Briefkaart of fragment van een verzoekschrift (rekest).
Origineel
Briefkaart of fragment van een verzoekschrift (rekest). 10 juni 1942 (volgens ambtelijk stempel). C.H. Blanken, standplaatshouder. [Handgeschreven tekst in inkt:]
daar wij anders niet in staat
zijn om ons gezin datgene te geven
wat nodig is:
Dankend voor u gewaardeerde
aandacht in afwachting
C. H. Blanken
Standplaats houder II Weteringplantsoen
sedert 1928.
woonplaats Jacob v Campenstr 126 I
alhier
[Ambtelijke notitie in het midden:]
Zie mij bsch voor de weth.
[onleesbare paraaf]
[Stempel in paarse inkt:]
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en
Schoonmaak, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze
in handen van den Heer Directeur van het Markt-
wezen om advies,
A'dam, 10 Juni 1942
[Onderaan het document:]
Nº 37/58/1 M. 1942 12/6 De tekst betreft een smeekbede of een formeel verzoek van een marktkoopman, C.H. Blanken. De schrijver benadrukt de precaire financiële situatie van zijn gezin ("niet in staat zijn om ons gezin datgene te geven wat nodig is") als motivering voor zijn aanvraag. Blanken voert zijn anciënniteit op als argument: hij is al sinds 1928 standplaatshouder op het Weteringplantsoen.
Het ambtelijke traject is zichtbaar door het stempel: de wethouder stuurt het document door naar de Directeur van het Marktwezen voor advies. De handgeschreven tussenmerking ("Zie mij bsch voor de weth.") is waarschijnlijk een interne instructie van een ambtenaar (verwijzend naar een 'beschikking') gericht aan de wethouder of diens secretariaat. Het document dateert uit juni 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de economische situatie in Amsterdam zwaar door schaarste en rantsoenering. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in die tijd een zeer machtige positie omdat hij toezag op de distributie en de markthandel.
Het feit dat de afzender zijn gezinssituatie aanhaalt, wijst op de bittere noodzaak van het behoud of de uitbreiding van zijn handelsrechten om te kunnen overleven. De Jacob van Campenstraat, waar de afzender woonde, ligt in de Pijp, een buurt die vanouds nauw verbonden was met de Amsterdamse markten (zoals de nabijgelegen Albert Cuypmarkt). C.H. Blanken H. Blanken Marktwezen
Samenvatting
De tekst betreft een smeekbede of een formeel verzoek van een marktkoopman, C.H. Blanken. De schrijver benadrukt de precaire financiële situatie van zijn gezin ("niet in staat zijn om ons gezin datgene te geven wat nodig is") als motivering voor zijn aanvraag. Blanken voert zijn anciënniteit op als argument: hij is al sinds 1928 standplaatshouder op het Weteringplantsoen.
Het ambtelijke traject is zichtbaar door het stempel: de wethouder stuurt het document door naar de Directeur van het Marktwezen voor advies. De handgeschreven tussenmerking ("Zie mij bsch voor de weth.") is waarschijnlijk een interne instructie van een ambtenaar (verwijzend naar een 'beschikking') gericht aan de wethouder of diens secretariaat.
Historische Context
Het document dateert uit juni 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de economische situatie in Amsterdam zwaar door schaarste en rantsoenering. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in die tijd een zeer machtige positie omdat hij toezag op de distributie en de markthandel.
Het feit dat de afzender zijn gezinssituatie aanhaalt, wijst op de bittere noodzaak van het behoud of de uitbreiding van zijn handelsrechten om te kunnen overleven. De Jacob van Campenstraat, waar de afzender woonde, ligt in de Pijp, een buurt die vanouds nauw verbonden was met de Amsterdamse markten (zoals de nabijgelegen Albert Cuypmarkt).