Administratieve notitie/interne correspondentie van de Gemeente Amsterdam (Dienst van het Marktwezen).
Origineel
Administratieve notitie/interne correspondentie van de Gemeente Amsterdam (Dienst van het Marktwezen). Juli 1941 (diverse data: 21, 22, 24, 25 en 31 juli). [Bovenste gedeelte]
Nº 85/1/23 M.1941 22/7
Schulden kramen verhuurders
S. Abram, Joden Houttuinen 42 f 4.02 [doorgestreept] Heeft betaald.
J. Brand, Houtrijksstraat 75 II f 10.62 21/7 f 6.10 / f 4.52
S. Schelvis, Waterlooplein 56 f 3.50 Heeft betaald.
Bovenstaande kramenverhuurders moeten herhaaldelijk aangemaand worden.
Ten aanzien van Brand moeten strenge maatregelen genomen worden.
Opbergen 31-7-41
de Boer
[In rood potlood/inkt:]
Brand zal zorg dragen dat voortaan geen schuld meer te maken.
oproepen voor Maandag 28 Juli 9.30 uur voor Knop.
[Stempel:] 2? JULI 1941
[Onderste gedeelte]
85/1/24 25/7/41 DS
Inspecteur
Wat moeten we met deze (groep) wanbetalers gebeuren? [geparafeerd]
Hiermede verzoek ik U, 3 in verband met de betaling van in achterstand zijnde kramengeld, op Maandag 28 juli a.s. om 9.30 uur v.m. te komen bij den Inspecteur van mijn dienst, die kantoor houdt in het Hoofdkantoor van mijn dienst, Jan v. Galenstraat 14.
Ter Inspecteur Bespreken op 24/7 41 [handtekening]
Indien door U aan deze oproeping geen gevolg wordt gegeven, zal onverwijld aan het Gemeentebestuur worden voorgesteld, de U verleende vergunning tot het opzetten van kramen op de de markt hier ter stede, in te trekken.
[Handtekening/Paraaf] Dit document is een administratieve vastlegging van betalingsachterstanden van marktkraamhouders in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het betreft specifiek de huur van kramen ("kramengeld").
Opvallend is de escalatie van de maatregelen:
1. S. Abram en S. Schelvis hebben hun schuld inmiddels voldaan (respectievelijk f 4.02 en f 3.50).
2. J. Brand blijft problematisch met een grotere schuld (f 10.62, waarvan een deel later betaald). Er wordt expliciet vermeld dat tegen hem "strenge maatregelen" genomen moeten worden.
3. Sanctie: Het document bevat een standaardtekst (of concept-brief) waarin gedreigd wordt met het intrekken van de marktvergunning als de schuld niet direct wordt vereffend.
De tekst "Opbergen" door Inspecteur de Boer op 31-7-41 suggereert dat de kwestie op dat moment was afgehandeld of dat de betalingstoezegging van Brand was geaccepteerd. Het document dateert van juli 1941. Dit is een cruciale periode in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De adressen (Joden Houttuinen, Waterlooplein) duiden erop dat de betrokkenen zeer waarschijnlijk Joodse Amsterdammers waren.
In deze fase van de bezetting werden Joodse burgers door de bezetter en de collaborerende overheid steeds verder geïsoleerd en economisch onder druk gezet. De Dienst van het Marktwezen zette de reguliere bureaucratie voort, maar de dreiging met het intrekken van marktvergunningen was voor Joodse kooplieden extra fataal, omdat zij vaak al uit andere beroepsgroepen waren geweerd. De Jan van Galenstraat 14 (de Centrale Markthallen) fungeerde destijds als het administratieve centrum voor de markten. De strenge toon ("strenge maatregelen", "wanbetalers") weerspiegelt de ambtelijke hardheid van die tijd. Bespreken op (Inspecteur) J. Brand S. Abram S. Schelvis Wat moeten (Inspecteur) Gemeente Amsterdam Marktwezen