Ambtelijke brief/correspondentie.
Origineel
Ambtelijke brief/correspondentie. 6 augustus 1942. De waarnemend directeur ("Der Direktor, wnd."), vermoedelijk van de Centrale Markthallen of een gerelateerde Amsterdamse gemeentelijke dienst. De heer A. Gombault, Wirtschaftsreferent (economisch adviseur) bij het bureau van de Beauftragte für die Stadt Amsterdam (de Duitse gevolmachtigde voor de stad Amsterdam, Hans Böhmcker). [Handgeschreven aantekening rechtsboven:] l. Müller [?]
[Getypte tekst:]
vB/HB.
Herrn A. Gombault,
Wirtschaftsreferent Büro Beauftragte
für die Stadt Amsterdam,
Museumplein 19,
Amsterdam-Zuid.
37/52/7 M. 6. August 1942.
Rückzahlung
Zutrittgelder
Centrale Markt.
" De Joodsche Raad voor Amsterdam " beantragt Rückzahlung
der Zutritt-Gelder Centrale Markt an Juden, die diese Gelder bezahlt
haben, aber deren Zutritt auf der Centrale Markt untersagt worden
ist. Der Gesammt-Betrag stellt sich auf etwa f 450,-.
Ich bitte Sie mir mitzuteilen ob diese Rückzahlung an
" De Joodsche Raad " erlaubt ist.
Der Direktor,
wnd. * Inhoud: De brief betreft een verzoek van de Joodsche Raad voor Amsterdam om de reeds betaalde toegangsgelden voor de Centrale Markt terug te betalen aan Joodse handelaren/bezoekers. Omdat Joden inmiddels de toegang tot de Centrale Markt was ontzegd, konden zij geen gebruik maken van de diensten waarvoor zij hadden betaald.
* Kernpunten:
* Het gaat om een bedrag van ongeveer 450 gulden.
* De afzender (een Nederlandse functionaris) durft deze terugbetaling niet zelfstandig uit te voeren en vraagt expliciet om toestemming van de Duitse bezettingsautoriteiten (Wirtschaftsreferent Gombault).
* De terminologie "untersagt worden ist" (is verboden/ontzegd) illustreert de uitsluiting van Joden uit het openbare en economische leven.
* Taal: Het document is opgesteld in het Duits, de officiële taal van de bezetter, hoewel de namen van instanties zoals "De Joodsche Raad" en "Centrale Markt" in het Nederlands blijven staan. Dit document uit augustus 1942 bevindt zich in het hart van de Holocaust in Nederland. In juli 1942 waren de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen begonnen. Tegelijkertijd ging de bureaucratische afhandeling van de uitsluiting van Joden uit de maatschappij gewoon door.
De Centrale Markthallen in Amsterdam waren een essentieel punt voor de voedselvoorziening. Door Joden de toegang te ontzeggen, werden zij verder economisch en sociaal geïsoleerd. De Joodsche Raad trad hier op als belangenbehartiger voor de getroffenen om hun geld terug te krijgen. De brief toont de absolute controle van de Duitse bezetter: zelfs een relatief kleine administratieve handeling zoals een terugbetaling van 450 gulden aan Joden mocht niet worden uitgevoerd zonder directe toestemming van het bureau van de Beauftragte. Het typeert de "banaliteit" van de bureaucratie tijdens de bezetting, waarbij uitsluiting werd gereduceerd tot een administratieve vraag. A. Gombault