Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 187
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstbrief van de Inspectie der Invoerrechten en Accijnzen.

7 mei 1941. Van: De Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen (Afd. Omzetbelasting), Oost Indisch Huis, Amsterdam. Aan: Dienst van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam W.

Origineel

Dienstbrief van de Inspectie der Invoerrechten en Accijnzen. 7 mei 1941. De Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen (Afd. Omzetbelasting), Oost Indisch Huis, Amsterdam. Dienst van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam W. [Stempel boven aan:] № 10/10/5 M.1941 9/5

INSPECTIE DER INVOERRECHTEN EN ACCIJNZEN
(AFD. OMZETBELASTING)
TE AMSTERDAM
OOST INDISCH HUIS
Telefoon 38511

AMSTERDAM, den 7 Mei 1941.

No. 1/4211

ONDERWERP:
Inlichtingen.


Aan de
Dienst van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
A m s t e r d a m. W.

[Handgeschreven paraaf/naam rechtsboven: Th Müller]

[Handgeschreven tekst in de linker marge:]
waarschijnlijk
berging in de hal
de verhuur van
pakhuizen
is niet belast.

Naar aanleiding van het ingesteld onderzoek van den Rijksaccountant, deel ik U mede, dat de vergoedingen, die U van de verkoopers voor afslagkosten ontvangt, alsmede de vergoeding, die U ontvangt voor verhuur van opbergruimte, niet aan de heffing van omzetbelasting zijn onderworpen.

Wel is omzetbelasting verschuldigd van de vergoedingen die U ontvangt voor gebruikmaking van telefoon, door de bezoekers.

De vraag of omzetbelasting is verschuldigd van de entreegelden en van vischverkoopers, die werken op het buitenterrein, is nog in onderzoek.

C/aw
coll. [Paraaf]

De Inspecteur der inv. en acc.,
[Handgeschreven handtekening/krabbel]

[Handgeschreven tekst linksonder:]
bedoeld wordt
de aanwezige... [onleesbaar]

[Handgeschreven tekst rechtsonder:]
volgens Bureau Gemeente-
belastingen per afz vergoeding
mp ingevolge Art 12(1) a
v/h Besluit o.d Omzetbel.

[Rechtsonder in de hoek het getal 14 en een paraaf]

--- Dit document is een officiële fiscale mededeling aan de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen (gevestigd aan de Jan van Galenstraat, destijds de Centrale Markthallen). De kern van de brief is de uitkomst van een onderzoek door de Rijksaccountant naar de belastingplicht van verschillende inkomstenstromen van de markt:

  1. Niet belast: Vergoedingen voor afslagkosten (veilingkosten) en huur van opbergruimte (met de handgeschreven kanttekening dat dit waarschijnlijk de berging in de hal betreft en dat verhuur van pakhuizen ook vrijgesteld is).
  2. Wel belast: Inkomsten uit het gebruik van de telefoon door bezoekers.
  3. Nog in onderzoek: Entreegelden en vergoedingen van visverkopers op het buitenterrein.

De handgeschreven aantekeningen rechtsonder verwijzen naar de juridische basis voor deze beslissingen, specifiek artikel 12 van het 'Besluit op de Omzetbelasting 1940'. De brief illustreert de nauwe administratieve en fiscale controle door de bezetter en de Nederlandse bureaucratie op gemeentelijke instellingen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

--- De brief dateert van mei 1941, een jaar na de start van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven civiele processen zoals belastingheffing en het beheer van de voedseldistributie (waarin de Centrale Markthallen een cruciale rol speelden) grotendeels doorlopen onder de bestaande Nederlandse wetgeving, die door de bezetter werd aangepast of aangevuld (zoals het Besluit op de Omzetbelasting 1940). Het Oost-Indisch Huis diende in die tijd als kantoor voor de belastinginspectie. De Dienst van het Marktwezen was verantwoordelijk voor het reilen en zeilen op de grote handelsmarkten in Amsterdam, wat in oorlogstijd gepaard ging met complexe regelgeving rondom prijzen en belastingen.

Samenvatting

Dit document is een officiële fiscale mededeling aan de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen (gevestigd aan de Jan van Galenstraat, destijds de Centrale Markthallen). De kern van de brief is de uitkomst van een onderzoek door de Rijksaccountant naar de belastingplicht van verschillende inkomstenstromen van de markt:

  1. Niet belast: Vergoedingen voor afslagkosten (veilingkosten) en huur van opbergruimte (met de handgeschreven kanttekening dat dit waarschijnlijk de berging in de hal betreft en dat verhuur van pakhuizen ook vrijgesteld is).
  2. Wel belast: Inkomsten uit het gebruik van de telefoon door bezoekers.
  3. Nog in onderzoek: Entreegelden en vergoedingen van visverkopers op het buitenterrein.

De handgeschreven aantekeningen rechtsonder verwijzen naar de juridische basis voor deze beslissingen, specifiek artikel 12 van het 'Besluit op de Omzetbelasting 1940'. De brief illustreert de nauwe administratieve en fiscale controle door de bezetter en de Nederlandse bureaucratie op gemeentelijke instellingen tijdens de Tweede Wereldoorlog.


Historische Context

De brief dateert van mei 1941, een jaar na de start van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven civiele processen zoals belastingheffing en het beheer van de voedseldistributie (waarin de Centrale Markthallen een cruciale rol speelden) grotendeels doorlopen onder de bestaande Nederlandse wetgeving, die door de bezetter werd aangepast of aangevuld (zoals het Besluit op de Omzetbelasting 1940). Het Oost-Indisch Huis diende in die tijd als kantoor voor de belastinginspectie. De Dienst van het Marktwezen was verantwoordelijk voor het reilen en zeilen op de grote handelsmarkten in Amsterdam, wat in oorlogstijd gepaard ging met complexe regelgeving rondom prijzen en belastingen.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →