Archief 745
Inventaris 745-378
Pagina 105
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / Begeleidend schrijven

21 mei 1942 (met handgeschreven aantekening: "Verzonden 22/5") Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een relevante gemeentelijke dienst)

Origineel

Ambtelijke correspondentie / Begeleidend schrijven 21 mei 1942 (met handgeschreven aantekening: "Verzonden 22/5") De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een relevante gemeentelijke dienst) [Rechtsboven:]
HB.

[Midden boven, handgeschreven in paars:]
Verzonden 22/5

[Adresblok:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Kenmerken en datum:]
37/45/4 M. 4 21 Mei 1942.

[Inhoud:]
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen geworden:
één contract in duplo betreffende de pakhuisafdeeling No.H 15
van de hal op de Centrale Markt;
één contract in duplo betreffende de pakhuisafdeeling No.C 11
van pier C op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorde-
ren, dat deze contracten door den heer Burgemeester worden
geteekend. Daarna gelieve U ze mij te doen terugzenden, tenein-
de voor registratie te kunnen zorgdragen.

[Ondertekening:]
De Directeur, Dit document is een typisch voorbeeld van de formele, hiërarchische communicatie binnen een Nederlands gemeentebestuur in het midden van de 20e eeuw. De directeur van een dienst (waarschijnlijk de Centrale Markt zelf) stuurt twee sets contracten in tweevoud ("in duplo") naar de verantwoordelijke wethouder. Het betreft specifieke locaties op het marktterrein: pakhuisafdeling H 15 in de centrale hal en C 11 op pier C.

De procedure is formeel: de wethouder fungeert als tussenpersoon om de handtekening van de burgemeester te verkrijgen. Na ondertekening moeten de stukken retour naar de directeur voor de definitieve registratie. Het taalgebruik ("heb ik de eer U te doen geworden", "Ik moge U beleefd verzoeken") is uiterst hoffelijk en protocollair. De brief is gedateerd op 21 mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in die tijd het kloppende hart vormden van de voedseldistributie voor de stad.

De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode van cruciaal belang vanwege de toenemende schaarste, de invoering van het distributiestelsel en de noodzaak om de voedselvoorziening voor de burgerbevolking op peil te houden. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld. Ondanks de oorlogsomstandigheden en de bezetting bleven de reguliere administratieve processen, zoals het vastleggen van contracten voor marktkooplieden of groothandelaren voor pakhuisruimte, nauwgezet doorgaan. Dit document getuigt van de voortzetting van de bureaucratische orde in oorlogstijd.

Samenvatting

Dit document is een typisch voorbeeld van de formele, hiërarchische communicatie binnen een Nederlands gemeentebestuur in het midden van de 20e eeuw. De directeur van een dienst (waarschijnlijk de Centrale Markt zelf) stuurt twee sets contracten in tweevoud ("in duplo") naar de verantwoordelijke wethouder. Het betreft specifieke locaties op het marktterrein: pakhuisafdeling H 15 in de centrale hal en C 11 op pier C.

De procedure is formeel: de wethouder fungeert als tussenpersoon om de handtekening van de burgemeester te verkrijgen. Na ondertekening moeten de stukken retour naar de directeur voor de definitieve registratie. Het taalgebruik ("heb ik de eer U te doen geworden", "Ik moge U beleefd verzoeken") is uiterst hoffelijk en protocollair.

Historische Context

De brief is gedateerd op 21 mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in die tijd het kloppende hart vormden van de voedseldistributie voor de stad.

De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode van cruciaal belang vanwege de toenemende schaarste, de invoering van het distributiestelsel en de noodzaak om de voedselvoorziening voor de burgerbevolking op peil te houden. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld. Ondanks de oorlogsomstandigheden en de bezetting bleven de reguliere administratieve processen, zoals het vastleggen van contracten voor marktkooplieden of groothandelaren voor pakhuisruimte, nauwgezet doorgaan. Dit document getuigt van de voortzetting van de bureaucratische orde in oorlogstijd.

Kooplieden in dit dossier 78

Abraham Cosman plaatsgeld Mei.
A. van Velzen F.J. Beugel & Zn.
A. van Velzen Uilenburg N.Uilenburgerstr.
A. van Velzen huur Mei.
A. Wijnschenk Waterlooplein
B. Moffie 7 md = 583.33 —
B. Moffie J.H. ter Punt
B. Moffie Waterlooplein
B. Polak. Uilenburg Diezestr.10 / Tilanusstr.78
B. Thijn Uilenburg Wielingenstr.18 / Cillierstr.6
D. Appelboom huur Mei.
D. Appelboom Rapenburgerstr.185
E. Brasem Waterlooplein Waterlooplein 25 / Waterlooplein 25
E. Pach-Schellevis Uilenburg
Expediteurs(waaronder begrepen de overkruiers)
Gebr.Cosman Waterlooplein
G. Hagenaar Waterlooplein Vrolikstraat 56 / Retiefstraat 21
Gebr.Meents Uilenburg Amstellaan 57
C. Meentz 7 md 291.66 -
C. Meentz J.J. Griffioen
Gebr.Rodenburg Waterlooplein
H. Krant Waterlooplein Eemstr.60 / Eemstraat 9
H. Krant id.
H. Meents Waterlooplein Retiefstr.12 / Retiefstr.12
H. Meentz id.
H. Meentz 7 md 291.66
H. Meentz plaatsgeld:
H. de Rooy 7 md = 437.50 —
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6