Administratief memo / bijblad (Alg. Zaken-Model No. 14)
Origineel
Administratief memo / bijblad (Alg. Zaken-Model No. 14) 16 juni 1942 (genoteerd als 16/6) (Kop linksboven, gedrukt en ingevuld)
BIJBLAD VAN:
M. No. 37/60/1 1942
DOORGEZONDEN: 16/6
(Kop rechtsboven, potlood)
mr. Th. Müller
Bedrijfshulp
(Hoofdtekst, inkt)
E. 14. f 800. m. Wynschenk afloop 31/12. 42 } tekenen
E. 18 f 800. n. Hagenaar afloop 31/12. 42 } a. Bzl
E. 15 f 800.- n. Mikkels bij d. Casseres. afloop 31/3. 43.
ja zou volgens a Bzl ongekeurd zijn.
(Doorgehaalde regels)
~~Aan B.B. E 15 krijgt bericht dat hieraan geen~~
~~voldoening kan worden voldaan.~~
~~E 15 wordt nader bezien.~~
(Onderste handgeschreven regel)
De penningen overgeboekt op rek. van afd Financiën
verzoek d.d. [onleesbaar] gemaakt.
(Voet, gedrukt)
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 * Onderwerp: Het document betreft de administratieve en financiële afhandeling van specifieke dossiers (gekenmerkt met E. 14, 15 en 18). Het gaat om bedragen van 800 gulden per dossier met vastgelegde vervaldata ("afloop").
* Namen: De genoemde namen Wynschenk en Casseres zijn specifiek Sefardisch-Joodse achternamen. In de context van juni 1942 wijst dit op de bureaucratie rondom de onteigening of het beheer van Joodse vermogens door de bezettingsautoriteiten.
* Terminologie:
* Bzl: Waarschijnlijk de afkorting voor 'Bijzondere Zaken', een afdeling binnen de administratie die belast was met dossiers die buiten de normale gang van zaken vielen (vaak gerelateerd aan de anti-Joodse maatregelen).
* Penningen overgeboekt: De definitieve handeling waarbij gelden zijn getransfereerd naar de afdeling Financiën.
* Correcties: De forse doorhalingen duiden op een wijziging in het besluitvormingsproces voor dossier E. 15. Waar eerst werd gesteld dat er "geen voldoening" kon plaatsvinden, is uiteindelijk besloten de gelden over te boeken. Dit document is een tastbaar bewijs van de 'papierwinkel' achter de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In juni 1942 was het proces van onteigening van Joods bezit (onder andere via de roofbank Lippmann, Rosenthal & Co., ook wel Liro genoemd) in volle gang. De potloodnotitie "mr. Th. Müller" verwijst zeer waarschijnlijk naar een ambtenaar binnen het Duitse of collaborerende Nederlandse bestuursapparaat. Het formulier toont hoe individuele levens en bezittingen werden gereduceerd tot dossiernummers en boekhoudkundige posten in een kille bureaucratische machine.