Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 161
Dossier 44
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (Pagina 2 van een correspondentie).

23 januari 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Vischmarkt Amsterdam).

Origineel

Getypte brief (Pagina 2 van een correspondentie). 23 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Vischmarkt Amsterdam). Bladz. 2 Brief No. 46A/6/1 M. d.d. 23 Januari 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.

Terwijl vroeger op de aan koopers uit te reiken nota, de verschuldigde omzetbelasting afzonderlijk in rekening moest worden gebracht, is het thans krachtens artikel 25 van het nieuwe Besluit den ondernemers verboden, aan degenen, aan wie de leveringen geschieden de omzetbelasting geheel of gedeeltelijk afzonderlijk in rekening te brengen. In het algemeen zal dus een ondernemer zijn verkoopsprijzen zoodanig moeten stellen, dat de door hem verschuldigde omzetbelasting daardoor op zijn afnemers wordt verhaald.

Dit laatste brengt voor de Vischmarkt administratieve moeilijkheden met zich mede, omdat de in den afslag gemijnde prijs, die ten slotte aan de aanvoerders, na aftrek der afslaggelden, krachtens artikel 5 juncto artikel 23 van de Verordening op de Heffing moet worden uitbetaald, in de administratie tot uitdrukking moet komen.

Ik heb deze moeilijkheden besproken met den Inspecteur der Omzetbelasting, die geen bezwaar had, dat de onderhavige belasting voorloopig afzonderlijk aan de koopers werd in rekening gebracht, mits de benaming "omzetbelasting" hierbij werd vermeden. Tegen het in rekening brengen van deze belasting in anderen vorm, bijvoorbeeld door de koopers onder den naam van "toeslag" of dergelijke met een zekere prijsverhooging te belasten had genoemde Inspecteur geenerlei bezwaar.

Echter dient de omzetbelasting niet alleen over het gemijnde bedrag, zooals tot nu toe gebruikelijk was, te worden berekend, doch evenzeer over den "toeslag". Uit den aard van de zaak moet deze toeslag hooger worden gesteld, dan 2 ½ % van het gemijnde bedrag. Het is gebleken, dat door het berekenen van een toeslag van 2.563% wordt bereikt, dat de afslag, na aftrek der omzetbelasting, het netto gemijnde bedrag overhoudt.

Een en ander is besproken met den accountant der afdeeling Financiën, belast met de contrôle over mijn dienst, die van oordeel was, dat deze prijsverhooging onder de benaming "administratiekosten" afzonderlijk aan de koopers in rekening zou kunnen worden gebracht.

Ik geef U beleefd in overweging mij, zoo mogelijk spoedig, te machtigen, de hierboven omschreven gedragslijn met ingang van 1 Februari a.s. voor de Vischmarkt in te voeren.

Het nieuwe Besluit op de omzetbelasting schrijft verder voor, dat ook over diensten, welke tegen vergoeding worden verricht, omzetbelasting moet worden betaald. Zou hieronder ook worden verstaan, de belasting, die krachtens artikel 5 sub c der Verordening op de Heffing wordt geheven van personen, wien toegang tot de Vischmarkt is verleend en krachtens artikel 5 sub b de Vischmarkt beteekenen, dat ook over het totaal van deze belastingen (heffingen) tot een bedrag van rond f 10.000,- 2 ½ % omzetbelasting verschuldigd zou zijn. Hieromtrent is echter nog geen beslissing van voornoemden Inspecteur der Omzetbelasting verkregen; zoodra dit wel het geval zal zijn, zal ik U hieromtrent nog nader berichten.

De Directeur,

(Handgeschreven in linker marge:)
2.565
zie 60/10/7.41 De kern van dit document is een administratieve "omweg" om te voldoen aan nieuwe belastingwetgeving zonder het veilingsysteem van de vismarkt te ontregelen.

