Archief 745
Inventaris 745-378
Pagina 381
Dossier 21
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie).

31 juli 1942. Van: De waarnemend (wnd.) Directeur van de Centrale Markt.

Origineel

Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie). 31 juli 1942. De waarnemend (wnd.) Directeur van de Centrale Markt. [Handgeschreven:] M. Müller [?]

VB/HB.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

37/85/1 M. 31 Juli 1942.

kwijtschelding marktgeld
Centrale Markt fa.B.Polak.

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de bewindvoerder
van de firma B.Polak, Joodsche grossier der Centrale Markt, voor
wien door de Wirtschaftsprüfstelle te Den Haag een Treuhänder-liqui-
dateur is benoemd, welke firma voor het kalenderjaar 1942 een plaats
in de hal op de Centrale Markt had ingenomen ad ƒ 500,- per jaar, mij
heeft verzocht deze firma per 1 Juli 1942 van haar verplichtingen te
ontheffen, in verband met liquidatie der zaak.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat
op gronden van billijkheid, krachtens de bepalingen in artikel 10 van
de Verordening op de Heffing, bij Besluit van den Burgemeester kwijt-
schelding van marktgeld wordt verleend tot een bedrag van ƒ 250,-

De Directeur,
wnd. * Inhoud: De waarnemend directeur van de Centrale Markt verzoekt de wethouder om toestemming voor de kwijtschelding van de helft van het jaarlijkse marktgeld (€250 van de €500) voor de firma B. Polak. De reden is dat het bedrijf per 1 juli 1942 is opgehouden te bestaan.
* Terminologie: Het document gebruikt expliciete nationaalsocialistische termen zoals "Wirtschaftsprüfstelle" (de Duitse instantie die toezag op de 'arisering' van de economie) en "Treuhänder-liquidateur" (een door de bezetter aangestelde beheerder die belast was met het liquideren of overdragen van Joodse bezittingen).
* Bureaucracy: De brief toont de formele, ambtelijke afhandeling van de gevolgen van de Jodenvervolging. Hoewel de aanleiding de gedwongen liquidatie van een Joodse onderneming is, wordt het verzoek gegoten in de vorm van een reguliere administratieve handeling op "gronden van billijkheid". Dit document is een direct bewijs van de economische uitsluiting en onteigening van de Joodse bevolking in Nederland tijdens de bezetting. In 1941 en 1942 werden Joodse bedrijven systematisch onder toezicht van een Treuhänder gesteld. In dit geval leidde dit tot de opheffing (liquidatie) van de firma B. Polak, een grossier op de Centrale Markthallen in Amsterdam.

De datum, 31 juli 1942, is saillant: dit was slechts enkele weken nadat de grootschalige deportaties vanuit Nederland naar de vernietigingskampen waren begonnen. Terwijl de menselijke tragedie zich voltrok, hield de bureaucratie zich bezig met de financiële afwikkeling van het marktgeld van de nu verbannen of ondergedoken ondernemers.

Samenvatting

  • Inhoud: De waarnemend directeur van de Centrale Markt verzoekt de wethouder om toestemming voor de kwijtschelding van de helft van het jaarlijkse marktgeld (€250 van de €500) voor de firma B. Polak. De reden is dat het bedrijf per 1 juli 1942 is opgehouden te bestaan.
  • Terminologie: Het document gebruikt expliciete nationaalsocialistische termen zoals "Wirtschaftsprüfstelle" (de Duitse instantie die toezag op de 'arisering' van de economie) en "Treuhänder-liquidateur" (een door de bezetter aangestelde beheerder die belast was met het liquideren of overdragen van Joodse bezittingen).
  • Bureaucracy: De brief toont de formele, ambtelijke afhandeling van de gevolgen van de Jodenvervolging. Hoewel de aanleiding de gedwongen liquidatie van een Joodse onderneming is, wordt het verzoek gegoten in de vorm van een reguliere administratieve handeling op "gronden van billijkheid".

Historische Context

Dit document is een direct bewijs van de economische uitsluiting en onteigening van de Joodse bevolking in Nederland tijdens de bezetting. In 1941 en 1942 werden Joodse bedrijven systematisch onder toezicht van een Treuhänder gesteld. In dit geval leidde dit tot de opheffing (liquidatie) van de firma B. Polak, een grossier op de Centrale Markthallen in Amsterdam.

De datum, 31 juli 1942, is saillant: dit was slechts enkele weken nadat de grootschalige deportaties vanuit Nederland naar de vernietigingskampen waren begonnen. Terwijl de menselijke tragedie zich voltrok, hield de bureaucratie zich bezig met de financiële afwikkeling van het marktgeld van de nu verbannen of ondergedoken ondernemers.

Kooplieden in dit dossier 78

Abraham Cosman plaatsgeld Mei.
A. van Velzen F.J. Beugel & Zn.
A. van Velzen Uilenburg N.Uilenburgerstr.
A. van Velzen huur Mei.
A. Wijnschenk Waterlooplein
B. Moffie 7 md = 583.33 —
B. Moffie J.H. ter Punt
B. Moffie Waterlooplein
B. Polak. Uilenburg Diezestr.10 / Tilanusstr.78
B. Thijn Uilenburg Wielingenstr.18 / Cillierstr.6
D. Appelboom huur Mei.
D. Appelboom Rapenburgerstr.185
E. Brasem Waterlooplein Waterlooplein 25 / Waterlooplein 25
E. Pach-Schellevis Uilenburg
Expediteurs(waaronder begrepen de overkruiers)
Gebr.Cosman Waterlooplein
G. Hagenaar Waterlooplein Vrolikstraat 56 / Retiefstraat 21
Gebr.Meents Uilenburg Amstellaan 57
C. Meentz 7 md 291.66 -
C. Meentz J.J. Griffioen
Gebr.Rodenburg Waterlooplein
H. Krant Waterlooplein Eemstr.60 / Eemstraat 9
H. Krant id.
H. Meents Waterlooplein Retiefstr.12 / Retiefstr.12
H. Meentz id.
H. Meentz 7 md 291.66
H. Meentz plaatsgeld:
H. de Rooy 7 md = 437.50 —
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6