Doorslag van een officiële waarschuwingsbrief/dienstmededeling.
Origineel
Doorslag van een officiële waarschuwingsbrief/dienstmededeling. 29 augustus 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Amsterdamse Marktdienst). [Handgeschreven, rechtsboven:]
Zen. M. de Haan
HG.
[Handgeschreven, middenboven:]
M. worden 29/8-'41
[Getypte tekst:]
29 Augustus 1941.
Mij is gerapporteerd, dat U op Dinsdag 19 Augustus jl. op de markt Albert Cuypstraat te veel plaatsruimte hebt ingenomen.
Ik waarschuw U hierbij ernstig dit voortaan na te laten.
De Directeur,
Gezonden aan:
No.25/100/6 M. G.van Hilten, Govert Flinckstraat 312 hs
No.25/110/5 M. J.J.Andriessen, 1e Sweelinckstraat 7 I
No.25/110/4 M. D.Wendel, 1e J.v.d.Heydenstraat 34 II
No.25/110/2 M. J.Baars, Albert Cuypstraat 82 I Dit document is een formele, collectieve waarschuwing gericht aan vier marktkooplieden die op de Albert Cuypmarkt werkzaam waren. De overtreding was het innemen van te veel "plaatsruimte" op de marktdag van 19 augustus 1941. De toon van de brief is streng ("Ik waarschuw U hierbij ernstig"), wat duidt op een strikte handhaving van de marktreglementen door de Amsterdamse autoriteiten.
De administratieve nummers voor de namen (bijv. "No.25/100/6 M.") verwijzen zeer waarschijnlijk naar de specifieke vergunningsnummers of dossiernummers van de betrokkenen in de administratie van de Marktdienst. De handgeschreven notities bovenin zijn routeringsinstructies of parafen voor het archief. Het document dateert van augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de inhoud van de brief op het eerste gezicht een puur civiele, ordentelijke maatregel lijkt te zijn, is de tijdsgeest van groot belang.
In 1941 werd de controle op de openbare ruimte en de economie door de bezetter en het meewerkende ambtenarenapparaat steeds verstikkender. Specifiek voor de Amsterdamse markten was dit een turbulente periode: vanaf het voorjaar van 1941 werden er steeds meer beperkende maatregelen opgelegd aan Joodse marktkooplieden, wat uiteindelijk in september 1941 (vlak na de datum van deze brief) zou leiden tot de instelling van aparte 'Jodenmarkten' en een totaalverbod voor Joden op de reguliere markten. De Albert Cuypmarkt, gelegen in de Pijp, was een centraal punt in deze ontwikkelingen. Dit document illustreert de bureaucratische nauwkeurigheid waarmee de markt in die jaren werd beheerd. D. Wendel G. van Hilten J. Baars J.J. Andriessen M. de Haan