Archief 745
Inventaris 745-378
Pagina 597
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijk rapport van de Gemeente Amsterdam, Dienst van het Marktwezen.

15 december 1942.

Origineel

Ambtelijk rapport van de Gemeente Amsterdam, Dienst van het Marktwezen. 15 december 1942. Rapport. Nº 37/153/1 M. 1942 16/12 [handgeschreven toevoeging]

Ter zake van de overschrijding der vastgestelde maximumprijzen werd ingaande 6 December 1942 voor den duur van één jaar uitgesloten van toegang tot de Centrale Markt de grossier G.Schönhage, huurder van pakhuis E.23 en E.24.

Nu vervoegde zich hedenmorgen bij mij den heer L.Schönhage, geb.17/8.1908 en wonende Akerdijk 127 te Haarlemmermeer aan wien ook door het kaartenbureau der Centrale Markt een toegangskaart als grossier voor de Centrale Markt werd verstrekt.Ook is hij in het bezit van een erkenning van de Ned.groente-en fruitcentrale als grossier onder No.16568 benevens een bewijs van inschrijving als lid van de vakgroep Detailhandel in aardappelen,groente en fruit.

Wat de zakelijke relatie met zijn broer G.Schönhage betreft,verklaarde L.Schönhage mij het volgende: 'Aanvankelijk had mijn broer een brandstoffenzaak en ik oefende reeds op de oude markt het groentegrossiersbedrijf uit.Later hebben wij samen deze handel op grootere schaal voortgezet.Daar mijn broer kapitaalkrachtiger was dan ik handelden wij onder den naam van G.Schönhage en hebben wij ons als zoodanig ook op de Centrale Markt gevestigd.De inkoopen werden door mijn broer gedaan op de veilingen in het Westland en Vinkeveen,door mij te Ter Aar en R,A.Veen.De handel , aldus verkregen,werd onder ons verdeeld en de verkoop vond beslist gescheiden plaats.Ieder van ons had zijn eigen klanten.
Daar de inkoop zoowel op de veilingen ter Aar en R.A.Veen,als in het Westland plaats vonden onder den naam van mijn broer,heb ik mij ter zake gewend tot den directeur der veiling te R.A.Veen.Deze heeft mij toegezegd voort te willen gaan met aan mij de groenten toe te wijzen die steeds op naam van mijn broer stonden.

Nu verzoekt L,Schönhage Uwe medewerking te willen verleenen opdat de huur van pakhuis E.23 op zijn naam wordt overgeschreven en hij zijn zaak op de Centrale Markt zal kunnen voortzetten.

Amsterdam, 15 December 1942.
De Controleur bij het Marktwezen,
[Handtekening: Beeuw(?)]

Den Heer Bedrijfschef der C.M.

[Kantlijnnotitie links:]
Deze verklaring is reeds voldoende om het verzoek af te wijzen. Men moet hem hiervan in kennis stellen. 15/12 - 42 [Paraaf] Het document is een verslag van een hoorgesprek tussen een controleur van de Amsterdamse Centrale Markt en L. Schönhage. De context is de strenge economische controle tijdens de Duitse bezetting. G. Schönhage is voor een jaar verbannen van de markt vanwege het overtreden van prijsvoorschriften (zwarte handel of prijsopdrijving). Zijn broer, L. Schönhage, probeert de bedrijfsruimte (pakhuis E.23) over te nemen om de handel voort te zetten.

L. Schönhage voert aan dat zij feitelijk al gescheiden werkten, maar om financiële redenen ("kapitaalkrachtiger") alles op naam van zijn broer stond. De handgeschreven notitie in de kantlijn is cruciaal: de directie van het Marktwezen ziet door deze verklaring heen. Men beschouwt het als een poging om de sanctie te ontduiken door simpelweg de naam op het contract te veranderen, terwijl de onderneming in de kern hetzelfde blijft. De verklaring van L. Schönhage wordt juist tegen hem gebruikt om de afwijzing te motiveren. Gedurende de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in Nederland strak gereguleerd via een systeem van distributie en maximumprijzen. De "Prijsbeheersing" hield scherp toezicht op handelaren op markten zoals de Centrale Markt in Amsterdam. Overtredingen leidden vaak tot uitsluiting van de handel, wat voor een grossier een zware economische straf was.

