Doorslag van een ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief/memorandum. 23 april 1942 (met handgeschreven aantekening "Verzonden 25/4"). De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de bijbehorende gemeentelijke dienst). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). HG. [handgeschreven: Verzonden 25/4]
37/32/1 M.
n 4
23 April 1942.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen geworden:
1 contract in duplo betreffende de zolderruimte boven de pak-
huisafdeeling H.20 van de hal op de Centrale Markt
1 contract in duplo betreffende pakhuisafdeeling H 24 van de
hal op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen,
dat deze contracten door den Heer Burgemeester worden getee-
kend. Daarna gelieve U ze mij te doen terugzenden, teneinde
voor registratie te kunnen zorgdragen.
De Directeur, Dit document is een typisch voorbeeld van de ambtelijke correspondentie binnen de gemeente Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Directeur van de betreffende dienst (waarschijnlijk de Marktwezen of de Dienst der Publieke Werken) stuurt twee huurcontracten in tweevoud (duplo) naar de wethouder.
Het betreft specifieke locaties op het terrein van de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat:
1. Een zolderruimte boven pakhuisafdeling H.20.
2. Pakhuisafdeling H.24.
De procedurele gang van zaken wordt hier duidelijk: de contracten worden voorbereid door de uitvoerende dienst, aangeboden aan de vakwethouder (Levensmiddelen), die vervolgens zorg moet dragen voor de officiële ondertekening door de Burgemeester. Na ondertekening keren de stukken terug voor de definitieve administratieve afhandeling (registratie). De datum, april 1942, plaatst dit document midden in de Duitse bezettingsperiode. Hoewel de inhoud strikt administratief en zakelijk is, was de rol van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" in deze tijd cruciaal vanwege de toenemende schaarste en de complexe distributie van voedsel in de stad. De Centrale Markthal was het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening.
Het gebruik van de term "Alhier" duidt erop dat de brief binnen hetzelfde gemeentelijke apparaat is verstuurd. De handgeschreven aantekening "Verzonden 25/4" laat zien dat de brief twee dagen na het opstellen daadwerkelijk is uitgegaan, wat wijst op een nauwkeurige dossierbijhouding. Op dat moment was Edward Voûte de door de bezetter benoemde burgemeester van Amsterdam; hij is dus de "Heer Burgemeester" naar wie in de tekst wordt verwezen.