Archief 745
Inventaris 745-378
Pagina 383
Dossier 17
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke brief/concept.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke brief/concept. Onderwerp:
kwijtschelding marktgeld
der fa. B. Polak

37/05/17
w. l. m.

Hiermede heb ik de eer U te berichten,
dat ~~de bewindvoerder van~~ de fa B. Polak, Joodsche
firma der C.V. voor wien door de Wirtschaftsprüf-
stelle te Den Haag een Treuhand-liquidateur
is benoemd, ~~mij heeft verzocht hem per 1 juli~~
~~a.s.~~ welke zij voor het kalenderjaar 1942
een plaats in de hal op de C.V. had uitgekozen
ad f 500.- p.j., mij heeft verzocht hem per
1 juli a.s. van haar verplichting te ontheffen,
in verband met liquidatie der zaak.

Ik moge U beleefd verzoeken wel te
willen bevorderen, dat op gronden van billijkheid
krachtens de bepalingen in artikel 10 van de Verorde-
ning op de heffing, bij Besluit van den Burgemeester
kwijtschelding van marktgeld wordt verleend tot
een bedrag van f 250.-

g.d. Dit document is een ambtelijk schrijven waarin wordt verzocht om een reductie van de verschuldigde marktgelden voor een specifiek bedrijf: de firma B. Polak. De kern van het verzoek is dat het bedrijf per 1 juli 1942 stopt met de huur van een standplaats in de "hal op de C.V." (waarschijnlijk de Centrale Veiling of een vergelijkbare markthal) vanwege de liquidatie van de zaak.

Er wordt voorgesteld om, op basis van billijkheid en de geldende verordeningen, de helft van het jaarbedrag (f 250,- van de f 500,-) kwijt te schelden omdat het bedrijf na de eerste helft van het jaar ophoudt te bestaan. De schrijver hanteert een formele, ambtelijke toon ("Ik moge U beleefd verzoeken"). Het document biedt een schrijnend inkijkje in de administratieve afwikkeling van de 'arisering' en liquidatie van Joodse bedrijven tijdens de Duitse bezetting van Nederland.

  1. De Wirtschaftsprüfstelle: Dit was een Duitse instantie die toezicht hield op het economische leven en een sleutelrol speelde bij de onteigening van Joodse bezittingen.
  2. Treuhand-liquidateur: De bezetter stelde 'Treuhanders' (bewindvoerders) aan over Joodse zaken. Deze hadden als taak het bedrijf ofwel voort te zetten onder niet-Joodse leiding, ofwel — zoals in dit geval — te liquideren. De opbrengst ging doorgaans naar de Duitse roofbank Lippmann, Rosenthal & Co (Liro).
  3. Administratieve kilheid: Terwijl de Joodse eigenaren hun bezit en bestaansrecht verloren, hield de bureaucratie zich bezig met de correcte verrekening van marktgelden over de resterende maanden van het jaar. De term "Joodsche firma" werd hierbij als een zakelijke classificatie gebruikt binnen het discriminerende wettelijke kader van de bezetter.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk schrijven waarin wordt verzocht om een reductie van de verschuldigde marktgelden voor een specifiek bedrijf: de firma B. Polak. De kern van het verzoek is dat het bedrijf per 1 juli 1942 stopt met de huur van een standplaats in de "hal op de C.V." (waarschijnlijk de Centrale Veiling of een vergelijkbare markthal) vanwege de liquidatie van de zaak.

Er wordt voorgesteld om, op basis van billijkheid en de geldende verordeningen, de helft van het jaarbedrag (f 250,- van de f 500,-) kwijt te schelden omdat het bedrijf na de eerste helft van het jaar ophoudt te bestaan. De schrijver hanteert een formele, ambtelijke toon ("Ik moge U beleefd verzoeken").

Historische Context

Het document biedt een schrijnend inkijkje in de administratieve afwikkeling van de 'arisering' en liquidatie van Joodse bedrijven tijdens de Duitse bezetting van Nederland.

  1. De Wirtschaftsprüfstelle: Dit was een Duitse instantie die toezicht hield op het economische leven en een sleutelrol speelde bij de onteigening van Joodse bezittingen.
  2. Treuhand-liquidateur: De bezetter stelde 'Treuhanders' (bewindvoerders) aan over Joodse zaken. Deze hadden als taak het bedrijf ofwel voort te zetten onder niet-Joodse leiding, ofwel — zoals in dit geval — te liquideren. De opbrengst ging doorgaans naar de Duitse roofbank Lippmann, Rosenthal & Co (Liro).
  3. Administratieve kilheid: Terwijl de Joodse eigenaren hun bezit en bestaansrecht verloren, hield de bureaucratie zich bezig met de correcte verrekening van marktgelden over de resterende maanden van het jaar. De term "Joodsche firma" werd hierbij als een zakelijke classificatie gebruikt binnen het discriminerende wettelijke kader van de bezetter.

Kooplieden in dit dossier 78

Abraham Cosman plaatsgeld Mei.
A. van Velzen F.J. Beugel & Zn.
A. van Velzen Uilenburg N.Uilenburgerstr.
A. van Velzen huur Mei.
A. Wijnschenk Waterlooplein
B. Moffie 7 md = 583.33 —
B. Moffie J.H. ter Punt
B. Moffie Waterlooplein
B. Polak. Uilenburg Diezestr.10 / Tilanusstr.78
B. Thijn Uilenburg Wielingenstr.18 / Cillierstr.6
D. Appelboom huur Mei.
D. Appelboom Rapenburgerstr.185
E. Brasem Waterlooplein Waterlooplein 25 / Waterlooplein 25
E. Pach-Schellevis Uilenburg
Expediteurs(waaronder begrepen de overkruiers)
Gebr.Cosman Waterlooplein
G. Hagenaar Waterlooplein Vrolikstraat 56 / Retiefstraat 21
Gebr.Meents Uilenburg Amstellaan 57
C. Meentz 7 md 291.66 -
C. Meentz J.J. Griffioen
Gebr.Rodenburg Waterlooplein
H. Krant Waterlooplein Eemstr.60 / Eemstraat 9
H. Krant id.
H. Meents Waterlooplein Retiefstr.12 / Retiefstr.12
H. Meentz id.
H. Meentz 7 md 291.66
H. Meentz plaatsgeld:
H. de Rooy 7 md = 437.50 —
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6