De genoemde organisaties, zoals de "Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale" en de "Vakgroep Detailhandel", waren onderdeel van de corporatistische herinrichting van de economie onder toezicht van de bezetter. Het document toont de bureaucratische nauwgezetheid waarmee sancties werden gehandhaafd en de pogingen van ondernemers om binnen de mazen van de wet te blijven opereren. De genoemde locaties (Vinkeveen, Westland, Ter Aar, Roelofarendsveen) vormen de traditionele 'groentetuin' die Amsterdam bevoorraadde.

Samenvatting

Het document is een verslag van een hoorgesprek tussen een controleur van de Amsterdamse Centrale Markt en L. Schönhage. De context is de strenge economische controle tijdens de Duitse bezetting. G. Schönhage is voor een jaar verbannen van de markt vanwege het overtreden van prijsvoorschriften (zwarte handel of prijsopdrijving). Zijn broer, L. Schönhage, probeert de bedrijfsruimte (pakhuis E.23) over te nemen om de handel voort te zetten.

L. Schönhage voert aan dat zij feitelijk al gescheiden werkten, maar om financiële redenen ("kapitaalkrachtiger") alles op naam van zijn broer stond. De handgeschreven notitie in de kantlijn is cruciaal: de directie van het Marktwezen ziet door deze verklaring heen. Men beschouwt het als een poging om de sanctie te ontduiken door simpelweg de naam op het contract te veranderen, terwijl de onderneming in de kern hetzelfde blijft. De verklaring van L. Schönhage wordt juist tegen hem gebruikt om de afwijzing te motiveren.

Historische Context

Gedurende de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in Nederland strak gereguleerd via een systeem van distributie en maximumprijzen. De "Prijsbeheersing" hield scherp toezicht op handelaren op markten zoals de Centrale Markt in Amsterdam. Overtredingen leidden vaak tot uitsluiting van de handel, wat voor een grossier een zware economische straf was.

De genoemde organisaties, zoals de "Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale" en de "Vakgroep Detailhandel", waren onderdeel van de corporatistische herinrichting van de economie onder toezicht van de bezetter. Het document toont de bureaucratische nauwgezetheid waarmee sancties werden gehandhaafd en de pogingen van ondernemers om binnen de mazen van de wet te blijven opereren. De genoemde locaties (Vinkeveen, Westland, Ter Aar, Roelofarendsveen) vormen de traditionele 'groentetuin' die Amsterdam bevoorraadde.

Locaties

Amsterdam (Centrale Markt).

Ambtenaren

Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 78

Abraham Cosman plaatsgeld Mei.
A. van Velzen F.J. Beugel & Zn.
A. van Velzen Uilenburg N.Uilenburgerstr.
A. van Velzen huur Mei.
A. Wijnschenk Waterlooplein
B. Moffie 7 md = 583.33 —
B. Moffie J.H. ter Punt
B. Moffie Waterlooplein
B. Polak. Uilenburg Diezestr.10 / Tilanusstr.78
B. Thijn Uilenburg Wielingenstr.18 / Cillierstr.6
D. Appelboom huur Mei.
D. Appelboom Rapenburgerstr.185
E. Brasem Waterlooplein Waterlooplein 25 / Waterlooplein 25
E. Pach-Schellevis Uilenburg
Expediteurs(waaronder begrepen de overkruiers)
Gebr.Cosman Waterlooplein
G. Hagenaar Waterlooplein Vrolikstraat 56 / Retiefstraat 21
Gebr.Meents Uilenburg Amstellaan 57
C. Meentz 7 md 291.66 -
C. Meentz J.J. Griffioen
Gebr.Rodenburg Waterlooplein
H. Krant Waterlooplein Eemstr.60 / Eemstraat 9
H. Krant id.
H. Meents Waterlooplein Retiefstr.12 / Retiefstr.12
H. Meentz id.
H. Meentz 7 md 291.66
H. Meentz plaatsgeld:
H. de Rooy 7 md = 437.50 —
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6