Ambtsbericht / Rapport van de keuringsdienst/marktwezen.
Origineel
Ambtsbericht / Rapport van de keuringsdienst/marktwezen. 3 juli 1942. R A P P O R T
Naar aanleiding van bijgaand schrijven heb ik, ondergeteekende, controleur Felthuis, een onderzoek ingesteld. De betrokken personen zijn W.H. Kuster en G.H. Kuster, die als personeel in dienst zijn bij de A.C. Zij ontkenden groenten op de Central Markt te hebben gekocht en aan de fam: Schokker gegeven. Ook bij de fam: Schokker vernam ik hetzelfde. Voorts vernam ik nog het volgende. W.H. Kuster is sinds eenigen tijd verloofd met een dochter van de fam: Schokker. Deze dochter heeft voordien omgang gehad met een zoon van Van Lent. Deze zoon is thans werkzaam in Duitschland, aldus G.H. Kuster. Reed eerder schijnt hierover tusschen families oneenigheid te zijn geweest. Naar G.H. Kuster mij verklaarde, hebben zij reeds verschillende anonieme brieven ontvangen waarin bedreigingen werden geuit. Hoewel ik, rapporteur den naam van den briefschrijver niet heb genoemd, noch over een brief heb gesproken veronderstelde men toch in die richting. G.H. Kuster verklaarde mij, dat hij van dit geval aangifte heeft gedaan bij de Politie aan de Admiraal de Ruyterweg opdat hier aan voorgoed een eind wordt gemaakt.
Amsterdam 3 Juli 1942
Controleur
[Handtekening: A. Felthuis]
Den Heer Bedrijfschef
van het Marktwezen.
[Handgeschreven aantekeningen onderaan:]
bij [initialen]
mij v. Lent opvragen
4/7 - 42 [initialen] acc: L. 4/7-42
van Lent thuis de boodschap gebracht zich bij den Heer Brunse te vervoegen 4/7 42 [Handtekening] Dit rapport schetst een beeld van de interne controles en de sociale spanningen binnen het Amsterdamse Marktwezen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is een beschuldiging dat personeelsleden (de Kusters) groenten van de Centrale Markt zouden hebben ontvreemd of illegaal hebben doorgeleverd aan de familie Schokker.
De rapporteur, controleur Felthuis, concludeert echter dat er waarschijnlijk sprake is van een kwaadwillige aangifte of laster, voortvloeiend uit een relationeel conflict. De verloving van W.H. Kuster met een meisje Schokker heeft kwaad bloed gezet bij een ex-geliefde (Van Lent), die op dat moment in Duitsland verblijft (mogelijk via de Arbeitseinsatz). De familie Kuster wordt bestookt met anonieme brieven, een veelvoorkomend fenomeen tijdens de bezetting om persoonlijke rekeningen te vereffenen via officiële instanties. De Kusters hebben inmiddels de politie ingeschakeld om de intimidatie te stoppen. Het document dateert van juli 1942, een periode waarin de voedselschaarste in Nederland toenam en de distributieregels voor de Centrale Markt in Amsterdam zeer streng waren. De controle op de handel in groenten was essentieel voor de bezetter en de Nederlandse autoriteiten om de zwarte markt in te dammen.
De vermelding van de zoon "werkzaam in Duitschland" is historisch relevant; dit duidt vaak op gedwongen tewerkstelling, hoewel het hier ook als een dreigement of machtspositie binnen het familieconflict lijkt te worden gebruikt. De anonieme brieven waarover gesproken wordt, passen in de bredere trend van "verraad" en aangiftes die de sociale cohesie tijdens de oorlogsjaren zwaar onder druk zetten. Het Marktwezen fungeerde hier niet alleen als economische controleur, maar raakte ongewild betrokken bij diepgewortelde Amsterdamse familieveteres.