Archief 745
Inventaris 745-345
Pagina 533
Dossier 4
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

21 februari 1941 Van: De Directeur van de Dienst van het Marktwezen (Amsterdam) Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier")

Origineel

21 februari 1941 De Directeur van de Dienst van het Marktwezen (Amsterdam) De Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier") (Handgeschreven rechtsboven:) M. Müller
(Rode schuine streep door de naam)

(Midden boven:) M/HG.

10/4/1 M.
n 3
21 Februari 1941.

Maandelijksch overzicht
over December 1940 van ont-
vangsten en uitgaven dienst
Marktwezen. den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

                Gevolg gevende aan de opdracht vervat in de circu-

laire van Uw Ambtgenoot voor de Financiën d.d. 20 Juli 1939
(No.909/203 Fin.1939) heb ik de eer U in bijlage dezes een
overzicht over de maand December 1940 te doen toekomen.
De ramingen op de verschillende nummers van de be-
grooting van uitgaven van den dienst van het Marktwezen voor
het dienstjaar 1940 zullen, naar ik verwacht, voldoende zijn.
Ten aanzien van volgno. 87 (markt-, standplaats- en
ventgelden) van de begrooting van ontvangsten van dezen
dienst in genoemd dienstjaar heb ik de eer U te berichten,
dat op dit volgnummer rond ƒ 16.000,- minder werd ontvangen
dan op de oorspronkelijke begrooting werd geraamd. Deze lage-
re opbrengst houdt verband met de buitengewone tijdsomstan-
digheden.

                                        De Directeur, Dit document is een ambtelijke rapportage over de financiële situatie van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen aan het einde van het eerste oorlogsjaar (1940). De hoofdboodschap is een aanzienlijk tekort in de inkomsten uit markt-, standplaats- en ventgelden: er is circa 16.000 gulden minder binnengekomen dan verwacht.

De directeur gebruikt de term "buitengewone tijdsomstandigheden" als verklaring voor dit tekort. Dit is een veelvoorkomend eufemisme in administratieve stukken uit die tijd om de impact van de Duitse bezetting aan te duiden zonder deze expliciet te benoemen. De oorzaken van de lagere inkomsten waren divers: toenemende schaarste aan goederen waardoor markthandelaren minder te verkopen hadden, beperkingen in de mobiliteit en de eerste uitsluitingsmaatregelen tegen Joodse marktkooplieden, die een substantieel deel van de Amsterdamse markthandel vormden. De datum van de brief, 21 februari 1941, is historisch zeer saillant. Slechts vier dagen later, op 25 februari 1941, zou in Amsterdam de Februaristaking uitbreken als protest tegen de eerste razzia's op Joodse burgers. Het document toont de 'business as usual' van de gemeentelijke bureaucratie die, ondanks de escalerende terreur van de bezetter en de naderende volksopstand, de reguliere financiële verslaglegging voortzette.

De Dienst van het Marktwezen beheerde markten zoals de Albert Cuyp en het Waterlooplein. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale functie vanwege de invoering van de distributie en de zorg voor de voedselvoorziening in de stad. De handgeschreven naam "M. Müller" verwijst vermoedelijk naar een medewerker van de gemeentesecretarie of het archief die de afhandeling van het stuk registreerde.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke rapportage over de financiële situatie van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen aan het einde van het eerste oorlogsjaar (1940). De hoofdboodschap is een aanzienlijk tekort in de inkomsten uit markt-, standplaats- en ventgelden: er is circa 16.000 gulden minder binnengekomen dan verwacht.

De directeur gebruikt de term "buitengewone tijdsomstandigheden" als verklaring voor dit tekort. Dit is een veelvoorkomend eufemisme in administratieve stukken uit die tijd om de impact van de Duitse bezetting aan te duiden zonder deze expliciet te benoemen. De oorzaken van de lagere inkomsten waren divers: toenemende schaarste aan goederen waardoor markthandelaren minder te verkopen hadden, beperkingen in de mobiliteit en de eerste uitsluitingsmaatregelen tegen Joodse marktkooplieden, die een substantieel deel van de Amsterdamse markthandel vormden.

Historische Context

De datum van de brief, 21 februari 1941, is historisch zeer saillant. Slechts vier dagen later, op 25 februari 1941, zou in Amsterdam de Februaristaking uitbreken als protest tegen de eerste razzia's op Joodse burgers. Het document toont de 'business as usual' van de gemeentelijke bureaucratie die, ondanks de escalerende terreur van de bezetter en de naderende volksopstand, de reguliere financiële verslaglegging voortzette.

De Dienst van het Marktwezen beheerde markten zoals de Albert Cuyp en het Waterlooplein. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale functie vanwege de invoering van de distributie en de zorg voor de voedselvoorziening in de stad. De handgeschreven naam "M. Müller" verwijst vermoedelijk naar een medewerker van de gemeentesecretarie of het archief die de afhandeling van het stuk registreerde.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Donkers Uilenburg V
A. Kaas Uilenburg V
A. Kerkhoff Uilenburg V
A. Klaassen Uilenburg
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
Ass.bedrijfschef P.Lastmankade 37 II
B. Velthuis Uilenburg
C. Blom Uilenburg
C.W. Egberts Uilenburg Augustus 1941
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6