Administratieve notitie/correspondentie betreffende marktvergunningen.
Origineel
Administratieve notitie/correspondentie betreffende marktvergunningen. 4 juni 1941 tot 18 juni 1941. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 90/22/1 1941
DOORGEZONDEN: 4/6-'41
[Rechtsboven handgeschreven:]
558
[Handgeschreven tekst:]
J. de Leeuw. Walvisch echtgenote van J. de Leeuw plaats no 94 Maasplein.
Aan den Heer Inspecteur.
A. Elzas heeft 19/2/41 voor vader doen plaats opgezegd. J. de Leeuw-Walvisch heeft toestemming zich te laten assisteeren door haar Vader J. Walvisch. Deze laatste heeft nu zelf een voorkeurskaart en heb ik op plaats van Elzas gezet. Nu vraagt J. de Leeuw-Walvisch Ritmeester Frieda als assistent, waartegen m.i. geen bezwaar bestaat.
[In de marge:]
33/10/2 den 20/3 „Echtg.e mag zich bijstaan.”
[Midden rechts:]
Hv Dyksma
advies 6-6-41
A’dam 12/6 1941
[Onderaan:]
Tegen inwilliging van het verzoek van Mw. J. de Leeuw-Walvisch, om zich tot wederopzegging op haar plaats op de markt Maasplein te mogen laten assisteeren — niet vervangen — door F. Ritmeester, geb. 7-7-1912, bestaat m.i. geen bezwaar.
14-6-41 de Heer
[Stempel linksonder:]
90/22/21 18/6/41
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een intern ambtelijk schrijven van de marktinspectie in Amsterdam. Het behandelt de personele bezetting van een marktkraam op het Maasplein.
De kern van de zaak is een verandering in assistentie:
1. J. de Leeuw-Walvisch heeft een vaste staanplaats (nr. 94) op de markt aan het Maasplein.
2. Zij werd voorheen geassisteerd door haar vader, J. Walvisch.
3. J. Walvisch heeft echter de vrijgekomen plaats van A. Elzas overgenomen (die in februari 1941 de plaats opzegde), waardoor hij nu zelf een zelfstandige staanplaats heeft.
4. Hierdoor vraagt Mw. De Leeuw-Walvisch toestemming om een nieuwe assistent aan te stellen: Frieda Ritmeester (geboren op 7 juli 1912).
5. De verschillende ambtenaren (waaronder Hv Dyksma en 'de Heer') geven een positief advies en accorderen het verzoek, mits het gaat om assistentie en niet om volledige vervanging. Het document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De namen in het document (Walvisch, Elzas, De Leeuw) zijn typerend voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam.
De markt op het Maasplein werd in juli 1941, slechts enkele weken na de datum op dit document, officieel aangewezen als een van de drie "Joodse markten" in Amsterdam. Joden mochten vanaf dat moment alleen nog op deze specifieke markten hun waren verkopen of inkopen doen. Dit document illustreert de stringente bureaucratische controle over de economische activiteiten van Joodse burgers vlak voordat de segregatie op de markten volledig werd doorgevoerd. De administratie hield nauwgezet bij wie op welke plek stond en wie wie mocht assisteren, wat later de basis zou vormen voor verdere uitsluiting en vervolging. A. Elzas F. Ritmeester J. Walvisch J. de Leeuw M. No