  1. Wetswijziging: Voorheen werd de omzetbelasting apart op de rekening gezet. Een nieuw besluit verbood dit; de belasting moest voortaan in de prijs verwerkt zijn (inclusief btw-principe avant la lettre).
  2. Het probleem: Bij een visafslag wordt de prijs "gemijnd" (bij afslag bepaald). Omdat de marktmeester de opbrengst minus kosten moet uitkeren aan de vissers (de aanvoerders), is het lastig om de belasting onzichtbaar in die prijs te verwerken zonder dat het ten koste gaat van de uitbetaling aan de visser of de transparantie van de administratie.
  3. De oplossing: De directeur stelt voor om de belasting alsnog apart te heffen, maar onder een andere naam: "administratiekosten" of "toeslag".
  4. Wiskundige exercitie: Er wordt specifiek gesproken over een toeslag van 2.563%. Dit is nodig omdat de belasting (toen 2,5%) berekend moet worden over het totaalbedrag (prijs + toeslag). Om netto op de juiste prijs uit te komen, moet de opslag iets hoger zijn dan het belastingpercentage zelf.
  5. Onzekerheid: Er bestaat nog onduidelijkheid of er ook belasting betaald moet worden over de toegangsgelden (entreeheffingen) voor de markt. Dit document stamt uit januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De bezetter voerde ingrijpende wijzigingen door in het Nederlandse belastingstelsel. Het genoemde "nieuwe Besluit op de Omzetbelasting" (oktober 1940) verving de oude Nederlandse omzetbelasting door een systeem dat gebaseerd was op het Duitse Umsatzsteuer-model.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam was in deze periode een cruciale functie vanwege de toenemende schaarste en de invoering van de distributie. De visserij was een vitale sector voor de voedselvoorziening. Dat de directeur van de vismarkt zich bezighoudt met dergelijke details, toont aan hoe de bureaucratie probeerde te laveren tussen de nieuwe nazi-regelgeving en de bestaande praktijk van de Amsterdamse gemeentelijke diensten. De handgeschreven aantekening "zie 60/10/7.41" verwijst naar een ander dossierstuk, wat duidt op een lopende correspondentie over dit financiële vraagstuk.

Samenvatting

De kern van dit document is een administratieve "omweg" om te voldoen aan nieuwe belastingwetgeving zonder het veilingsysteem van de vismarkt te ontregelen.

  1. Wetswijziging: Voorheen werd de omzetbelasting apart op de rekening gezet. Een nieuw besluit verbood dit; de belasting moest voortaan in de prijs verwerkt zijn (inclusief btw-principe avant la lettre).
  2. Het probleem: Bij een visafslag wordt de prijs "gemijnd" (bij afslag bepaald). Omdat de marktmeester de opbrengst minus kosten moet uitkeren aan de vissers (de aanvoerders), is het lastig om de belasting onzichtbaar in die prijs te verwerken zonder dat het ten koste gaat van de uitbetaling aan de visser of de transparantie van de administratie.
  3. De oplossing: De directeur stelt voor om de belasting alsnog apart te heffen, maar onder een andere naam: "administratiekosten" of "toeslag".
  4. Wiskundige exercitie: Er wordt specifiek gesproken over een toeslag van 2.563%. Dit is nodig omdat de belasting (toen 2,5%) berekend moet worden over het totaalbedrag (prijs + toeslag). Om netto op de juiste prijs uit te komen, moet de opslag iets hoger zijn dan het belastingpercentage zelf.
  5. Onzekerheid: Er bestaat nog onduidelijkheid of er ook belasting betaald moet worden over de toegangsgelden (entreeheffingen) voor de markt.

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De bezetter voerde ingrijpende wijzigingen door in het Nederlandse belastingstelsel. Het genoemde "nieuwe Besluit op de Omzetbelasting" (oktober 1940) verving de oude Nederlandse omzetbelasting door een systeem dat gebaseerd was op het Duitse Umsatzsteuer-model.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam was in deze periode een cruciale functie vanwege de toenemende schaarste en de invoering van de distributie. De visserij was een vitale sector voor de voedselvoorziening. Dat de directeur van de vismarkt zich bezighoudt met dergelijke details, toont aan hoe de bureaucratie probeerde te laveren tussen de nieuwe nazi-regelgeving en de bestaande praktijk van de Amsterdamse gemeentelijke diensten. De handgeschreven aantekening "zie 60/10/7.41" verwijst naar een ander dossierstuk, wat duidt op een lopende correspondentie over dit financiële vraagstuk.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →