Ambbtelijke rapportage / brief (pagina 7 van een groter dossier).
Origineel
Ambbtelijke rapportage / brief (pagina 7 van een groter dossier). Omstreeks september/oktober 1941 (afgeleid uit de tekst: "1940 nog bedroeg", "d.d. 26 dezer" en de handgeschreven datum "2/10 a.s."). De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Vischmarkt Amsterdam). [Pagina-nummer bovenaan:] -7-
[Hoofdtekst:]
mijn dienst een inkomsten van $f 150.-$ per week [handgeschreven]
Evenals bij de verdeelingsregeling der aal en snoekbaars (vide mijn meergenoemd voorstel d.d. 26 dezer) is het derhalve ook hier gelukt voor de Gemeente ook financieel een zeer gunstige regeling te verkrijgen; ~~en mag ik,~~ bij een goeden gang van zaken en derhalve onvoorziene omstandigheden voorbehouden, ~~mag verwacht worden~~ als mijn verwachting uitspreken [handgeschreven tussenvoeging], dat door beide genoemde regelingen, het nadeelig saldo van het bedrijf der vischmarkt, dat in 1940 nog bedroeg $f$ [witruimte] geheel zal zijn opgeheven en dat zelfs in het komende jaar een winstsaldo niet tot de onmogelijkheden ~~behoort~~.
[Handgeschreven kanttekening linksboven:]
Het financieel resultaat van de exploitatie der vischmarkt belangrijk zal verbeteren.
Ik verzoek U beleefd den Burgemeester te verzoeken mij te willen machtigen van het Centraal Verkoopkantoor voor mosselen, ter zake van door mijn dienst bij den verkoop van mosselen te Amsterdam verrichte bemoeiingen een bedrag van $f$ 0,05 [handgeschreven] per 100 kg. in ontvangst te nemen.
[Handgeschreven blok links midden/onder:]
Waar reeds m.i.v. 2/10 a.s. de eerste mosselen aan de verkoopcombinatie zullen worden verkocht, stel ik mij voor, in afwachting van de bovenbedoelde regeling dat te verleenen machtiging, vanaf dezen datum de aan de Gemeente toekomende uitkeering in ontvangst te nemen.
De combinatie Lammers-Van Zanten heeft mij reeds [handgeschreven] verzocht, wanneer op bepaalde dagen een hoeveelheid mosselen onverkocht zou blijven (hetgeen niet zeer waarschijnlijk wordt geacht) voor de opberging hiervan gedurende den nacht de Vischhal gratis ter beschikking te stellen; hiertegen bestaat mijnerzijds geen enkel bezwaar; ik neem aan, dat ook U hieraan wel Uw goedkeuring zult kunnen hechten.
Tenslotte deel ik U mede, dat de combinatie op verzoek van het Centraal Verkoopkantoor een bedrag van $f 1.000,-$ bij mijn dienst heeft gestort als zekerstelling van door hen aan de Zeeuwsche handelaren te verrichten betalingen van door haar voor deze handelaren gedane verkoopen.
De Directeur,
[Handtekening/Paraaf: Z] Dit document is een ambtelijk verslag waarin de directeur van een gemeentelijke vismarkt (zeer waarschijnlijk Amsterdam, gezien de vermelding van de stad en de 'Vischhal') rapporteert over nieuwe financiële afspraken. De kern van het document is optimisme over de financiële gezondheid van de vismarkt. Waar er in 1940 nog sprake was van een nadelig saldo (tekort), verwacht de directeur dat de nieuwe regelingen voor de verkoop van aal, snoekbaars en mosselen dit tekort zullen ombuigen naar winst.
Er worden specifieke afspraken genoemd:
1. Een vergoeding van 5 cent per 100 kg mosselen voor de bemoeienis van de gemeentelijke dienst.
2. Een samenwerking met de "Combinatie Lammers-Van Zanten" voor de mosselhandel.
3. Het gratis gebruik van de Vischhal voor nachtelijke opslag van onverkochte partijen.
4. Een borgstelling van 1.000 gulden door de combinatie om betalingen aan Zeeuwse handelaren te garanderen.
De handgeschreven wijzigingen tonen aan dat het document nog in conceptfase was of direct werd geannoteerd om de tekst scherper te formuleren of in te spelen op de actualiteit (de datum van 2 oktober die nadert). De context van dit document is de vroege periode van de Duitse bezetting in Nederland (Tweede Wereldoorlog). In 1941 werd de handel in levensmiddelen, waaronder vis, steeds sterker gereguleerd door de overheid en centrale verkooporganisaties (zoals het hier genoemde Centraal Verkoopkantoor). Dit gebeurde deels om de voedselvoorziening te controleren en deels om de export naar Duitsland te faciliteren.
De verschuiving van een verlieslatende naar een winstgevende vismarkt is opvallend. Dit kan te maken hebben met de schaarste aan vlees, waardoor de vraag naar vis (en dus de omzet en marktgelden) steeg. De "Zeeuwsche handelaren" verwijzen naar de mosselkwekers uit Yerseke en omstreken, voor wie Amsterdam een cruciale afzetmarkt was. De combinatie Lammers-Van Zanten fungeerde hierbij als intermediair tussen de producenten en de Amsterdamse markt.