Administratieve lijst/register betreffende gemeentelijke belastingen en vergoedingen.
Origineel
Administratieve lijst/register betreffende gemeentelijke belastingen en vergoedingen. 3 juli 1941. [Linkerkolom]
Aanschrijving 3 Juli 1941 No 1.
Departement van Financiën
Vergoeding ter zake van het
bezoeken van gemeentelijke
musea, schouwburgen, ijs-
banen, badinrichtingen,
stadions.
Vergoeding voor het gebruik
van den gemeentelijken
vishafslag
Vergoeding voor het gebruik
van het gemeentelijk
veilinggebouw en
buffet in dat gebouw.
[Rechterkolom]
Belasting heffingen
krachtens art 275. Gemeente wet.
Entreegelden
(Vischmarkt en Centr. markt.
Afslaggelden (5%)
Extra heffing (1%)
Berging in de hal.
(Vischmarkt)
geen belasting heffing
Veiling op de Centrale
markt is verpacht
ook de café’s op de Centrale
markt en Vischmarkt
zijn verpacht
marktgeld. marktwesen
Standplaatsgelden marktwesen en
Centr. markt
Veilgeld marktwesen
kade en liggelden Centr. markt
Aanvoergeld Vischmarkt
Vaartuigen Vischmarkt
Koelloodsen Centr. markt
geen belastingheffing Dit document is een overzicht van de classificatie van diverse gemeentelijke inkomstenbronnen. Het maakt een onderscheid tussen "vergoedingen" (betalingen voor een specifieke dienst of toegang) en "belastingheffingen" (gebaseerd op Artikel 275 van de toenmalige Gemeentewet).
- Publieke instellingen: Kosten voor musea, theaters en sportfaciliteiten worden geschaard onder entreegelden.
- Visafslag: Hier worden specifieke percentages genoemd (5% afslaggeld en 1% extra heffing), wat wijst op een gereguleerde marktwerking.
- Verpachting: Opvallend is dat voor de centrale veiling en de bijbehorende horeca (cafés) geen directe belastingheffing geldt, omdat deze faciliteiten "verpacht" zijn. De gemeente ontvangt hier dus pachtsommen in plaats van directe belastingen van de gebruikers.
- Marktgelden: Er is een uitgebreide lijst van specifieke heffingen voor de markt (standplaatsen, kade- en liggelden, aanvoergeld), wat het belang van de markthandel voor de gemeentelijke leges onderstreept. De datum, 3 juli 1941, plaatst dit document in de context van de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de bezetting trachtte het Departement van Financiën (onder toezicht van de bezetter, maar vaak uitgevoerd door Nederlands personeel) de gemeentelijke financiën te stroomlijnen en te uniformeren. Artikel 275 van de Gemeentewet was in die tijd de juridische basis voor de zogenaamde "baatbelastingen" en andere lokale heffingen.
De nadruk op de Vischmarkt en de Centrale Markt suggereert dat dit document betrekking heeft op een grotere stad met een aanzienlijke handelsinfrastructuur (mogelijk Amsterdam of een andere grote havenstad/handelsstad). Het document diende waarschijnlijk als richtlijn voor de gemeentelijke administratie om te bepalen welke inkomsten onder welk boekhoudkundig en juridisch regime vielen.