Archief 745
Inventaris 745-358
Pagina 192
Dossier 44
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / Brief.

5 maart 1941 (met handgeschreven aantekening "Verzonden 6/3"). Van: M. Müller (waarschijnlijk een functionaris binnen de Amsterdamse marktdiensten). Referentie: D/HG. 10/10/1 M. n diverse. Aan: Den Heer Directeur der Gemeentebelastingen, Heerengracht 196, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Ambtelijke correspondentie / Brief. 5 maart 1941 (met handgeschreven aantekening "Verzonden 6/3"). M. Müller (waarschijnlijk een functionaris binnen de Amsterdamse marktdiensten). Referentie: D/HG. 10/10/1 M. n diverse. Den Heer Directeur der Gemeentebelastingen, Heerengracht 196, Amsterdam-Centrum. [Rechtsboven, handgeschreven in inkt]: M. Müller

Linksboven, getypt: 10/10/1 M.
Linksboven, getypt: n diverse

[Midden boven, handgeschreven in potlood/pen]: Verzonden 6/3

[Rechts, getypt]: 5 Maart 1941.

[Adresseringsblok, rechts uitgelijnd]:
den Heer Directeur
der Gemeentebelastingen,
Heerengracht 196,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 7.

Refereerende aan ons telefonisch onderhoud van 3 Maart jl. heb ik de eer U in bijlage dezes een staat te doen toekomen, houdende een omschrijving van de belastingen, welke bij de onder mijn beheer staande takken van dienst te weten: Dienst van het Marktwezen; Bedrijf van de Vischmarkt en het Bedrijf van de Centrale Markt, worden geheven.

De vraag is thans bij mij gerezen of deze belastingheffingen vallen onder 2e van artikel 1 van het nieuwe besluit op de Omzetbelasting 1940 namelijk of hier sprake is van diensten, welke hier te lande door ondernemers binnen het kader van hun onderneming worden verricht.

Ik verzoek U beleefd mij hieromtrent Uw oordeel te doen kennen, meer in het bijzonder over de vraag of van bovenbedoelde heffingen aangifte moet worden gedaan.

Ten aanzien van de Vischmarkt deel ik U nog mede, dat dit bedrijf krachtens de "Vischregeling" der Omzetbelasting voor wat de op den afslag aangevoerde en verkochte visch betreft, als fabrikant wordt aangemerkt waarom aan dit Bedrijf derhalve reeds een aanslagbiljet over de maanden Januari en Februari 1941 werd uitgereikt. Over de opbrengst van de bovengenoemde aanvoeren is de Vischmarkt 2½% omzetbelasting verschuldigd. Daar de omzetbelasting niet afzonderlijk mag worden berekend, wordt aan koopers van de op den afslag geveilde visch onder de benaming "administratiekosten" een bedrag geheven ter dekking van de omzetbelasting. Ook over deze verhooging (administratiekosten) moet volgens de opvatting van den Inspecteur omzetbelasting worden berekend. De heffing, genoemd onder punt 7 van den bijgevoegden staat, wordt geheven van de aanvoerders der visch op den afslag en wordt afgetrokken van het bedrag der hun toekomende besomming. Dit document is een ambtelijk schrijven waarin opheldering wordt gevraagd over de fiscale status van verschillende Amsterdamse marktdiensten (Dienst van het Marktwezen, Vischmarkt en Centrale Markt). De kernvraag is of de heffingen die deze diensten opleggen, beschouwd moeten worden als belastbare "diensten" onder het nieuwe Besluit op de Omzetbelasting 1940.

Interessant is de specifieke casus van de Vischmarkt. Deze wordt voor de belastingdienst als "fabrikant" beschouwd voor de vis die op de afslag wordt verkocht, wat leidt tot een omzetbelasting van 2,5%. Omdat deze belasting niet direct aan de koper mocht worden doorberekend, hanteerde de Vischmarkt een administratieve omweg door het als "administratiekosten" in rekening te brengen. De brief merkt op dat de belastinginspecteur zelfs over die "administratiekosten" weer omzetbelasting wil heffen, wat duidt op een streng fiscaal beleid en complexe administratieve afwikkelingen in die tijd. De brief dateert van maart 1941, nog geen jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleef het Nederlandse ambtelijke apparaat grotendeels functioneren en werden nieuwe belastingwetten, zoals het Besluit op de Omzetbelasting 1940 (een voorloper van de huidige BTW), strikt geïmplementeerd.

Het document geeft inzicht in de bureaucratische processen van de gemeente Amsterdam en de manier waarop publieke marktdiensten moesten laveren tussen hun publieke taak en nieuwe, ingewikkelde fiscale verplichtingen opgelegd door de centrale (en door de bezetter gecontroleerde) overheid. De genoemde locatie, Heerengracht 196, was destijds inderdaad de zetel van de Gemeentebelastingen.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk schrijven waarin opheldering wordt gevraagd over de fiscale status van verschillende Amsterdamse marktdiensten (Dienst van het Marktwezen, Vischmarkt en Centrale Markt). De kernvraag is of de heffingen die deze diensten opleggen, beschouwd moeten worden als belastbare "diensten" onder het nieuwe Besluit op de Omzetbelasting 1940.

Interessant is de specifieke casus van de Vischmarkt. Deze wordt voor de belastingdienst als "fabrikant" beschouwd voor de vis die op de afslag wordt verkocht, wat leidt tot een omzetbelasting van 2,5%. Omdat deze belasting niet direct aan de koper mocht worden doorberekend, hanteerde de Vischmarkt een administratieve omweg door het als "administratiekosten" in rekening te brengen. De brief merkt op dat de belastinginspecteur zelfs over die "administratiekosten" weer omzetbelasting wil heffen, wat duidt op een streng fiscaal beleid en complexe administratieve afwikkelingen in die tijd.

Historische Context

De brief dateert van maart 1941, nog geen jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleef het Nederlandse ambtelijke apparaat grotendeels functioneren en werden nieuwe belastingwetten, zoals het Besluit op de Omzetbelasting 1940 (een voorloper van de huidige BTW), strikt geïmplementeerd.

Het document geeft inzicht in de bureaucratische processen van de gemeente Amsterdam en de manier waarop publieke marktdiensten moesten laveren tussen hun publieke taak en nieuwe, ingewikkelde fiscale verplichtingen opgelegd door de centrale (en door de bezetter gecontroleerde) overheid. De genoemde locatie, Heerengracht 196, was destijds inderdaad de zetel van de Gemeentebelastingen.

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven de 250 gram ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram „ 1,04
Aal en paling van 125—250 gram „ 2,23
Aal en paling van 70—125 gram „ 1,78
As. v. Wygert.
Blei boven 1 pond en kroeskarper ........ ,, 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg. en kroeskarper 0,34
Alle 100 kooplieden →