Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 168
Dossier 44
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke notitie / rapportage.

20 juli 1941.

Origineel

Ambtelijke notitie / rapportage. 20 juli 1941. [Marginaal linksboven:]
omzetbelasting op visch.

[Rechtsboven:]
A’dam, 20/7 1941
W. L. M.

[Inhoud:]
Hiermede heb ik de eer het volgende onder Uw aandacht te brengen.
Terwijl vroeger het artikel visch vrijgesteld was van omzetbelasting, is hierin sedert 1 October l.l. wijziging gekomen (vide hieromtrent het Besluit van den Secretaris Generaal No 294 van dien datum met 4% omzetbelasting belast).

[In de linkermarge bijgeschreven:]
Exploitanten vischafslag hoofdelijk mede aansprakelijk voor de belasting verschuldigd na de aldaar afgeslagen visch.

[Vervolg tekst:]
Ingevolge artikel 7, 3de lid van genoemd besluit werd bepaald dat voor de belasting verschuldigd voor visch, welke door tusschenkomst van een veiling of afslag werd verkocht, de onderneming die den vischafslag exploiteert, hoofdelijk mede aansprakelijk werd gesteld.

Ter uitvoering hiervan werd van de koopers een bedrag geheven van 4% van elk koopbedrag. De aldus ontvangen gelden werden door mijnen dienst afgedragen aan den ontvanger der Directe Belastingen.

M.i.v. 1 Januari j.l. is bovenbedoeld Besluit gewijzigd (vide no. 654 Gem. blad 4.)

Krachtens art. 6 sub 2 dit besluit wordt thans 2 1/2 % omzetbelasting geheven.
De belasting is krachtens art. 2 verschuldigd door den ondernemer, die de levering heeft verricht, i.c. de gem. Vischmarkt. Tevens is bepaald, dat de nieuwe omzetbelasting verschuldigd is over den verkoopprijs, welke mag verhoogd worden met een zoodanig bedrag, dat na aftrek van 2 1/2 % van het verhoogde bedrag, de netto verkoopprijs overblijft. In dit document rapporteert een ambtenaar over de fiscale status van visverkopen in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. De kernpunten zijn:

  1. Statuswijziging: Vóór oktober 1940 was vis vrijgesteld van omzetbelasting.
  2. Eerste regeling (oktober 1940): Er werd een tarief van 4% ingevoerd op basis van een besluit van de Secretaris-Generaal (de hoogste ambtenaren die tijdens de bezetting de ministeries aanstuurden). De exploitant van de afslag werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de afdracht.
  3. Tweede regeling (januari 1941): Het tarief werd verlaagd naar 2,5%.
  4. Berekeningswijze: Er wordt een specifieke instructie gegeven over de prijsvorming (het 'optoppen' van de prijs), zodat na aftrek van de belasting de beoogde netto-opbrengst voor de markt gelijk blijft. Dit document stamt uit juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode vond een ingrijpende reorganisatie van het Nederlandse belastingstelsel plaats onder toezicht van de bezetter. De "Besluiten van de Secretarissen-Generaal" waren de wettelijke instrumenten in die tijd, aangezien het parlement buiten spel stond.

De omzetbelasting (de voorloper van de huidige btw) was een belangrijk middel voor de overheid om inkomsten te genereren. Het feit dat vis – een essentieel voedingsmiddel – aanvankelijk vrijgesteld was maar nu belast werd, duidt op de toenemende druk op de overheidsfinanciën en de gelijkschakeling met de Duitse fiscale systematiek. De Gemeentelijke Vischmarkt van Amsterdam speelde hierin een cruciale rol als centraal distributie- en inningspunt.

Samenvatting

In dit document rapporteert een ambtenaar over de fiscale status van visverkopen in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. De kernpunten zijn:

  1. Statuswijziging: Vóór oktober 1940 was vis vrijgesteld van omzetbelasting.
  2. Eerste regeling (oktober 1940): Er werd een tarief van 4% ingevoerd op basis van een besluit van de Secretaris-Generaal (de hoogste ambtenaren die tijdens de bezetting de ministeries aanstuurden). De exploitant van de afslag werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de afdracht.
  3. Tweede regeling (januari 1941): Het tarief werd verlaagd naar 2,5%.
  4. Berekeningswijze: Er wordt een specifieke instructie gegeven over de prijsvorming (het 'optoppen' van de prijs), zodat na aftrek van de belasting de beoogde netto-opbrengst voor de markt gelijk blijft.

Historische Context

Dit document stamt uit juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode vond een ingrijpende reorganisatie van het Nederlandse belastingstelsel plaats onder toezicht van de bezetter. De "Besluiten van de Secretarissen-Generaal" waren de wettelijke instrumenten in die tijd, aangezien het parlement buiten spel stond.

De omzetbelasting (de voorloper van de huidige btw) was een belangrijk middel voor de overheid om inkomsten te genereren. Het feit dat vis – een essentieel voedingsmiddel – aanvankelijk vrijgesteld was maar nu belast werd, duidt op de toenemende druk op de overheidsfinanciën en de gelijkschakeling met de Duitse fiscale systematiek. De Gemeentelijke Vischmarkt van Amsterdam speelde hierin een cruciale rol als centraal distributie- en inningspunt.

Locaties

Amsterdam (A’dam).

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →