Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 122
Dossier 37
Jaar 1941
Stadsarchief

Gedrukte officiële ambtelijke tekst (waarschijnlijk een extract uit een Staatsblad of verzameling van uitvoeringsbesluiten).

Omstreeks 1940/1941 (gebaseerd op de geciteerde resolutie en historische context).

Origineel

Gedrukte officiële ambtelijke tekst (waarschijnlijk een extract uit een Staatsblad of verzameling van uitvoeringsbesluiten). Omstreeks 1940/1941 (gebaseerd op de geciteerde resolutie en historische context). [Pagina 2]

Volgn. 286                                                    2

(5) In afwachting van het te leveren bewijs of van het alsnog doen van aangifte kunnen de goederen op den voet van artikel 192ter der Algemeene Wet van 26 Augustus 1822 (Staatsblad No. 38) worden opgehouden, of, met inachtneming van de bepalingen van artikel 242 dier wet, tegen zekerheidstelling worden ontslagen.

§ 3.

Indien goederen bij invoer in strijd met de waarheid als herkomstig uit het Duitsche douanegebied worden aangegeven, het bewijs van de juistheid dier aangifte niet binnen den daartoe ingevolge het tweede lid van paragraaf 2 gestelden termijn wordt geleverd of niet binnen dien termijn wordt aangetoond, dat de goederen uit het Duitsche douanegebied zijn uitgevoerd zonder dat ter zake vrijstelling of teruggaaf van belasting wordt verleend, geldt zulks als een onjuiste omschrijving van de in artikel 120, onder 3°, der genoemde Algemeene Wet bedoelde bijzonderheden.

ONDERDEEL II.

In de Uitvoeringsresolutie-Omzetbelasting 1940 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

§ 4.

In paragraaf 10 wordt na onderdeel B opgenomen een onderdeel luidende als volgt:

C.

(1) Het in de onderdeelen A en B vermelde is niet van toepassing ten aanzien van goederen, welke worden uitgevoerd met bestemming naar een land, ten aanzien waarvan de Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën op grond van art. 17 van het besluit heeft bepaald, dat bij invoer uit dat land heffing van invoerbelasting geheel achterwege blijft, tenzij aannemelijk is dat zij niet in dat land in het vrije verkeer worden gebracht.

(2) Bij opslag in een entrepot voor buitenlandsche goederen wordt teruggaaf van omzetbelasting slechts genoten, indien de desbetreffende documenten zijn voorzien van een verklaring, dat de goederen niet zullen worden uitgevoerd met bestemming om in een land, ten aanzien waarvan de Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën op grond van art. 17 van het besluit heeft bepaald, dat bij invoer uit dat land heffing van invoerbelasting geheel achterwege blijft, in het vrije verkeer te worden gebracht en die verklaring den visiteerenden ambtenaren aannemelijk voorkomt.

(3) Worden goederen, ten aanzien waarvan de in het vorig lid bedoelde verklaring is afgelegd, niettemin uitgevoerd met bestemming om in een land, ten aanzien waarvan de Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën op grond van art. 17 van het besluit heeft bepaald, dat bij invoer uit dat land heffing van invoerbelasting geheel achterwege blijft,

[Pagina 3]

3                                                                         Volgn. 286

in het vrije verkeer te worden gebracht, dan is de ondernemer, die de goederen in het entrepot heeft opgeslagen, gehouden het bedrag van de niet geheven omzetbelasting alsnog te voldoen.

Paragraaf 10, onderdeel C, wordt onderdeel D. Aan het eerste lid van dat onderdeel wordt toegevoegd : tenzij aannemelijk is, dat de goederen in hoofdzaak zullen worden gebruikt, terwijl het schip zich bevindt in een land, ten aanzien waarvan de Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën op grond van art. 17 van het besluit heeft bepaald, dat bij invoer uit dat land heffing van invoerbelasting geheel achterwege blijft.

§ 5.

In paragraaf 20 wordt aan onderdeel A een tweede lid toegevoegd, luidende als volgt:

(2) Als invoer uit het buitenland, als is bedoeld in het vorig lid, wordt niet aangemerkt de invoer van goederen, van welke heffing van invoerbelasting niet heeft plaats gevonden.

In paragraaf 20 wordt na onderdeel K opgenomen een onderdeel, luidende als volgt:

L.

(1) De onderdeelen F tot en met K van deze paragraaf vinden geen toepassing ten aanzien van goederen, welke worden uitgevoerd met bestemming naar een land, ten aanzien waarvan de Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën op grond van art. 17 van het besluit heeft bepaald, dat bij invoer uit dat land heffing van invoerbelasting geheel achterwege blijft, tenzij aannemelijk is, dat zij niet in dat land in het vrije verkeer worden gebracht.

