Zakelijke brief op briefpapier.
Origineel
Zakelijke brief op briefpapier. 14 Augustus 1942. J. J. Griffioen, Grossier in Fruit, Bilderdijkkade 31, Amsterdam-W. [Briefhoofd links]
J. J. GRIFFIOEN
GROSSIER IN FRUIT
TELEFOON 81917
POSTGIRO 139488
[Briefhoofd rechts]
AMSTERDAM-W. 14 Augustus 1942.
BILDERDIJKKADE 31
[Adressering]
Marktwezen Amsterdam.
Jan van Galenstraat 14
[Aantekening]
mr. Th. Uijfelen
[Inhoud]
Mijne Heeren,
In antwoord op Uw schrijven d.d. 6 Augustus
1942, onder bovenvermeld nummer, betreffende de
pakhuishuren der Joodsche grossiers, deel ik U
mede, dat ik van deze grossiers met uitzondering
van de Gebr. Meents. , geen kasgelden onder mij
heb, zoodat ik de vermelde huren niet kan vol-
doen.
De huur van de Gebroeders Meents. zal
aan U voldaan worden.
Hoogachtend.
[Handtekening: J.J. Griffioen]
Treuhänder * Onderwerp: De brief betreft de betaling van pakhuishuren van Joodse grossiers (groothandelaren) die op de markt werkzaam waren.
* Kernboodschap: Griffioen deelt mede dat hij, op de Gebroeders Meents na, geen contante middelen van de Joodse ondernemers onder zijn beheer heeft. Hierdoor kan hij hun openstaande huurschulden aan het Marktwezen niet voldoen. De huur van Gebr. Meents zal wel worden betaald.
* Taalgebruik: Formeel en zakelijk Nederlands, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw (bijv. "Mijne Heeren", "zoodat").
* Opvallend: De rode onderstrepingen bij "ik" en "niet" suggereren dat de ontvanger bij het Marktwezen de kern van de weigering/onmogelijkheid tot betaling wilde accentueren voor verdere administratieve afhandeling. Dit document is een direct overblijfsel van de economische vervolging van Joden tijdens de Duitse bezetting in Nederland (1940-1945).
* Treuhänder: De afzender, J.J. Griffioen, tekent als "Treuhänder" (bewindvoerder). De bezetter stelde deze "vertrouwensmannen" aan om Joodse bedrijven te beheren, te liquideren of te "ariseren" (over te dragen aan niet-Joden). De eigenaren verloren hiermee alle zeggenschap over hun bezit en inkomsten.
* Locatie: Het "Marktwezen" refereert aan de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat, waar veel Joodse handelaren actief waren.
* Betekenis: De brief illustreert hoe de onteigening van Joodse ondernemers tot in de kleinste details (zoals pakhuishuur) werd geadministreerd. Het benoemt specifiek de "Gebr. Meents", een bekende Joodse firma in de fruithandel, wiens financiën op dat moment blijkbaar nog wel ruimte boden voor huurbetaling via de bewindvoerder. Dit soort documentatie is cruciaal voor het reconstrueren van de systematische beroving van de Joodse gemeenschap.