Archief 745
Inventaris 745-365
Pagina 40
Dossier 29
Jaar 1941
Stadsarchief

Oproepingsbrief/Aanmaning.

25 juli 1941. Van: De Directeur van de gemeentelijke markt-dienst, Amsterdam (gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14).

Origineel

Oproepingsbrief/Aanmaning. 25 juli 1941. De Directeur van de gemeentelijke markt-dienst, Amsterdam (gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14). [Handgeschreven, rechtsboven:]
Afdr. de Haan
Verzonden, 25/7

[Getypt:]
85/1/24 E. 25 Juli 1941.
VB/HG.

 Hiermede verzoek ik U, in verband met de betaling van

kraamengeld, op Maandag 28 Juli a.s. om 9.30 uur v.m. te komen bij
den Inspecteur van mijn dienst, die kantoorhoudt in het Hoofdkantoor
van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14.
Indien door U aan deze oproeping geen gevolg wordt gegeven,
zal onverwijld aan het Gemeentebestuur worden voorgesteld, de U ver-
leende vergunning voor het opzetten van kramen op de markten hier
ter stede, in te trekken.

                                      De Directeur,

Gezonden aan:
S. Abram, Joden Houttuinen 42
J. Brand, Kortrijkstraat 75 III
S. Schelvis, Waterlooplein 56 * Inhoud: De brief is een sommatie aan drie marktkooplieden om te verschijnen op het hoofdkantoor van de marktdienst in verband met achterstallig "kraamengeld" (stageld).
* Toon: De toon is ambtelijk en dwingend. Er wordt direct gedreigd met de zwaarste administratieve sanctie: het intrekken van de marktvergunning als de geadresseerden niet verschijnen.
* Locatie: De afspraak vindt plaats op het hoofdkantoor aan de Jan van Galenstraat 14, de plek waar in 1934 de Centrale Markthallen werden geopend.
* Opmerkelijke details: De handgeschreven notitie "Verzonden, 25/7" bevestigt dat de brief op de dag van datering is uitgegaan. Het feit dat drie verschillende personen in één brief (of kopie daarvan) worden genoemd, duidt op een gezamenlijke administratieve afhandeling van wanbetalers. Dit document stamt uit juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is hierdoor zeer beladen:
1. Anti-Joodse maatregelen: De namen (Abram, Schelvis) en de adressen (Joden Houttuinen, Waterlooplein) wijzen erop dat ten minste twee van de drie geadresseerden Joods waren. Vanaf het begin van 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt in hun bewegingsvrijheid.
2. Economische druk: In deze periode werd het voor Joodse ondernemers en marktkooplieden steeds moeilijker om hun beroep uit te oefenen, wat de achterstand in de betaling van kraamgeld kan verklaren.
3. Segregatie: Kort na de datum van deze brief (september 1941) zouden Joodse kooplieden volledig worden verbannen van de reguliere markten en aangewezen worden op specifieke "Joodse markten" (zoals op het Waterlooplein en het Gaaspereiland).
4. Het lot van de personen: Adressen zoals Joden Houttuinen werden later in de oorlog volledig ontruimd tijdens de deportaties. Dit schijnbaar banale administratieve document over marktgeld is een stille getuige van de bureaucratische druk waaronder Joodse Amsterdammers leefden vlak voordat de grootschalige deportaties begonnen. J. Brand S. Abram S. Schelvis

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een sommatie aan drie marktkooplieden om te verschijnen op het hoofdkantoor van de marktdienst in verband met achterstallig "kraamengeld" (stageld).
  • Toon: De toon is ambtelijk en dwingend. Er wordt direct gedreigd met de zwaarste administratieve sanctie: het intrekken van de marktvergunning als de geadresseerden niet verschijnen.
  • Locatie: De afspraak vindt plaats op het hoofdkantoor aan de Jan van Galenstraat 14, de plek waar in 1934 de Centrale Markthallen werden geopend.
  • Opmerkelijke details: De handgeschreven notitie "Verzonden, 25/7" bevestigt dat de brief op de dag van datering is uitgegaan. Het feit dat drie verschillende personen in één brief (of kopie daarvan) worden genoemd, duidt op een gezamenlijke administratieve afhandeling van wanbetalers.

Historische Context

Dit document stamt uit juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is hierdoor zeer beladen:
1. Anti-Joodse maatregelen: De namen (Abram, Schelvis) en de adressen (Joden Houttuinen, Waterlooplein) wijzen erop dat ten minste twee van de drie geadresseerden Joods waren. Vanaf het begin van 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt in hun bewegingsvrijheid.
2. Economische druk: In deze periode werd het voor Joodse ondernemers en marktkooplieden steeds moeilijker om hun beroep uit te oefenen, wat de achterstand in de betaling van kraamgeld kan verklaren.
3. Segregatie: Kort na de datum van deze brief (september 1941) zouden Joodse kooplieden volledig worden verbannen van de reguliere markten en aangewezen worden op specifieke "Joodse markten" (zoals op het Waterlooplein en het Gaaspereiland).
4. Het lot van de personen: Adressen zoals Joden Houttuinen werden later in de oorlog volledig ontruimd tijdens de deportaties. Dit schijnbaar banale administratieve document over marktgeld is een stille getuige van de bureaucratische druk waaronder Joodse Amsterdammers leefden vlak voordat de grootschalige deportaties begonnen.

Genoemde Personen 3

Locaties

Centrale Markt Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 99

A B Adriani
A. Cohen Uilenburg 1
A.C. ter Weyden Uilenburg 1
A. Jansen 10.46
A. J. Bogers 2.43
A J Noijen
Aäron van Praag Uilenburg
B. Kinschraper Uilenburg 1
B. Walberstadt Uilenburg
C. Kok Uilenburg
C. Goedhart Waterlooplein Alb.Cuypstraat
C. Goedhart Uilenburg Alb.Cuypstraat
C.J. Vaas Uilenburg } 1 pers.
D. Sebbeler Waterlooplein 2.50
Fa. Gondo
F.X. Waterlooplein 3.19
G. Hak Uilenburg } 2 pers
Brigadier Maas. Uilenburg
J. Triitman 100.-
G. Slikker Waterlooplein Alb.Cuypstraat
G. Slikker Uilenburg Alb.Cuypstraat
H. Hamjé 0495 Uilenburg 1 pers
Alle 99 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6