Afschrift van een officieel besluit van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Afschrift van een officieel besluit van de Gemeente Amsterdam. [Links boven, paars stempel/typschrift:]
№ 39/65/29 M. 1942 20/5
Afschrift
No. 223 L. M. 193 2
[Rechts boven, handgeschreven paraaf:]
Nw.
[Handgeschreven handtekening:]
H. Muller [?]
[Klein rood stempel: G]
[Midden boven: Rijkswapen/Gemeentewapen van Amsterdam met de drie kruisen en leeuwen]
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM,
De [doorgehaald met X-en]
Overwegende dat het gewenscht is, de aan Salomon Beesemer, ge-
boren 29 Augustus 1895, wonende Nieuwmarkt 3 II, [doorgehaald: de] bij beschikking dd.
30 December 1939, no. 754 L.Z. verleende vergunning tot het innemen van
een vaste standplaats, ten verkoop van haring en zuurwaren, op den open-
baren weg:
A. de Nieuwmarkt tegenover perceel 5;
B. den Noord-Oostelijken hoek van het verhoogde middengedeelte van de
Nieuwmarkt op 3 M. afstand van den rijweg, t/o perceel Nieuwmarkt 1;
Heeft goedgevonden, de bovenvermelde vergunning, bij deze, ge-
rekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.
GM
Amsterdam, [handgeschreven: 30] April 1942.
De Burgemeester voornoemd,
(get.) Voûte
De Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Dit document is een administratieve intrekking van een marktvergunning. De vergunninghouder, Salomon Beesemer, had sinds december 1939 toestemming om haring en zuurwaren (een typisch Joodse handel in die tijd) te verkopen op de Nieuwmarkt.
Het besluit is genomen door de pro-Duitse burgemeester Edward Voûte. Opvallend is dat de intrekking in april 1942 wordt geformaliseerd, maar met terugwerkende kracht ingaat op 13 januari 1942. Dit wijst op een bureaucratische afhandeling van een proces dat feitelijk al eerder was stopgezet. Het adres van Beesemer (Nieuwmarkt 3) bevindt zich in het hart van de toenmalige Jodenbuurt. Het document moet worden gelezen in de context van de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In 1941 en 1942 werd door middel van een reeks verordeningen de economische bewegingsvrijheid van Joodse burgers stelselmatig ingeperkt.
Vanaf begin 1942 werden Joodse marktkooplieden steeds vaker geweerd van openbare markten of beperkt tot specifieke "Joodse markten". De intrekking van de vergunning van Salomon Beesemer is een direct voorbeeld van de administratieve "Entjudung" (ontjoodsing) van het Amsterdamse straatbeeld en de economie.
Historische bronnen (zoals het Joods Monument) bevestigen dat Salomon Beesemer de oorlog niet heeft overleefd; hij werd in het najaar van 1942 vermoord in Auschwitz. Dit document markeert het moment waarop hem door de overheid zijn legale middel van bestaan werd ontnomen, kort voordat de grootschalige deportaties begonnen. A. de Nieuwmarkt B. den Noord H. Muller J.F. Franken Gemeente Amsterdam