Officiële correspondentie (brief).
Origineel
Officiële correspondentie (brief). Gedateerd met een handgeschreven notitie "Verzonden 17/7" (jaar onbekend, waarschijnlijk medio 20e eeuw gezien het adres). Directie van het Marktwezen, Amsterdam. Handgeschreven (bovenaan):
Verzonden 17/7
Getypt:
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
No. 37/45/17 M.
Amsterdam,
Jan van Galenstraat 14.
Aan den Heer C. Paarlberg.
Centrale Markt No. H.10.
Amsterdam-West.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcon-
tract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale
Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, in-
gevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek repara-
tiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz. voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat arti-
kel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te
Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te bren-
gen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle geval-
len, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding
wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, De brief is een formele bevestiging van een huurovereenkomst voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De toon is zakelijk en strikt juridisch, waarbij de huurder direct wordt gewezen op zijn plichten.
Twee specifieke punten worden benadrukt:
1. Onderhoudsplicht: Op basis van het Burgerlijk Wetboek (artikel 1619) is de huurder verantwoordelijk voor kleine reparaties aan zaken zoals rolluiken en sloten.
2. Reclamebeperking: Het is de huurder verboden om zonder schriftelijke toestemming reclameborden of aanduidingen aan te brengen op het pand. Dit wijst op een streng esthetisch of ordelijk beheer van de markthallen door de directie.
Het document is representatief voor de bureaucratische afhandeling van marktzaken in de periode dat de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening vormden. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat werden geopend in 1934 om de verspreide markten in de Amsterdamse binnenstad te centraliseren. De Directie van het Marktwezen was een gemeentelijke instantie die toezicht hield op de exploitatie, hygiëne en orde op deze terreinen.
De geadresseerde, C. Paarlberg, was vermoedelijk een groothandelaar of commissionair die een vaste plek (sectie H.10) in de hallen bezette. De verwijzing naar artikel 1619 van het 'oude' Burgerlijk Wetboek (over de onderhoudsplicht van de huurder) en het gebruik van de spelling met 'oo' (zooals, vóóraf) en de naamvallen (den Heer, dezes) duidt op een document van vóór de spellinghervorming van 1947 of kort daarna, toen deze ambtelijke stijl nog gebruikelijk was. C. Paarlberg M. Marktwezen