(2) Bij opslag in een entrepot voor buitenlandsche goederen wordt teruggaaf van omzetbelasting of invoerbelasting slechts genoten, indien de desbetreffende documenten zijn voorzien van een verklaring, dat de goederen niet zullen worden uitgevoerd met bestemming om in een land, ten aanzien waarvan de Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën op grond van art. 17 van het besluit heeft bepaald, dat bij invoer uit dat land heffing van invoerbelasting geheel achterwege blijft, in het vrije verkeer te worden gebracht en die verklaring den visiteerenden ambtenaren aannemelijk voorkomt.

(3) Worden goederen, ten aanzien waarvan de in het vorig lid bedoelde verklaring is afgelegd, niettemin uitgevoerd met bestemming om in een land, ten aanzien waarvan de Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën op grond van art. 17 van het besluit heeft bepaald, dat bij invoer uit dat land heffing van invoerbelasting geheel achterwege blijft, in het vrije verkeer te worden gebracht, dan is de ondernemer, aan wien Het document bevat gedetailleerde juridische bepalingen omtrent de heffing en teruggave van omzetbelasting en invoerbelasting. Centraal staan de regels voor goederen die worden opgeslagen in entrepots (douane-entrepots) of worden geëxporteerd.

De tekst valt op door:
* Verwijzingen naar oudere wetgeving: Er wordt verwezen naar de Algemeene Wet van 26 Augustus 1822, wat de continuïteit van de Nederlandse douanewetgeving benadrukt.
* Specifieke fiscale uitzonderingen: Er worden voorwaarden gespecificeerd waarbij heffingen achterwege blijven wanneer goederen naar landen gaan waarmee speciale afspraken bestaan (via de Secretaris-Generaal).
* Controlemechanismen: De vermelding van "visiteerenden ambtenaren" en de noodzaak van verklaringen op documenten tonen de administratieve bewijslast aan voor belastingvrijstellingen. Deze pagina's maken deel uit van de fiscale aanpassingen in Nederland kort na het begin van de Duitse bezetting in 1940. De term "Duitsche douanegebied" in paragraaf 3 is hierbij cruciaal; dit duidt op de economische integratie van de bezette gebieden met het Duitse Rijk.

Tijdens de bezetting werden ministers vervangen door Secretarissen-Generaal, die de dagelijkse leiding over de departementen kregen en verregaande bevoegdheden hadden om besluiten te nemen en reglementen aan te passen. Dit verklaart waarom de "Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën" in dit document als de beslissende autoriteit wordt opgevoerd. De tekst illustreert hoe technische fiscale regels werden gebruikt om het handelsverkeer binnen de nieuwe geopolitieke machtsverhoudingen van de Tweede Wereldoorlog te reguleren.

Samenvatting

Het document bevat gedetailleerde juridische bepalingen omtrent de heffing en teruggave van omzetbelasting en invoerbelasting. Centraal staan de regels voor goederen die worden opgeslagen in entrepots (douane-entrepots) of worden geëxporteerd.

De tekst valt op door:
* Verwijzingen naar oudere wetgeving: Er wordt verwezen naar de Algemeene Wet van 26 Augustus 1822, wat de continuïteit van de Nederlandse douanewetgeving benadrukt.
* Specifieke fiscale uitzonderingen: Er worden voorwaarden gespecificeerd waarbij heffingen achterwege blijven wanneer goederen naar landen gaan waarmee speciale afspraken bestaan (via de Secretaris-Generaal).
* Controlemechanismen: De vermelding van "visiteerenden ambtenaren" en de noodzaak van verklaringen op documenten tonen de administratieve bewijslast aan voor belastingvrijstellingen.

Historische Context

Deze pagina's maken deel uit van de fiscale aanpassingen in Nederland kort na het begin van de Duitse bezetting in 1940. De term "Duitsche douanegebied" in paragraaf 3 is hierbij cruciaal; dit duidt op de economische integratie van de bezette gebieden met het Duitse Rijk.

Tijdens de bezetting werden ministers vervangen door Secretarissen-Generaal, die de dagelijkse leiding over de departementen kregen en verregaande bevoegdheden hadden om besluiten te nemen en reglementen aan te passen. Dit verklaart waarom de "Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën" in dit document als de beslissende autoriteit wordt opgevoerd. De tekst illustreert hoe technische fiscale regels werden gebruikt om het handelsverkeer binnen de nieuwe geopolitieke machtsverhoudingen van de Tweede Wereldoorlog te reguleren.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →