Dienstverslag / Rapport van een controleur.
Origineel
Dienstverslag / Rapport van een controleur. 13 juni 1941 (betreft gebeurtenis op 12 juni 1941). [Linksboven, in blauw potlood:]
Oproepen
Inschrijving van
overgen. p. 18/6 '41
[Rechtsboven:]
No 72/41/1 M.1941 17/6
[Gestempeld:] 581
Rapport.
Op Donderdag 12 Juni had ik Controle stads-
deel Centrum. Op de Weteringschans bij Spiegelgracht
zag ik venter Jacob Boot, daar ik wist dat hij
alleen vergunning had voor „Zuid” vroeg ik hem
of hij op weg was naar Zuid. Hetgeen hij mij
bevestigend beantwoordde. Toen ik nog even om-
keek, zag ik daar ter plaatse, dat een dame bloe-
men van hem wilde koopen. Ik waarschuwde
hem daar geen bloemen te verkoopen, anders zou
ik verbaliseerend tegen hem op moeten treden.
Hij voegde mij toen op luiden toon toe: „Je moest
je schamen” en herhaalde dit eenige malen. „Daar”
op zeide hij nog „Je zit me steeds dwars.” „Je kan
ons bloed wel drinken!”
Daar ik vond, dat hij nu wel een beetje te ver
ging, vroeg ik hem mij zijn vergunning te toonen
hem zeggende dat ik dit aan U zou rapporteeren,
en dat dan U maar eens moest vertellen waar
ik hem steeds mee dwars zat. Nu antwoordde
hij mij: „Ik ga zeker naar den Inspecteur, maar
ik ga ook naar iemand anders, en daar kom jij
ook.” Dit voegde hij mij toe op dreigenden toon.
Ik kan mij Heer Inspecteur niet herinneren, dat
ik ooit een venter op straat dwars gezeten heb, ik be-
grijp dan ook niet wat, Boot, hiermede bedoeld.
Boot is een persoon, die zich geregeld met zijn
bakfiets ophoudt v. Baerlestraat en P.C. Hooftstraat.
Daar is Boot dikwijls door mij aangetroffen, stil-
staande, dus feitelijk clandestiene standplaats in-
nemende. Geregeld heb ik hem daar op gewezen, en
hem tot doorrijden aangemaand. Daar hij altijd
beleefd was, ging ik altijd na controle gehouden te
hebben langs hem heen. Maar vond hem dan later
weer hier of daar staan, op genoemde plaats. Dit
geregeld aanzeggen, zonder tegen hem op te treden,
noemt hij nu zeker, hem dwarszitten. Nu ver-
zoek ik U beleefd, hem bij U te willen ontbie-
den. Want ik zou graag weten, wat hij met zijn
dreigend gesproken woorden bedoelt. Beleefd ver-
zoek ik U verder, als het mogelijk is, als U hem
oproept, daarbij tegenwoordig te mogen zijn.
De naam is Jacob Boot geb: 4.4. 1883 alhier
Weteringschans 15 II te Amsterdam Ventvergunning
Serie 3 No 139 bloemen in „Zuid”.
Aan den Heer
Inspecteur
de Heer.
[Rechtsonder:]
13. 6. '41
Controleur
[Signatuur:] F. de Vries
[Linkermarge, verticaal geschreven:]
Opbergen - J. Boot ernstig onderhouden 18-6-'41 deltalr
[Daaronder, ander handschrift:]
W. Altena Inspecteur 13 juni '42 Dit document is een ambtelijk rapport opgesteld door een controleur van de gemeente Amsterdam. De kern van de zaak is een conflict tussen de controleur (F. de Vries) en een bloemenverkoper (Jacob Boot). Boot beschikte over een ventvergunning voor stadsdeel Zuid, maar probeerde zijn waar te slijten in het Centrum (nabij de Spiegelgracht), wat formeel een overtreding was.
De tekst biedt een zeldzaam inkijkje in de dagelijkse spanningen op straat tijdens de bezetting. De controleur stelt zich op als iemand die "redelijk" is (hij waarschuwt eerst), maar voelt zich persoonlijk aangevallen en zelfs bedreigd door de emotionele uitvallen van de venter. De uitspraak "Je kan ons bloed wel drinken!" wijst op een diepe afkeer van de bevolking jegens handhavers in die periode, waarbij de grens tussen gewone ordehandhaving en collaboratie voor de burger vaak vaag was.
De controleur vraagt specifiek om een confrontatie in het bijzijn van de inspecteur om de "dreigementen" uit te praten, wat duidt op een behoefte aan rugdekking en erkenning van zijn autoriteit. Het rapport dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden regels voor straathandel en markten steeds strenger gehandhaafd, mede door schaarste en distributiemaatregelen.
De locaties die genoemd worden (Weteringschans, Van Baerlestraat, P.C. Hooftstraat) waren destijds (en nu nog steeds) welgestelde buurten waar veel klandizie te vinden was, maar waar de controle op vergunningen ook intensief was. Uit de kantlijnnotitie blijkt dat Boot op 18 juni 1941 "ernstig onderhouden" (streng toegesproken) is, wat aangeeft dat het rapport direct tot disciplinaire actie leidde. De latere notitie uit 1942 suggereert dat het dossier nog langer relevant bleef voor de inspectie. F. de Vries J. Boot P.C. Hooftstraat W. Altena Gemeente Amsterdam