Handgeschreven ambtelijke notitie of memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of memo. 9 oktober 1942. Griffier
op kantoor geweest 9-10-1942
vraagt toestemming om pakhuis
a.s. te mogen onderverhuren
aan C. Middelburg
einde contract 31/8. 42.
[Aantekening rechts, schuin geschreven:]
N.B
Th. Broese
heeft dit
pakhuis
noodig!
HS [paraf]
[Aantekening linksonder in rode inkt, omkaderd:]
Griffier bij M. Muller geweest
met de mededeeling dat ook hij
door prijsrechter gezocht is
zijn verzoek intrekt
[Paraf midden onderaan:]
op b. v. d De notitie documenteert de intrekking van een verzoek tot onderverhuur van een pakhuis tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Het verzoek: Op 9 oktober 1942 verschijnt een griffier op kantoor om toestemming te vragen voor de onderverhuur van een pakhuis aan C. Middelburg. Het contract van de huidige bewoner/huurder was blijkbaar op 31 augustus 1942 geëindigd.
- Tegenstrijdig belang: Een kanttekening (geparafeerd met HS) meldt met klem dat Th. Broese het betreffende pakhuis dringend nodig heeft. Dit wijst op schaarste aan opslagruimte.
- Intrekking: De tekst in rode inkt vormt de ontknoping. De griffier heeft contact gehad met een zekere M. Muller en trekt het verzoek in. De opgegeven reden — dat hij "door prijsrechter gezocht is" — duidt op een onderzoek naar prijsregels of illegale huurpraktijken. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland was er een strikt regime op de huur- en vastgoedmarkt. De Prijsbeheersingsdienst (met de bijbehorende 'prijsrechters') hield toezicht op woekerprijzen en illegale transacties. Omdat pakhuizen van cruciaal belang waren voor de distributie en opslag (vaak ook voor de zwarte markt of juist voor de bezetter), stonden deze onder scherp toezicht. Het feit dat iemand door de prijsrechter werd "gezocht", betekende vaak het begin van een strafrechtelijk of administratief proces wegens overtreding van de prijsvoorschriften. C. Middelburg M. Muller
Samenvatting
De notitie documenteert de intrekking van een verzoek tot onderverhuur van een pakhuis tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Het verzoek: Op 9 oktober 1942 verschijnt een griffier op kantoor om toestemming te vragen voor de onderverhuur van een pakhuis aan C. Middelburg. Het contract van de huidige bewoner/huurder was blijkbaar op 31 augustus 1942 geëindigd.
- Tegenstrijdig belang: Een kanttekening (geparafeerd met HS) meldt met klem dat Th. Broese het betreffende pakhuis dringend nodig heeft. Dit wijst op schaarste aan opslagruimte.
- Intrekking: De tekst in rode inkt vormt de ontknoping. De griffier heeft contact gehad met een zekere M. Muller en trekt het verzoek in. De opgegeven reden — dat hij "door prijsrechter gezocht is" — duidt op een onderzoek naar prijsregels of illegale huurpraktijken.
Historische Context
Tijdens de Duitse bezetting van Nederland was er een strikt regime op de huur- en vastgoedmarkt. De Prijsbeheersingsdienst (met de bijbehorende 'prijsrechters') hield toezicht op woekerprijzen en illegale transacties. Omdat pakhuizen van cruciaal belang waren voor de distributie en opslag (vaak ook voor de zwarte markt of juist voor de bezetter), stonden deze onder scherp toezicht. Het feit dat iemand door de prijsrechter werd "gezocht", betekende vaak het begin van een strafrechtelijk of administratief proces wegens overtreding van de prijsvoorschriften.