Doorslag van een getypte ambtelijke brief/advies.
Origineel
Doorslag van een getypte ambtelijke brief/advies. 13 juni 1941. Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijke afdeling belast met marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Rechtsboven handgeschreven paraaf:] de Rijkter [?]
[Daaronder een vage ronde stempel]
VD/HG.
46A/23/2 N.
13 Juni 1941.
Afslaggelden
Gemeente Vischmarkt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 30 Mei jl. om advies ontvangen stuk No.167 L.M.1941 heb ik de eer U het volgende te berichten.
Ingevolge artikel 5 sub b juncto artikel 25 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden wordt op de Vischmarkt wegens het gebruik maken van den afslag een belasting van 5% van de bruto-opbrengst der afgeslagen visch geheven. Voor den afslag van partijen visch, welke aan de Vischhal in consignatie zijn gezonden, is door de afzenders, behalve bovengenoemde 5%, 1% van de bruto-opbrengst verschuldigd. Deze tarieven gelden reeds vanaf het jaar 1928.
Een dergelijk stelsel geeft den meest eenvoudigen vorm van heffing, omdat daardoor de administratieve bemoeiingen tot een minimum worden beperkt; het wordt dan ook, voor zoover mij bekend, op alle vischafslagen in Nederland toegepast.
Van de inkomsten, welke door heffingen op de Vischmarkt worden verkregen, zijn de afslaggelden de voornaamste baten. In bijlage I dezes doe ik U een overzicht toekomen van de vier belangrijkste heffingen op de Vischmarkt gedurende de jaren 1930 – 1940, waaruit zulks duidelijk blijkt.
Terwijl in normale omstandigheden de zeevisch vrijwel uitsluitend door Urker visschers rechtstreeks uit zee op den afslag wordt aangevoerd, is deze aanvoer thans geheel weggevallen, omdat de Urkers niet op zee visschen; de aanvoer van zeevisch is dan ook sterk teruggeloopen en bepaalt zich momenteel tot een geringen aanvoer van enkele grossiers-inzenders.
In bijlage II dezes heb ik de eer U over te leggen een vergelijkend overzicht van de in den afslag verkochte zeevisch, benevens de bruto-opbrengst per soort over de periode 1 Mei 1936 – 30 April 1937 (een normaal jaar); 1 Mei 1939 – 30 April 1940 (een jaar, waarin de gevolgen van den oorlog reeds voor de visscherij voelbaar werden) en 1 Mei 1940 – 30 April 1941 (het jaar, waarin de zeevisscherij vrijwel werd stilgelegd). Uit dit overzicht blijkt, dat de * Doel van de brief: Het verstrekken van ambtelijk advies en historische context aan de wethouder betreffende de structuur en opbrengsten van de afslaggelden op de vismarkt.
* Inhoud:
* De schrijver legt uit dat er een standaardheffing van 5% (plus eventueel 1% voor consignatie) geldt op de bruto-opbrengst van vis.
* De auteur benadrukt dat dit systeem efficiënt is en landelijk gebruikelijk.
* De brief rapporteert een drastische verandering in de marktsituatie door de oorlog: de aanvoer door Urker vissers is volledig gestopt.
* Impact van de bezetting: Het document illustreert de economische ontwrichting tijdens de Tweede Wereldoorlog. De zeevisserij lag in 1941 nagenoeg stil door restricties van de bezetter en het gevaar op de Noordzee, wat leidde tot schaarste en het wegvallen van inkomsten voor de gemeente.
* Toon: Formeel, ambtelijk en feitelijk. Deze brief dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de voedselschaarste nijpend te worden. De Noordzee was oorlogsgebied, waardoor de visserijvloot (waaronder die van Urk, die specifiek wordt genoemd) grotendeels aan de ketting lag of gevorderd was.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale functie in oorlogstijd, verantwoordelijk voor de distributie en beschikbaarheid van schaars voedsel in de gemeente. De brief toont aan hoe de lokale bureaucratie probeerde grip te houden op de veranderende economische realiteit en de teruglopende belastinginkomsten uit de vishandel. De genoemde bijlagen (hoewel hier niet aanwezig) zouden een kwantitatief bewijs vormen van de economische ineenstorting van de visserijsector tussen 1936 en 1941.