte:
* Reeks 1: 67801 - 69600 (1800 nummers = 18 boekjes)
* Reeks 2: 69701 - 70300 (600 nummers = 6 boekjes)
* Reeks 3: 48801 - 49200 (400 nummers = 4 boekjes)
* Totaal: 28 boekjes.
De directeur merkt op dat één specifieke reeks (69601-69700, precies 100 zegels oftewel één boekje) reeds verbruikt is, maar dat de fysieke omslag van dat boekje ontbreekt ("in het ongereede geraakt"). Dit duidt op een zeer nauwkeurige inventarisatie en verantwoording van waardepapieren. Het document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de inhoud strikt administratief en routineus is, illustreert het de continuïteit van de Nederlandse bureaucratie onder de bezetting.
De term "Alhier" in de adressering suggereert dat de afzender zich in hetzelfde pand of in ieder geval in dezelfde stad bevindt als de Afdeling Financiën. Gezien de terminologie en archiefstructuur is dit document zeer waarschijnlijk afkomstig uit het archief van de Gemeente Amsterdam of een vergelijkbare grote Nederlandse gemeente. De aanduiding "Kamer 55" in het Raadhuis is een specifiek detail dat kan helpen bij het herleiden van de exacte locatie van de betreffende dienst. Gemeente Amsterdam
Samenvatting
De brief betreft een interne administratieve overdracht van legesboekjes binnen een gemeentelijke organisatie (het "Raadhuis"). Legesboekjes bevatten zegels die werden geplakt op officiële documenten als bewijs van betaling voor overheidsdiensten.
Uit de vermelde nummerreeksen valt af te leiden dat elk boekje waarschijnlijk 100 zegels bevatte:
* Reeks 1: 67801 - 69600 (1800 nummers = 18 boekjes)
* Reeks 2: 69701 - 70300 (600 nummers = 6 boekjes)
* Reeks 3: 48801 - 49200 (400 nummers = 4 boekjes)
* Totaal: 28 boekjes.
De directeur merkt op dat één specifieke reeks (69601-69700, precies 100 zegels oftewel één boekje) reeds verbruikt is, maar dat de fysieke omslag van dat boekje ontbreekt ("in het ongereede geraakt"). Dit duidt op een zeer nauwkeurige inventarisatie en verantwoording van waardepapieren.
Historische Context
Het document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de inhoud strikt administratief en routineus is, illustreert het de continuïteit van de Nederlandse bureaucratie onder de bezetting.
De term "Alhier" in de adressering suggereert dat de afzender zich in hetzelfde pand of in ieder geval in dezelfde stad bevindt als de Afdeling Financiën. Gezien de terminologie en archiefstructuur is dit document zeer waarschijnlijk afkomstig uit het archief van de Gemeente Amsterdam of een vergelijkbare grote Nederlandse gemeente. De aanduiding "Kamer 55" in het Raadhuis is een specifiek detail dat kan helpen bij het herleiden van de exacte locatie van de betreffende dienst.